Onderwijsraad: structurele en ruime investeringen in onderwijs noodzakelijk

01 september 2021

Voor een duurzame verbetering en ontwikkeling van het onderwijs moeten de bakens in het onderwijsbeleid worden verzet naar meer structurele financiering, naar langetermijndoelen en op sommige punten centrale regie van de rijksoverheid. Ook de gelden in het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) moeten dienen als opmaat naar een meer duurzame verbetering van het onderwijs. Dat zegt de Onderwijsraad in een advies over het NPO aan de regering. Hij adviseert de coalitiepartners in het nieuwe regeerakkoord afspraken te maken over structurele investeringen in het onderwijs en beleid voor duurzame verbetering, en daar vervolgens direct uitvoering aan te geven.

De Onderwijsraad is ervan overtuigd dat structurele en ruime investeringen in het onderwijs cruciaal zijn om op de langere termijn brede welvaart te verzekeren en ziet het incidentele karakter van het NPO dan ook als risico. Het NPO moet daarom ingebed worden in structurele investeringen en integraal langetermijnbeleid. Alleen zo kunnen de al langer bestaande kernproblemen worden aangepakt en de basiscondities voor goed onderwijs op orde gebracht. De Onderwijsraad benoemt vier prioritaire investeringsgebieden: het leraren en schoolleiderstekort, kansengelijkheid (latere selectie, brede brugklassen), de kennisinfrastructuur, en lokale samenwerking om jongeren met extra behoeften breed te ondersteunen.

De Onderwijsraad roept de bewindslieden ook op om de uitvoering van het NPO te versterken met impulsen vanuit het Nationaal Groeifonds en centrale regie te voeren op de investeringen en impulsen, om zo versnippering te voorkomen. Het pleidooi voor structurele investeringen sluit aan bij de voorstellen die onderwijspartijen, waaronder de VO-raad, bij de politiek onder de aandacht brengen.

Monitoring NPO

Tot slot bepleit de Onderwijsraad goed te monitoren hoe het NPO uitpakt in de onderwijspraktijk. Zo is het volgens de raad mogelijk nodig bij een eventueel vervolg van het programma een nieuwe verdeelsleutel te maken, zodat hulp echt terechtkomt bij de groepen leerlingen en studenten die dat het hardst nodig hebben, en moeten scholen mogelijk voldoende tijd krijgen om een gedegen analyse en plan te maken.

Ook de VO-raad heeft er eerder voor gepleit de voortgang van het programma nauwgezet te volgen en in het voorjaar van 2022 te beoordelen of de sector op koers ligt met het programma of dat er meer tijd nodig is. Dit mede in het licht van de vraag of de scholen voldoende mensen kunnen vinden om het programma adequaat uit te voeren.