Nederland koploper in zij-instroom

Nederland loopt voorop met het aandeel zij-instromers en heeft een relatief laag aandeel onbevoegde leraren. Dit blijkt uit het jaarlijkse rapport Education at a Glance (EAG) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dat op 29 september 2026 is gepubliceerd. Dit jaar staat het lerarentekort centraal in de publicatie.

Lerarentekorten

Veel landen zien zich geconfronteerd met een aanhoudend lerarentekort. In Nederland zien we in het primair onderwijs dat 1,9% van de vacatures in het schooljaar 2024-2025 niet vervuld is, voor het voortgezet onderwijs is dit 2,0%. Vergeleken met andere landen, die het lerarentekort op vergelijkbare wijze meten, scoort Nederland gemiddeld. Hierbij zijn de verborgen tekorten en vervangingstekorten gedurende het schooljaar niet meegerekend. Hoewel Nederland internationaal gezien gemiddeld scoort als het gaat om de omvang van de tekorten, blijft de impact groot en daarmee een blijvende uitdaging.

Instroom en uitstroom leraren

EAG 2026 biedt ook inzicht in het verloop onder leraren: Nederland loopt internationaal voor op het gebied van zij-instromers in het onderwijs. We zien dat 16,9% van alle leraren tien jaar (of meer) in een andere sector heeft gewerkt, waar dit in de OESO 8,4% is. Dit gemiddelde komt voornamelijk door een relatief hoge instroom van zij-instromers in het po en mbo. De instroom van zij-instromers in het vo is aanzienlijk lager. Nederland heeft met 2,0% een relatief laag aandeel leraren dat niet (volledig) bevoegd is tegenover het OESO-gemiddelde van 9,1%. De uitstroom vanuit het lerarenberoep is iets hoger (6,9%) dan het OESO-gemiddelde (6,4).

Waardering en tevredenheid leraren

Ten opzichte van het gemiddelde van de OESO-landen (22%) en van de EU-landen (15%), vinden Nederlandse leraren vaker dat het beroep goed wordt gewaardeerd in de samenleving (37%). Ten opzichte van de andere landen wordt in Nederland en in Denemarken het beroep van leraar het meest gewaardeerd in de samenleving.

Nederlandse leraren zijn (zeer) tevreden over hun salaris (74%). Dit percentage is aanzienlijk hoger dan het gemiddelde in de OESO-landen: 39%. Ook over hun overige arbeidsvoorwaarden is de meerderheid van de Nederlandse leraren tevreden (80%, ten opzichte van het OESO-gemiddelde van 68%).

Hoog opgeleid en relatief veel internationale studenten

Zoals ook uit eerdere edities van EAG blijkt, bezit een relatief groot deel van de Nederlandse beroepsbevolking een hbo en/of wo-diploma (46%, t.o.v. 43% in de OESO). Ook komt relatief een groot aandeel van de hbo- en wo-studenten niet uit Nederland: in 2024 was dit aandeel met 18% aanzienlijk groter dan het OESO-gemiddelde van 12%.

Baanzekerheid voor afgestudeerden

EAG laat zien dat voor elk opleidingsniveau de baanzekerheid hoger ligt dan het OESO-gemiddelde. Zo zien we dat Nederlanders zonder startkwalificatie meer kans hebben op een baan dan individuen in andere landen (68% t.o.v. 60% in de OESO). Wel zien we een sterke toename in de baanzekerheid naarmate het opleidingsniveau toeneemt (92% bij een masterdiploma in het hoger onderwijs).

Overzicht van uitgaven aan onderwijs

De uitgaven aan het primair onderwijs bedragen in Nederland in 2023 1,2% van het BBP. In het voortgezet onderwijs bedragen de uitgaven 2,2%. Voor het po liggen de uitgaven net onder het OESO-gemiddelde. Voor het vo is dat iets hoger dan het OESO-gemiddelde.

Naast deze kernpunten biedt het rapport nog tal van andere data over arbeidsmarkt, opleidingsniveau, werkomgeving van leraren.

Wil je hier meer over lezen?

Sharon Olsthoorn

Senior beleidsadviseur professionele schoolorganisatie

sharonolsthoorn@vo-raad.nl