Kamerbrief Toezicht: inspectie gaat scholen vaker bezoeken

Scholen in het funderend onderwijs krijgen in de toekomst vaker te maken met een minder tijdsintensief en onaangekondigd bezoek van de inspectie. Ook stapt de inspectie af van de vierjaarlijkse onderzoeken bij elk bestuur. Het bestuurstoezicht wordt sterker risicogericht, met daarnaast bestuursbezoeken als minder intensieve vorm van toezicht. Besturen krijgen een grotere rol bij risico- en herstelonderzoeken op scholen.

Dit blijkt uit de Kamerbrief van demissionair staatssecretaris Koen Becking (Funderend Onderwijs en Emancipatie) over het toezicht in het funderend onderwijs die vlak voor het Kerstreces is verschenen. De staatssecretaris komt hiermee tegemoet aan de aangenomen moties van de Tweede Kamer om scholen niet alleen vaker maar ook onaangekondigd te bezoeken. De aanleiding hiervoor is het onderzoek van Nieuwsuur waaruit bleek dat de inspectie in de periode 2014-2019 minder schoolbezoeken aflegde dan aan de Tweede Kamer is toegezegd. De inspectie heeft een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van de wensen van de Tweede Kamer en drie scenario’s geschetst. De inspectie spreekt een sterke voorkeur uit voor het – tweede - scenario waarbij er weliswaar meer aandacht voor scholen komt, maar de inspectie ook aandacht kan blijven geven aan het stelsel en schoolbesturen. 

Hoewel de directe aanleiding is gelegen in het primair onderwijs, zal ook het voortgezet onderwijs dus te maken krijgen met veranderingen in de werkwijze van de inspectie. 

Onaangekondigde bezoeken als nieuw instrument 

Om ervoor te zorgen dat geen enkele school onder de radar van het extern toezicht blijft start de inspectie in 2026 met een pilot waarin een nieuw instrument wordt beproefd: korte, onaangekondigde bezoeken aan scholen die niet uit de risicoanalyse naar voren komen en ook buiten de steekproefonderzoeken vallen. Deze bezoeken worden in één dag afgerond. Na afloop van het bezoek volgt geen eindoordeel. Wel koppelt de inspectie de bevindingen terug aan de school en stelt zij een beknopt rapport op. Als er duidelijke risico’s gesignaleerd worden, kan het toezicht vervolgens opgeschaald worden. In het primair onderwijs heeft in 2025 al een vergelijkbare pilot plaatsgevonden en scholen en schoolbesturen blijken positief te zijn over deze vorm van toezicht. 
De inspectie heeft eerder een verkenning gehouden naar onaangekondigde bezoeken. 

De VO-raad is mede op basis van deze ervaringen tot dusver geen voorstander geweest van onaangekondigde inspectiebezoeken. De nieuwe pilot is echter geheel anders van aard en opzet. De VO-raad is door de inspectie geraadpleegd bij de vormgeving van deze nieuwe pilot en staat hier – mede gezien de positieve ervaringen in het primair onderwijs – positief tegenover. We zullen de bevindingen van zowel de inspectie als van besturen en scholen met dit nieuwe toezichtsinstrument met belangstelling volgen.  

Onderwijsresultaten 

In het Onderzoekskader 2027 zullen onderwijsresultaten minder zwaar meetellen bij de definitieve kwaliteitsbeoordeling van (een afdeling van) een school. De VO-raad heeft hier sterk voor gepleit en staat uitermate positief tegenover deze ontwikkeling. We zijn benieuwd naar de concrete uitwerking hiervan door de inspectie.

Marginale aanpassingen in onderwijsresultatenmodel gemiste kans 

Wel vindt de VO-raad het een gemiste kans dat de inspectie kiest voor slechts marginale aanpassingen van het huidige onderwijsresultatenmodel. De vier indicatoren – met fundamentele uitgangspunten als onderwijsrendement en ‘hoe hoger hoe beter’ - representeren onvoldoende het beeld van onderwijskwaliteit in de sector en gaan onze ambities gericht op inclusiever onderwijs, optimale talentontwikkeling voor alle leerlingen en een gelijke waardering van de praktijkgerichte en avo-gerichte leerwegen niet stutten. Ook lezen we uit de brief dat het model een belangrijke rol blijft spelen in de risicoanalyse. Hierdoor zullen de bestaande ongewenste prikkels niet verdwijnen. De VO-raad is voorstander van een bredere dataset die recht doen aan de gezamenlijke kwaliteitsambities in de sector.

Wetsvoorstel eisen aan bestuur en intern toezicht 

De Kamerbrief gaat ook in op het wetsvoorstel eisen aan bestuur en intern toezicht, waar op dit moment voor het funderend onderwijs aan wordt gewerkt. Met dit wetsvoorstel worden onder meer eisen gesteld aan de kwaliteit, professionaliteit en integriteit van besturen en worden meer richtlijnen en verduidelijkingen opgenomen over wat van het intern toezicht wordt verwacht. De VO-raad is, net als PO-Raad, VTOI-NVTK, VvOB en ONSwv, kritisch op dit voornemen en heeft eerder onder andere in een brief aan de staatssecretaris bezwaren kenbaar gemaakt. De onderbouwing voor de noodzaak van de wet ontbreekt, er is veel overlap met andere wet- en regelgeving en de taak van de inspectie en gaat voorbij aan initiatieven die al door de sector worden opgepakt, zoals de geactualiseerde governancecode met bijbehorende lidmaatschapseisen zoals verplichte accreditatie. 

Extra handhavingsinstrumentarium: overbodig en contraproductief 

De staatssecretaris geeft aan dat door het departement uitgevoerde verkenning heeft uitgewezen dat het handhavingsinstrumentarium in de meeste gevallen voldoende mogelijkheden biedt om in te grijpen. De VO-raad is dan ook verbaasd over de uitspraken die hij in de brief doet over aanvullende handhavingsmogelijkheden, met name gericht op meer opties voor het beëindigen van de bekostiging bij scholen of het uitdelen van boetes aan besturen. De VO-raad is van mening dat we hiermee voor het funderend onderwijs - een publieke sector bij uitstek -een ongewenste weg zijn ingeslagen en gaat graag in gesprek over de effectiviteit van dergelijke financiële interventies.

In de optiek van de VO-raad draagt ingrijpen in de bekostiging bij scholen die te maken hebben met kwaliteitsissues niet bij aan duurzaam herstel. Juist deze scholen moeten investeren in de kwaliteit van het onderwijs zodat leerlingen hiervan niet de dupe worden. Financiële sancties staan herstel eerder in de weg dan dat zij bijdragen aan de oplossing. Dat is ook de reden dat de VO-raad de ervaringen met de bestaande Beleidsregel financiële sancties en de evaluatie van de Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium op de voet volgt. Lees de onlangs verschenen toelichting van de inspectie op de toepassing van deze beleidsregel hier.

Oproep

De VO-raad zal veranderingen in het toezicht nauwgezet volgen en is ook benieuwd naar de ervaringen hiermee van uw school of bestuur. Ook roepen we schoolbesturen die te maken hebben (gehad) met een financiële sanctie op om zich bij ons te melden. Dit stelt ons in staat om te monitoren in welke gevallen dit plaatsvindt, zodat we deze praktijkgevallen mee kunnen nemen in ons oordeel en de gesprekken met de inspectie. U kunt deze informatie delen met Hélène van Oostrom (helenevanoostrom@vo-raad.nl). Wij gaan vertrouwelijk met deze informatie om.

Hélène van Oostrom

Teamleider onderwijszaken

helenevanoostrom@vo-raad.nl