Géén wijziging in opbouw voorziening groot onderhoud voor jaarverslag 2020

31 oktober 2019

De wijze waarop de voorziening groot onderhoud moet worden verwerkt in de jaarcijfers, is al enige tijd onderwerp van discussie. Op verzoek van het ministerie van OCW en de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) is een werkgroep ingesteld die hierover een advies zal uitbrengen. Pas in de loop van 2020 zal duidelijk worden op welk wijze deze voorziening moet worden opgebouwd. Daarom is afgesproken dat schoolbesturen ook over 2020 de voorziening groot onderhoud op dezelfde wijze mogen opbouwen zoals zij dat in voorgaande jaren hebben gedaan.

Met ingang van 1 januari 2019 is de mogelijkheid vervallen om groot onderhoud direct ten laste van de exploitatie te brengen. Daarbij kwam naar voren dat veel instellingen in het po en vo die gebruik maakten van de voorziening voor groot onderhoud, deze op een andere manier opbouwen dan de Raad voor de Jaarverslaggeving voor ogen staat.

Na overleg met OCW en de RJ is in het voorjaar 2019 afgesproken dat schoolbesturen voor de jaren 2018 en 2019 de voorziening groot onderhoud op eenzelfde wijze mochten opbouwen, zoals zij dat in 2017 hebben gedaan. Daarnaast is ook besloten om een ‘Werkgroep groot onderhoud’ te vormen (bestaande uit een afvaardiging van de RJ-werkgroep Onderwijs, de NBA-werkgroep Onderwijs alsmede de PO-Raad en VO-raad en OCW), die als doel heeft te komen tot een verwerkingswijze die aansluit bij de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving én waarbij rekening wordt gehouden met onderwijssectorspecifieke aspecten.

Deze werkgroep heeft OCW en de RJ onlangs geadviseerd om nu al duidelijkheid te geven aan schoolbesturen voor 2020, juist ook met het oog op de begroting 2020. Voorgesteld is dat schoolbesturen ook in 2020 de voorziening groot onderhoud op eenzelfde wijze mogen opbouwen zoals zij dat ook in de voorgaande periode vanaf 2017 hebben gedaan.

Dit advies is door alle partijen overgenomen, maar moet nog wel formeel worden geregeld in de ‘Regeling jaarverslaggeving onderwijs’.