Financiële schade door achterstanden bij UWV

Vanwege de aanhoudende achterstanden heeft UWV aangekondigd dat de wettelijke beslistermijn voor WIA-beoordelingen en herbeoordelingen tijdelijk wordt verlengd van 8 naar 16 weken. Dit geldt vanaf 1 januari 2026

Aanvragen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (WIA) voor werknemers die 104 weken ziek zijn, worden vanwege personeelstekort niet tijdig behandeld bij UWV. Vertragingen lopen op van enkele maanden tot een jaar. Vooralsnog is er nog geen oplossing voor de oplopende vertragingen bij UWV.

Dit kan verschillende (financiële) gevolgen voor scholen hebben. Schoolorganisaties kunnen een aantal stappen ondernemen. Als scholen te maken krijgen met vertraging, adviseren we hiervan melding te maken bij UWV zelf middels het doen van een ‘melding te late beslissing’. Indien een school 2 weken na de melding nog geen beslissing van UWV ontvangt, krijgt ze een vergoeding. Dat is een dwangsom die wordt betaald totdat UWV beslist, met een maximum van 6 weken.

Daarnaast kunnen scholen om een schadevergoeding verzoeken op grond van de omstandigheid dat UWV te laat een beslissing heeft genomen. Eén van de opties is om een schadevergoeding aan te vragen middels het formulier 'Schadevergoeding vragen' van UWV.

Hoe ontstaat de schade?

Loondoorbetalingsverplichting tot einde dienstverband

In het onderwijs is het niet zo dat bij ziekte de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever stopt na het einde van de wachttijd (doorgaans na 104 weken ziekte). Er geldt in beginsel (op grond van artikel 4 onder a van de ZAVO) een loondoorbetalingsver-plichting voor de werkgever van 100 % in het eerste ziektejaar en vanaf het tweede ziektejaar van 70% tot einde dienstverband. Totdat het dienstverband is beëindigd mag de werkgever een aan de werknemer toegekende WIA-uitkering of voorschot op de WIA-uitkering met het loon verrekenen. Dit volgt uit artikel 4 onder d van de ZAVO.

Beëindiging dienstverband

Na 104 weken ziekte kan de arbeidsovereenkomst worden beëindigd na een verkregen ontslagvergunning van UWV of via een vaststellingsovereenkomst.

Ontslagvergunning UWV

Als een werknemer 35 % of meer arbeidsongeschikt is mag hij worden ontslagen na een door het UWV verleende ontslagvergunning. Wanneer UWV een ontslagvergunning heeft afgegeven, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen met inachtneming van de opzegtermijn (de proceduretijd bij UWV mag hierop in mindering worden gebracht, mits er minimaal 1 maand resteert).

Als een werknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt is bevonden, mag hij in beginsel niet ontslagen worden. De werkgever maakt dan met de werknemer nieuwe afspraken over de functie die de werknemer uit kan oefenen en over bijvoorbeeld het aantal uren dat de werknemer werkt. De werkgever zal het verschil tussen het oude en nieuwe salaris voor een periode van vijf jaar voor 65% compenseren. Een werknemer die minder dan 35 % arbeidsongeschikt is bevonden mag wel ontslagen worden als het in dienst houden van de werknemer leidt tot een zwaarwegend dienstbelang. Dit volgt uit artikel 20 onder k van de ZAVO.

Vaststellingsovereenkomst

Het is ook mogelijk de arbeidsovereenkomst te beëindigen met een vaststellingsovereenkomst. In dat geval hoeft er geen ontslagvergunning te worden aangevraagd bij UWV. Werknemers zullen hier vaak niet mee akkoord gaan indien er nog geen WIA-beschikking is afgegeven en een (definitieve) uitkering is toegekend. Dit komt mede doordat het arbeidsongeschiktheidspercentage van belang is voor de vraag of een werknemer wel of niet ontslagen mag worden. Indien er al wel een uitkering is toegekend, kan het zijn dat de werknemer hier wel mee akkoord gaat.

Transitievergoeding en compensatie

Bij ontslag na 104 weken ziekte kan de werknemer aanspraak op een transitievergoeding maken als sprake is van een substantiële vermindering van de arbeidstijd van ten minste 20%. De werkgever kan voor de betaalde transitievergoeding momenteel nog compensatie vragen aan UWV. De regeling waarin deze compensatiemogelijkheid is opgenomen, komt per 1 januari 2027 te vervallen.

In sommige gevallen kan een werkgever ook na 1 januari a.s. aanspraak op de compensatieregeling. De compensatieregeling blijft van kracht voor werknemers die voor 1 januari 2027 de wachttijd van de WIA hebben doorlopen. Als een werknemer bijvoorbeeld op 1 oktober 2026 104 weken ziek was, maar door vertragingen bij UWV pas per 1 juli 2027 uit dienst treedt, dan kan een werkgever alsnog aanspraak maken op de compensatieregeling. Het moment waarop de wachttijd voor de WIA door de werknemer is doorlopen is in dit geval de peildatum en niet de datum waarop het ontslag plaatsvindt.

Wat betreft de hoogte van de transitievergoeding geldt dat deze wordt berekend over de datum van indiensttreding tot einde dienstverband. De compensatie door UWV is gemaximeerd tot de transitievergoeding die is opgebouwd vanaf het begin van het dienstverband tot het moment dat de werknemer 104 weken arbeidsongeschikt is. Over de periode tussen het einde van de wachttijd en het einde van het dienstverband vindt dus geen compensatie van de transitievergoeding plaats. Dit is geen verandering ten opzichte van de huidige compensatieregeling.

Waaruit kan de schade bestaan?

Als gevolg van de vertraging van de procedures bij het UWV kan de werknemer langer in dienst blijven dan de bedoeling is. Dat brengt voor de werkgever financiële schade met zich mee. Zo moet de werkgever gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst werkgeverspremies betalen. Ook lopen de opbouw van vakantiedagen en het pensioen van de werknemer door. Daarnaast ontstaat er door de vertragingen een verschil tussen de compensatie van de transitievergoeding vanuit UWV en de transitievergoeding die de werkgever aan de werknemer moet betalen.