OCW lanceert nieuwe signaleringswaarde voor reserves bij onderwijsinstellingen

29 juni 2020

De Inspectie van het Onderwijs heeft op verzoek van de ministers van OCW een nieuwe signaleringswaarde ontwikkeld voor het bepalen van de bovengrens van het eigen vermogen van besturen en samenwerkingsverbanden passend onderwijs.

De Onderwijsinspectie gaat deze signaleringswaarde gebruiken in het toezicht op de doelmatigheid. De inspectie benadrukt daarbij dat deze waarde geen absolute norm is, maar in geval van overschrijding de basis vormt voor een gesprek met het betreffende bestuur. In dit gesprek wordt de vermogenspositie in de context geplaatst en besproken wat het beleid is van het bestuur. Context en beleid kunnen aanleiding zijn om (tijdelijk) een hogere vermogenspositie aan te houden dan de signaleringswaarde.

Lees de brief en het advies van de onderwijsinspectie voor meer informatie over de opbouw van de signaleringswaarde.

De VO-raad benadrukt al langer dat schoolbesturen en samenwerkingsverbanden hun reservepositie moeten verantwoorden en de beschikbare middelen zo veel als mogelijk dienen in te zetten voor het onderwijs. Het is belangrijk dat besturen en samenwerkingsverbanden hierover het gesprek aangaan met hun belanghebbenden. Deze signaleringswaarde moet daarvoor een startpunt zijn.

Besturen in het VO spaarden maximaal 244 miljoen euro (2,9%) te veel

De Onderwijsinspectie benadrukt dat de signaleringswaarde een beeld geeft van mogelijk bovenmatig eigen vermogen. De uitkomsten van deze signaleringswaarde kunnen dan ook niet zonder meer bij elkaar worden opgeteld om tot een sectoraal beeld te komen.  
Onder voorbehoud van deze nuancering wordt in de brief geschetst dat besturen in het voortgezet onderwijs een mogelijk bovenmatig eigen vermogen hebben van 244 miljoen euro. Een kleine groep van 8 besturen is gezamenlijk verantwoordelijk voor 28 procent van dit bedrag. Deze 244 miljoen euro betreft éénmalig 2,9% van de jaarlijkse bekostiging.

De door de inspectie ontwikkelde signaleringswaarde is voor alle onderwijssectoren gelijk. Omdat besturen in het funderend onderwijs in de meeste gevallen geen eigenaar zijn van de huisvesting en er veel meer sprake is van kleine(re) besturen leidt deze nieuwe indicator juist in het primair en voortgezet onderwijs tot een soms voorbarige signalering van mogelijk bovenmatige reserves. Daarbij wijkt de signaleringswaarde af van eerder door de Inspectie gehanteerde sectorspecifieke waardes. De genoemde 244 miljoen euro is dan ook een maximale inschatting. In werkelijkheid ligt het cijfer op sectorniveau naar verwachting lager. In de komende jaren wordt onderzocht hoe bij het hanteren van de signaleringswaarde meer recht gedaan kan worden aan sectorspecifieke kenmerken van het funderend onderwijs.

Op dit moment ontwikkelen VO-raad en PO-Raad een benchmark voor besturen in het funderend onderwijs. De reservepositie van een bestuur is daarvan een onderdeel. In de benchmark zullen ook de sectorspecifieke elementen naast deze signaleringswaarde zichtbaar worden gemaakt.

Vervolgacties

Besturen dienen hun vermogenspositie en de onderbouwing daarvan te verantwoorden in gesprekken met de interne stakeholders. Vanaf verslagjaar 2020 zal de nieuwe signaleringswaarde daarvoor de basis zijn in het bestuursverslag en vanaf verslagjaar 2021 wordt deze opgenomen in de jaarrekening. In de meerjarenbegroting kunnen besturen daarnaast laten zien waarom ze sparen voor een investering en voor wanneer deze gepland staat. Ook zal de Inspectie in gesprek gaan met besturen met de hoogste reservepositie.

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs veelal boven de grens

De Onderwijsinspectie heeft ook een signaleringswaarde ontwikkeld voor samenwerkingsverbanden. Alles bij elkaar blijkt dat samenwerkingsverbanden forse bedragen op de plank hebben liggen. Van de 152 samenwerkingsverbanden die er zijn, houden er 133 een te hoge reserve aan. Ook nemen de reserves ieder jaar verder toe. De VO-raad maakt zich zorgen over deze ontwikkeling en roept samenwerkingsverbanden op om de beschikbare middelen zoveel mogelijk in te zetten voor het vormgeven van passend onderwijs. Samen met de PO-Raad en in afstemming met het Netwerk Leidinggevenden Passend Onderwijs en de Sectorraad Samenwerkingsverbanden VO schreef de VO-raad hierover een brief aan alle samenwerkingsverbanden.

Handige tools voor samenwerkingsverbanden zijn te vinden via het Steunpunt Passend Onderwijs en samenwerkingsverbandenopdekaart.nl.