In het AD: 'Plaats leerlingen niet te vroeg in vaste hokjes'

27 september 2016

Leerlingen presteren beter op brede scholen met vmbo tot en met vwo, zo concludeerden onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) recentelijk. De onderzoekers pleiten daarom voor brede scholen én voor het behoud van dubbele schooladviezen en brede brugklassen; leerlingen zouden niet te vroeg in vaste hokjes moeten worden geplaatst. VO-raad voorzitter Paul Rosenmöller sluit zich hier in een reactie in het AD bij aan.

n hun onderzoek vergeleken de onderzoekers van de RUG de prestaties van leerlingen op brede scholengemeenschappen met die op onderwijsinstellingen voor alleen vmbo, havo of vwo. Hierbij kwam naar voren dat leerlingen op brede scholengemeenschappen minder vaak blijven zitten, minder vaak uitvallen en vaker doorstromen naar een hoger niveau. Dit geldt vooral voor jongens en leerlingen met laagopgeleide ouders. 

De afgelopen jaren zijn echter juist meer zogenoemde categorale scholen ontstaan, met alleen vmbo, havo of vwo. “Dat is een gevolg van een soort marktwerking in het onderwijs'', aldus Paul Rosenmöller in het AD. “Schoolleiders zijn eigenlijk voor brede scholen, maar met name hoogopgeleide ouders vragen om categorale. Dat heeft alles te maken met het onterecht slechte imago van het vmbo. Onbekend maakt onbemind.''

Daarnaast is er ook een trend waarneembaar richting minder dubbele schooladviezen en brede brugklassen. Dit terwijl leerlingen die in de onderbouw in een brede klas hebben gezeten, ook vaker naar een hoger niveau doorstromen, aldus de onderzoekers. De onderzoekers pleiten ervoor scholieren niet te vroeg in vaste hokjes te plaatsen, zoals puur op het vmbo of het havo. Rosenmöller onderschrijft dit: “Voor sommige kinderen is een definitieve keuze op 11- of 12-jarige leeftijd te vroeg. Zij weten pas later waar hun talenten liggen."

Ook rector Daan Fens van ’t Hooghe Landt in Amersfoort onderschrijft het belang van brede scholen met brede brugklassen. Fens in het AD: “Wij laten leerlingen rustig wennen aan de nieuwe schoolsetting en kijken zelf op welke niveau ze tot hun recht komen. Dan krijgen ze een betere kans om door te stromen.” Volgens Jan-Mattijs Heinemeijer, directeur van het Amsterdamse Calandlyceum, trekken de leerlingen zich aan elkaar op. “Het is cognitief beter voor leerlingen om klasgenoten te zien die dingen beter kunnen. Als ze dat ook willen kunnen, moeten ze aan de bak. Dat maakt de doorstroming makkelijker'', aldus Heinemeijer in het AD. “De drempel om binnen de eigen school naar een hoger niveau te gaan, is ook lager dan wanneer een leerling naar een heel andere school moet.”

Wegens copyright redenen is het gehele AD-artikel helaas niet beschikbaar.