Lessen te trekken uit historische analyse van beleid rond lerarentekort
Welke lessen kunnen worden getrokken uit de analyse van meer dan dertig jaar beleid om het lerarentekort terug te dringen? In een onlangs verschenen rapport toont het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) de lange historie van dit beleid en hoe dit nu doorwerkt. Kernconclusie: er is weliswaar vooruitgang geboekt, maar met te kleine stappen.
In opdracht van de commissie OCW van de Tweede Kamer onderzocht het ROA samen met andere onderzoeksinstellingen het vanaf 1993 door de overheid gevoerde beleid gericht op het voorkomen en terugdringen van kwantitatieve en kwalitatieve lerarentekorten in het funderend onderwijs. De centrale vraag hierbij: welke lessen kunnen daaruit worden getrokken voor toekomstig beleid?
Op basis van analyses van vacaturedata, arbeidsmarktinformatie van afgestudeerden van tweedegraads lerarenopleidingen, beleidsmaatregelen en interviews formuleert het rapport lessen op het gebied van beleid, aansturing en uitvoering.
Het is een relevant rapport voor alle betrokkenen in het onderwijs, doordat deze analyse onder andere betrekking heeft op de vo-sector en gaat over de rollen van bestuurders, schoolleiders en leraren en over goed werkgeverschap. Later deze maand volgt een technische briefing voor de commissie OCW en een inhoudelijke reactie vanuit het ministerie. Ook de VO-raad zal de komende periode reflecteren op de inzichten die het rapport biedt voor het voortgezet onderwijs en hoe het aansluit bij onze inspanningen om het lerarentekort terug te dringen. Hieronder volgen de kernpunten uit de analyse van ROA.
Lessen uit het verleden
De onderzoekers benoemen een aantal lessen die getrokken kunnen worden uit dit onderzoek:
- Bezuinigingen op arbeidsvoorwaarden hebben een langdurig negatief effect op de aantrekkelijkheid van het leraarschap.
- Het is cruciaal om te anticiperen op de zogenaamde 'varkenscyclus', waarbij tekorten en overschotten elkaar in het onderwijs snel kunnen afwisselen.
- Een eenzijdige focus op instroom is onvoldoende; er moet ook geïnvesteerd worden in zij-instromers en het behoud van huidig personeel via professionalisering en loopbaanmogelijkheden.
Ook benoemen de onderzoekers een aantal knelpunten in sturing en uitvoering van het gevoerde beleid:
- Landelijke maatregelen sluiten vaak niet aan bij regionale verschillen; er is behoefte aan maatwerk in plaats van een 'one size fits all'-aanpak.
- Het ontbreekt aan een integrale beleidstheorie, waardoor maatregelen vaak versnipperd zijn en samenhang missen.
- De overheid stuurt vooral op afstand via subsidies en convenanten, wat de directe invloed op bijvoorbeeld de beroepsgroepvorming beperkt.
- Hoge werkdruk en 'stapeldruk' in regelgeving zorgen ervoor dat scholen onvoldoende capaciteit hebben om nieuw beleid effectief uit te voeren.
- Er bestaat een patstelling in zeggenschap: schoolbesturen aarzelen om leraren volledig eigenaarschap te geven over hun eigen professionalisering.
Tot slot doen de onderzoekers een aantal suggesties voor de toekomst:
- Werk aan een langetermijnvisie met consistente doelstellingen in plaats van frequente stelselwijzigingen.
- Zorg voor integrale aansturing met effectieve regionale samenwerking.
- Geef leraren en schoolleiders voldoende professionele ruimte om de onderwijskwaliteit te versterken.