Goede langetermijnvisie, maar voorstellen over overgang po-vo leiden tot uitvoeringsproblemen

21 juni 2019

Van eindtoets naar ‘doorstroomtoets’ voor een flexibelere overgang van po naar vo, een landelijke datum 1 mei voor alle aanmeldingen bij het vo en enkel nog private aanbieders van de eindtoets: dit zijn enkele voorstellen die minister Slob op 21 juni aankondigde in de brief over de Eindevaluatie Wet eindtoetsing po. De minister schetst in de ogen van de VO-raad een goede langetermijnvisie op de overgang van po naar vo, maar de VO-raad verwacht wel serieuze uitvoeringsproblemen bij het voorstel om de datum voor aanmelding op uiterlijk 1 mei te zetten.

Update: Tijdens het Algemeen Overleg op 25 juni bleek dat er in de Tweede Kamer voldoende steun is voor de plannen van Slob. De minister heeft aangegeven dat het mogelijk is dat - 'bij voortvarende besluitvorming' - de nieuwe regelgeving gaat gelden vanaf schooljaar 2021-2022. Alleen over de aanmelddatum vo van 1 mei is nog discussie, op dit vlak volgt de komende maanden nog een uitvoerbaarheidstoets.


De minister stelt in zijn brief een aantal aanpassingen voor in de huidige inrichting van de overgang po naar vo. Hij wil de afname van de eindtoets vervroegen naar de eerste helft van maart, direct na het afgeven van het schooladvies. Dit moet voorkomen dat kinderen bij een tegenvallend schooladvies naar extra toetstrainingen worden gestuurd, hetgeen kansenongelijkheid kan vergroten. Ook wordt er één landelijk moment vastgesteld waarop alle leerlingen zich tegelijkertijd inschrijven op het vo, zodat er geen leerlingen door een later bijgesteld advies buiten de boot vallen.

Het proces van het schooladvies en eindtoets ziet er dan als volgt uit:
-    1 februari – 1 maart: schooladvies wordt gegeven (initiële advies)
-    1 maart – 15 maart: afname van de doorstroomtoets
-    15 maart – 15 april: verwerking door de toetsaanbieders
-    15 april – 1 mei: vaststellen van definitief advies (eindadvies)
-    1 mei: inschrijven bij vo-school

Volgorde schooladvies en eindtoets niet omgedraaid

De ALV van de VO-raad nam in november 2018 het (korte termijn) standpunt in dat het schooladvies gebaseerd moet worden op alle informatie - dus ook op de eindtoets - en dat het schooladvies door de basisschool uiterlijk 1 april moet worden gegeven. Ook onder andere de PO-Raad, het CPB en de meeste coalitiepartijen pleitten voor het omdraaien van het schooladvies en de eindtoets. De minister draait de volgorde van de eindtoets en het schooladvies echter niet om. Wel vervallen de heroverwegingen en bijstellingen. Leerlingen moeten door een bijstelling nu soms nog laat van school wisselen. Uit het onderzoek van Oberon blijkt dat 15% van de scholen aangeeft leerlingen om deze reden te hebben moeten weigeren. Vo-scholen kunnen grote hinder ondervinden van de bijstellingen: op sommige scholen scheelt dit 20% in leerlingenaantal, een wijziging die pas zeer laat in het schooljaar duidelijk wordt. Onduidelijk in het nieuwe voorstel is nog welke positie het eerste schooladvies heeft ten opzichte van het eindadvies. In het eindadvies kan de eindtoets wel worden meegenomen.

Landelijke aanmelddatum 1 mei: niet werkbaar

Een grote wijziging voor vo-scholen ten opzichte van de huidige situatie is het moment van aanmelding. In de nieuwe plannen krijgen vo-scholen niet meer te maken met gewijzigde leerlingenaantallen later in het jaar door bijstellingen, maar ze krijgen in dit voorstel pas álle aanmeldingen op 1 mei. De VO-raad vindt dat 1 april de uiterst werkbare datum is.

De minister is voornemens om een uitvoerbaarheidstoets te doen om te bezien of 1 mei een geschikte datum is. Deze uitvoerbaarheidstoets is van groot belang, de VO-raad voorziet grote praktische bezwaren voor scholen én leerlingen. Denk aan de aanzienlijk kortere periode voor een warme overdracht voor álle leerlingen, maar vooral voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. Andere aandachtspunten zijn de termijn voor zorgplicht van scholen die na aanmelding gaat lopen, procedures in regio’s waar geloot moet worden die in de knel komen, problemen wat betreft de formatie en het feit dat 1 mei in de vakanties voor het po en het vo valt. De VO-raad wil dan ook intensief betrokken worden bij deze uitvoerbaarheidstoets.

Lange termijn: flexibelere overgang po-vo

De minister geeft aan af te willen van de harde knip tussen po en vo, en toe te willen naar een overgang die minder definitief en allesbepalend is voor de verdere schoolloopbaan van leerlingen. Hierbij zou de eindtoets de functie van een ‘doorstroomtoets’ moeten gaan vervullen. De VO-raad kan zich hier helemaal in vinden, de eerder genoemde ALV heeft uitgesproken dat voor een goede overgang van po naar vo er meer flexibilisering in de overgang naar het vo nodig is en dat het schooladvies de functie moet krijgen van een startadvies in plaats van een diploma-advies. Ook pleit de VO-raad er al lang voor om aan het einde van bijvoorbeeld het tweede leerjaar het niveau van de leerling nogmaals tegen het licht te houden. Een meer flexibele inrichting van de onderbouw van het vo, maar ook een andere kijk op de indicator onderbouwrendement van de inspectie zijn hier voor cruciaal.

Centrale Eindtoets verdwijnt

Het recente incident met de normeringen van de eindtoets, waardoor in mei 11% van de leerlingen een onjuist toetsadvies ontving, versterkte de roep om één toezichtshouder op de eindtoetsen. De minister kondigt in de brief aan dat de Centrale Eindtoets die door de overheid wordt aangeboden, wordt beëindigd. Er kan alleen nog gebruik worden gemaakt van de toetsen die private aanbieders beschikbaar stellen. Hiermee blijft de keuzevrijheid van de toetsen – die, zo blijkt ook uit het evaluatieonderzoek van Oberon, belangrijk bevonden wordt door 90% van de po-scholen en 49% van de vo-scholen – behouden, terwijl er op deze manier ook nog maar één toezichthouder is.

Vier jaar na invoering is de Wet eindtoetsing PO geëvalueerd. Uit de evaluatie, uitgevoerd door Oberon en de Universiteit van Twente, blijkt onder andere dat:

- de leidende rol van het schooladvies bij de overgang van po naar vo breed wordt onderschreven door zowel po-scholen (95%) als vo-scholen (72%);
- po-scholen de keuzevrijheid voor een eindtoets belangrijker vinden dan vo-scholen;
- het gegeven dat alle scholen de eindtoets verplicht moeten afnemen in het vo (tweederde) op meer steun kan rekenen dan in het po (ongeveer de helft);
- 65% van de vo-scholen de latere afname van de eindtoets geen verbetering vindt. Vo-scholen ziet graag dat de eindtoets afgenomen wordt voordat leerlingen hun schooladvies krijgen, zodat heroverwegingen en bijstellingen niet meer nodig zijn (66%) en de eindtoets gebruikt kan worden in het schooladvies (61%).