Kamer stemt in met loslaten 1,5-meterregel voor leerlingen

28 mei 2021

De Tweede Kamer sprak donderdag 27 mei 2021 tijdens een commissiedebat over het kabinetsbesluit om in het voortgezet onderwijs de 1,5-meterregel voor leerlingen onderling te schrappen. Er was veel aandacht voor de onrust onder docenten hierover. Aan het einde van het debat bleek dat een grote Kamermeerderheid instemt met het kabinetsbesluit. Dit betekent dat v(s)o-scholen per 31 mei 2021 weer volledig fysiek onderwijs kunnen geven. Vanaf 7 juni zijn alle scholen verplicht om alle leerlingen weer voltijds op school te ontvangen.

Het bestuur van de VO-raad heeft begrip voor het kabinetsbesluit, in het volle besef dat het afwegen van de diverse belangen die hierbij een rol spelen een complexe kwestie is. Nu het besluit is genomen vertrouwt de raad erop dat de scholen de leerlingen tot de zomervakantie een zo compleet mogelijk onderwijsprogramma aanbieden. Alles uiteraard binnen redelijke grenzen, want niemand is tot het onmogelijke gehouden. De VO-raad adviseert de schoolleiding om op individueel niveau in gesprek te gaan met medewerkers die zorgen hebben over hun persoonlijke gezondheidsrisico’s, om voor hen tot een passende oplossing te komen. De mogelijkheid hiertoe is opgenomen in het huidige protocol en zal ook in het aangepaste protocol staan, waar de VO-raad nu samen met de bonden aan werkt en dat zo spoedig mogelijk wordt gepubliceerd.

Tijdens het commissiedebat met de Tweede Kamer bevestigde minister Slob dat het kabinetsbesluit in lijn is met het OMT-advies. Het OMT vindt het verantwoord de 1,5-meterregel los te laten, op voorwaarde dat – naast het goed naleven van de bestaande hygiënemaatregelen – leerlingen en onderwijspersoneel zichzelf twee keer per week testen. Over de precieze betekenis van deze voorwaarde is discussie ontstaan, onder andere omdat het zelftesten altijd vrijwillig is en dus niet altijd en overal door iedereen zal worden gedaan.

De minister benadrukte dat het OMT in al zijn adviezen altijd inzet op volledige naleving en verwees naar onderzoek van het UMC Utrecht naar sneltesten op scholen. Hieruit blijkt dat het met testen beoogde effect, namelijk geen toename van het aantal besmettingen, wordt bereikt als vijftig procent van de leerlingen aan het zelftesten meedoet. De besmettingen die met zelftesten vroegtijdig worden afgevangen wegen dan op tegen de extra besmettingen die te verwachten zijn bij volledige opening van de scholen. Is de deelname aan het zelftesten hoger dan vijftig procent dan zal het aantal besmettingen onder leerlingen en personeel verder dalen. Bij een geringere deelname stijgt het aantal besmettingen. Het is dus zaak, aldus de minister, dat de scholen zich inspannen voor ‘maximale deelname’ aan de zelftests, in het belang van de hele schoolgemeenschap.

Kwint (SP) vroeg aandacht voor het met voorrang vaccineren van leraren. Ook de VO-raad heeft hier woensdagmiddag jl. nogmaals aandacht van de minister voor gevraagd, nadat een eerder verzoek hiertoe was afgewezen. Volgens de VO-raad kan het veel zorgen bij leraren wegnemen als zij zich, met een verklaring van hun werkgever, zouden kunnen melden bij een priklocatie om zich met voorrang te laten vaccineren. De minister verwees echter naar het in de Tweede Kamer goedgekeurde vaccinatiebeleid, waarin deze ruimte niet gevonden kan worden.

Er werden twee moties ingediend. De SP diende een motie in over het in standhouden van de 1,5 meterregel totdat leraren een eerste vaccinatie hebben gehad. De motie van D66 ging over het opschorten van de heropening van de scholen, in ieder geval totdat de minister hierover in gesprek was gegaan met onder andere de bonden. Beide moties werden tijdens de stemmingen direct na het debat met een grote meerderheid verworpen.