Minister wil doorstroomrecht havo-vwo

10 januari 2019

Parallel aan het beoogde doorstroomrecht vmbo-havo wil minister Slob een wettelijk doorstroomrecht havo-vwo uitwerken. Scholen kunnen dan geen eigen eisen meer stellen aan de toelating van havisten tot het vwo. Dit staat in een brief die op 10 januari 2019 aan de Tweede Kamer gestuurd is.

Jaarlijks stroomt rond 5% van de havisten door naar het vwo. De meeste van hen behalen binnen twee jaar hun diploma. Op dit moment hanteren scholen een eigen toelatingsbeleid voor de doorstroom van havo naar vwo. Uit onderzoek in opdracht van het ministerie blijkt dat de meeste leerlingen die zich aanmelden voor het vwo ook worden toegelaten. Daarnaast geven de meeste scholen in het onderzoek aan dat zij wel eens uitzonderingen maken op de toelatingseisen. Met het doorstroomrecht wil de minister bereiken dat iedere leerling met potentie een eerlijke en gelijke kans krijgt om een ander niveau te proberen.

Knelpunten

Een onderzoek door Oberon in opdracht van OCW concludeert dat er over het algemeen geen grote knelpunten lijken te bestaan in de huidige doorstroom havo-vwo. Een klein deel van de scholen (10%) en ouders (7%) ervaart de aansluiting havo-vwo als onvoldoende, met name omdat de voorbereiding onvoldoende is, maar ook vanwege verschillen tussen havo en vwo. Scholen rapporteren dat de grootste knelpunten zitten in de afstemming tussen profielen en vakkenpakketten en de moeilijkheidsgraad. Ouders benoemen de aansluiting tussen moderne vreemde talen en toelatingseisen vaker als knelpunten dan scholen.

Doorstroomrecht

Het doorstroomrecht havo-vwo zou ingaan per schooljaar 2020-2021. De invulling ervan moet nog uitgewerkt worden. Een van de mogelijkheden die door OCW onderzocht wordt is een uniforme toelatingseis. Zo’n eis zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de leerling acht havo-vakken moet hebben afgerond, in plaats van zeven.

Scholen geven in het onderzoek van OCW aan voordelen van een doorstroomrecht te zien in duidelijkheid richting ouders en leerlingen, kansengelijkheid en uitstel van vervolgopleiding. Scholen zien als risico's dat uitval onder havisten op het vwo zal toenemen, omdat er meer leerlingen instromen voor wie het vwo niet de beste vervolgopleiding is, en dat scholen door de Onderwijsinspectie afgerekend worden op het bovenbouwrendement. Ook de ouders en leerlingen uit het onderzoek erkennen deze spagaat.

Indien een doorstroomrecht wordt ingevoerd is het voor een goede aansluiting volgens scholen nodig dat leerlingen extra lessen of vakken kunnen volgen, leerlingen vakken op een hoger niveau kunnen volgen, scholen goede voorlichting geven, er doorstroomprogramma’s komen en dat de Inspectie van het Onderwijs rekening houdt met de gevolgen voor het rendement.

Eerste reactie VO-raad

Dat er een politiek-maatschappelijke wens is om tot een doorstroomrecht voor vmbo-havo en havo-vwo te komen begrijpen wij. Ook scholen willen leerlingen zoveel mogelijk (gelijke) kansen bieden. Dat betekent voor de VO-raad wel het einde van het huidige onderwijsresultatenmodel van de Onderwijsinspectie; het kan niet zo zijn dat scholen er door de inspectie op worden afgerekend als leerlingen het onverhoopt niet redden.

Daarnaast zijn een structurele programmatische aansluiting en verdergaande flexibilisering van zowel het onderwijs als de examinering in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs noodzakelijk om de overstap van havo naar vwo voor leerlingen te verbeteren.