De meerderheid van de scholen wil hun cultuuronderwijs de komende jaren versterken. Met name door leerlijnen te ontwikkelen of uit te bouwen, door vakoverstijgend te gaan werken, door de samenwerking met de culturele omgeving te versterken en door de deskundigheid van docenten te bevorderen. Dit blijkt uit de vijfde Monitor cultuureducatie in het primair en voortgezet onderwijs. Minister Van Engelshoven (OCW) stuurde de publicatie op 3 november 2017 naar de Tweede Kamer.

Uit de monitor blijkt dat vrijwel alle scholen culturele activiteiten organiseren zoals een jaarlijks theater- of museumbezoek en theatervoorstellingen op school. De meerderheid van de scholen werkt samen met centra voor kunst- en cultuur en met musea, theaters en bibliotheken en maakt voor de financiering vooral gebruik van eigen middelen, de cultuurkaart en ouderbijdragen.

Lees de monitor Cultuureducatie Voortgezet Onderwijs

Volgens vrijwel alle docenten leidt cultuuronderwijs tot meer plezier, meer kennis en meer verbeeldingskracht en originaliteit bij leerlingen. Schoolleiders voegen daar aan toe dat cultuuronderwijs ook bijdraagt aan een positief schoolklimaat. De meest genoemde beweegreden om aan cultuuronderwijs te werken is ‘omdat docenten het belangrijk vinden’.

Cultuuronderwijs op vmbo

Sinds 2016 kunnen vmbo-leerlingen hun beroepsgerichte programma zelf invullen met beroepsgerichte keuzevakken, waaronder ook creatieve en kunstzinnige vakken. Bijna de helft van de vmbo-scholen biedt in dat kader het vak tekenen/schilderen/illustreren aan, ongeveer een derde biedt audiovisuele en 2D- en 3D-vormgeving en productie als keuzevak aan.

Subsidieregeling in voorbereiding

Om talentontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling met cultuureducatie meer vanzelfsprekend te maken voor leerlingen in het vmbo en praktijkonderwijs zal er de komende jaren opnieuw subsidie beschikbaar worden gesteld. Daarmee worden projecten ondersteund waarin scholen en culturele instellingen samenwerken om cultuureducatie te verankeren in het curriculum. Deze regeling wordt nu voorbereid en naar verwachting begin 2018 gepubliceerd.