‘Ondersteuning vanuit overheid nodig om inclusief onderwijs mogelijk te maken’

De Tweede Kamer debatteert op woensdag 27 mei over passend en inclusief onderwijs. In aanloop naar het debat stuurde de VO-raad samen met zeven andere onderwijsorganisaties een brief aan de Kamer. Hierin pleiten we voor een heldere integrale aanpak en een transitieplan om de beweging naar inclusief onderwijs mogelijk te maken.

De PO-Raad, VO-raad, Sectorraad GO, Sectorraad Praktijkonderwijs, AVS, Overkoepelend Netwerk Samenwerkingsverbanden, VIVIS en Siméa zien dat het huidige systeem tegen zijn grenzen aanloopt. Steeds meer leerlingen worden naar het gespecialiseerd onderwijs doorverwezen of gaan helemaal niet meer naar school. Ook het aantal kinderen dat gebruikmaakt van jeugdhulp neemt toe. Daarnaast ervaren professionals dat er te weinig ondersteuning voor hen is, zowel binnen als buiten de klas. We hebben als sector en overheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze impasse te doorbreken, aldus de onderwijsorganisaties.

Volgens de VO-raad is de transitie naar inclusief onderwijs een noodzakelijke stap om het stelsel toekomstbestendig te maken. We beseffen hierbij ten zeerste dat deze transitie uitdagend is en gevolgen heeft voor iedereen die in het onderwijs werkt en voor hoe we het onderwijs organiseren. Daarom kan het alleen slagen als de politiek écht kiest voor een inclusief stelsel. Daar hoort dan ook bij dat de overheid de transitie ondersteunt met passende randvoorwaarden en toereikende financiering.

'We zien dat er in het land al veel mooie en goede initiatieven rond inclusief onderwijs zijn en dat het echt van meerwaarde is voor de ontwikkeling van kinderen om samen met leeftijdsgenoten uit de buurt naar een thuisnabije school te kunnen gaan. Tegelijkertijd hebben we gewoon die randvoorwaarden en financiering nodig om dit landelijk mogelijk te maken', aldus de ondertekenaars van de brief. Ontbreken deze randvoorwaarden en financiering, dan sturen we onze mensen op scholen met een ontzettend complexe opgave het bos in, die in onze ogen dan niet haalbaar en realistisch is. Dat moeten we niet willen.

Koers op een heldere en integrale aanpak

In de brief pleit de VO-raad daarom voor een integrale aanpak, waarin onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, zorg en gemeenten nauw samenwerken in of rond de school. Dit betekent ook dat de overheid zorgt voor toezicht waarbij scholen niet worden afgerekend op het bieden van inclusief onderwijs, gerichte investeringen in inclusieve en toegankelijke huisvesting en een solide, samenhangende financiële basis over de verschillende domeinen heen.

Het dichter bij de school organiseren van zorg juichen wij toe. Dit vraagt echter wel om voldoende financiële middelen en de inzet van vakkundige professionals. Het kan en mag niet zo zijn dat deze verantwoordelijkheid bij leraren wordt belegd. Wij vinden het in dit kader dan ook onverantwoord dat scholen door de 'Wet reikwijdte jeugdwet' verantwoordelijk dreigen te worden voor een deel van de jeugdhulp, zonder de benodigde middelen en menskracht.

Maak een robuust transitieplan mogelijk

We pleiten daarnaast voor een zorgvuldig uitgewerkt transitieplan. In de overgangsfase is sprake van een dubbele opgave: scholen werken toe naar inclusief onderwijs, terwijl het gespecialiseerd onderwijs beschikbaar blijft voor leerlingen die op dat moment nog niet de overstap kunnen maken. Dit betekent dat het huidige en het toekomstige systeem tijdelijk naast elkaar bestaan.

Zowel leerlingen op een inclusieve school als leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs hebben recht op goed onderwijs. Zolang een school voor gespecialiseerd onderwijs nodig is, moet daar voldoende expertise aanwezig blijven, ook bij dalende leerlingaantallen. Dit brengt onvermijdelijk extra kosten met zich mee. Zonder een robuust transitieplan komt de beweging naar inclusief onderwijs onder druk te staan, wat op termijn het draagvlak binnen de onderwijssector verder kan verzwakken.

We zijn ervan overtuigd dat ook na de transtitiefase een selecte groep leerlingen behoefte heeft aan een hoogspecialistische onderwijssetting. Voor deze groep blijft het gespecialiseerd onderwijs daarom ook na het afronden van de transitie beschikbaar.

Onderzoek vakbonden naar inclusief onderwijs

De AOb, CNV en FvOv presenteerden op 18 mei jl. hun onderzoek naar inclusief onderwijs waaraan ruim 9.100 medewerkers uit primair, voortgezet en speciaal (basis)onderwijs deelnamen. Ruim de helft staat negatief tegenover de invoering ervan. Volgens de meeste respondenten ontbreekt het aan essentiële voorwaarden om inclusief onderwijs tot een succes te maken: 'kleine klassen, voldoende personeel, passende ondersteuning en geschikte schoolgebouwen zijn volgens hen bijvoorbeeld noodzakelijk.'

De VO-raad vindt het belangrijk dat de vakbonden het draagvlak onder medewerkers heeft onderzocht. Collega’s op de werkvloer moeten goed toegerust zijn om de transitie uit te voeren in de praktijk, met behoud van plezier in hun vak. Veel van de noodzakelijk voorwaarden hiervoor komen ook terug in het onderzoek: goede huisvesting, voldoende tijd en ruimte voor professionalisering, en ondersteuning in en rond de klas. Deze gemeenschappelijke belangen bieden ruimte om snel over in gesprek te gaan, en zijn essentieel om volgende stappen te zetten.

Jessica Tissink

Senior beleidsadviseur passend onderwijs

jessicatissink@vo-raad.nl