OESO: Kansengelijkheid (en meer) in internationaal perspectief

12 september 2018

Op 11 september 2018 publiceerde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) de nieuwste editie van hun jaarlijkse onderwijsrapport Education at a Glance (EAG 2018). Vele onderwerpen komen aan bod, met als centraal thema kansengelijkheid. Uit het rapport blijkt dat in alle OESO-landen kansengelijkheid een belangrijk punt van aandacht is. In internationaal perspectief presteert Nederland gemiddeld op het bieden van gelijke kansen aan leerlingen.

Het rapport laat zien dat leerlingen met lager opgeleide ouders, veelal een voorspeller voor een lagere sociaal economische status, in alle fases in de schoolloopbaan minder kansen hebben én dat dit effect stapelt. Zo nemen leerlingen met lager opgeleide ouders minder vaak deel aan vroeg- en voorschoolse educatie, ronden zij minder vaak de middelbare school af, en bereiken zij minder hoge niveaus dan hun medeleerlingen met hoger opgeleide ouders. Dezelfde patronen zijn te zien in deelname aan het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt. De overgangen binnen onderwijs  vergroten de ongelijkheid. Aandacht voor alle overgangen in het onderwijs is van groot belang. De VO-raad ziet hier een rol gezien de unieke positie van het voortgezet onderwijs tussen alle sectoren. 

De OESO benadrukt nogmaals dat zowel persoonlijke als sociale omstandigheden leerlingen het realiseren van hun potentieel niet in de weg zouden mogen staan. 

Het Nederlandse onderwijs scoort internationaal op veel punten goed. De OESO concludeert bijvoorbeeld dat de Nederlandse bevolking internationaal gezien hoog opgeleid is en dat dit opleidingsniveau stijgt. Ook heeft Nederland internationaal vergeleken weinig jongeren die niet aan onderwijs of werk deelnemen en is de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt goed. 

Op vele onderwerpen biedt dit rapport een internationaal vergelijkend perspectief voor wie hier interesse in heeft. Andere onderwerpen die aan bod komen zijn: deelname aan onderwijs, het opleidingsniveau van de bevolking, de uitgaven aan onderwijs, salarissen van leraren, aansluiting op de arbeidsmarkt en internationale mobiliteit.