Jan Rijkers aangesteld als interim-bestuurder VMBO Maastricht

06 juli 2018

De heer Jan Rijkers is aangesteld als interim-bestuurder voor de twee vmbo-scholen in Maastricht. Hij neemt de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor deze scholen over van de LVO-bestuursvoorzitter André Postema. Dat bleek tijdens het Algemeen Overleg op 5 juli 2018 over de examenperikelen bij het VMBO Maastricht. Vanwege ziekte van minister Slob nam minister Van Engelshoven de honneurs waar op de laatste dag voor het Kamerreces.

Jan Rijkers werkte hiervoor bij Stichting Carmelcollege als voorzitter Centrale Directie van scholengroep Het Hooghuis. Ook werkte hij bij de Inspectie van het Onderwijs als coördinerend inspecteur.

Veel compassie met de leerlingen

De Kamer en de minister toonden veel compassie met de vmbo-leerlingen. De Kamer steunde de keus van de minister om de prioriteit te leggen bij de oplossingen ‘op maat’ voor de gedupeerde leerlingen. Enkele partijen wilden daarin verder gaan en pleitten voor meer clementie, zoals een generaal pardon voor de 354 leerlingen en/of het behoud van CE-resultaten ook ná 1 januari 2019. Op die manier zouden alle leerlingen de mogelijkheid en ruimte hebben om alsnog het vmbo-diploma te behalen. De minister ging hier niet in mee omdat hiermee het civiel effect van deze diploma’s onder druk staat en de Maastrichtse leerlingen hierdoor zelf benadeeld zouden worden.

Taskforce mbo

Ook biedt de huidige individuele aanpak voor de meeste leerlingen uitzicht op een succesvolle afronding van het schoolexamen in 2018 en/of de start met een mbo-opleiding in september, aldus de minister. De Limburgse mbo-instellingen hebben een Taskforce opgericht om zoveel mogelijk te voorzien in maatwerkarrangementen, waarbij de leerlingen het nieuwe schooljaar starten in het mbo. De minister zal de komende maanden de Tweede Kamer steeds informeren over de examenvorderingen van de leerlingen.

Kritisch op bestuurlijk handelen

Uitermate kritisch was de Kamer op het bestuurlijk handelen van het bestuur en de Raad van Toezicht van LVO. Dit leidde tot een motie met de wens dat de bestuursvoorzitter van LVO consequenties verbindt aan het ernstig bestuurlijk falen bij LVO. Deze motie werd gesteund door de gehele Kamer.

Ook werden er veel vraagtekens gezet bij het handelen van de Inspectie, omdat de Inspectie niet of onvoldoende zou hebben gereageerd op diverse klachten en signalen. De minister gaf aan dat ze een tweetal onderzoeken in gang heeft gezet om de onderste steen boven te krijgen en op grond daarvan tot besluitvorming te komen.

Het gaat daarbij om de volgende onderzoeken:

  • Het onderzoek dat de Inspectie gaat verrichten naar het bestuurlijk handelen van LVO en de kwaliteit van de individuele scholen die ressorteren onder het bestuur van LVO (uitkomsten november 2018).
  • Het onderzoek dat de Auditdienst van het Rijk gaat doen naar de vraag of het handelen van de Inspectie van het Onderwijs adequaat is geweest en of het beschikbare instrumentarium van de inspectie toereikend is (uitkomsten november 2018). 
     

Verder memoreerde de minister in het debat ook het onafhankelijk onderzoek dat de VO-raad initieert naar de kwaliteitsborging van de schoolexaminering in het voortgezet onderwijs waarbij zij de onafhankelijkheid van dat onderzoek benadrukte omdat enkele partijen daar vragen over stelden. Ook de Onderwijsraad komt dit najaar met een advies over toetsing en examinering in het funderend onderwijs.

De minister pleitte voor het inrichten van een formeel moment van afronding van de schoolexamens, iets dat op veel scholen al het geval is, maar niet overal. Dat kan bijdragen aan het versterken van de communicatie rondom de schoolexamens. In het najaar verwacht zij dat minister Slob hierop terug komt.

Zowel de Kamer als de minister uitten veel lof aan alle betrokkenen van de Inspectie, het CvTE, Cito, de externe examencommissie en de docenten die vanuit het gehele land hun diensten hebben aangeboden om zich met man en macht in te zetten voor het alsnog slagen van deze leerlingen.

Moties die opriepen tot een onderzoek naar de samenstelling van de Raden van Toezicht, het opknippen van LVO in kleinere bestuurseenheden en het laten verrichten van een onafhankelijk onderzoek naar de bestuurscultuur van LVO in plaats van een onderzoek door de Inspectie behaalden geen Kamermeerderheid. Dat gold ook voor moties die opriepen tot een ruimere coulanceregeling voor de leerlingen.