Onderwijstijd: binnen de wettelijke urennormen is er verrassend veel vrijheid
De Wet modernisering onderwijstijd uit 2015 biedt vo-scholen meer speelruimte dan veel schoolleiders en bestuurders zich realiseren. De wet biedt namelijk ruime kansen op meerdere gebieden: ruimte in roosters, in organisatie, in maatwerk én in professionele ontwikkeling. Scholen mogen weliswaar niet onder de verplichte onderwijstijd komen, maar binnen die urennormen is er verrassend veel vrijheid om het onderwijs naar de eigen onderwijs- en schoolvisie in te richten. In dit artikel lees je wat er moet, maar vooral wat er allemaal kan.
Wat zijn de minimale eisen?
- Minimaal 189 onderwijsdagen per jaar aanbieden;
- Activiteiten tellen als onderwijstijd wanneer ze:
- bewust gepland en verzorgd zijn onder verantwoordelijkheid van de school,
- pedagogisch-didactisch onder leiding van een bevoegde professional staan,
- vooraf instemming hebben van de medezeggenschap.
De wettelijke urennormen per opleiding bedraagt 3700 uur voor het vmbo, 4700 uur voor de havo en 5700 uur voor het vwo.
En wat mag allemaal? Meer dan je denkt
Binnen deze kaders hebben scholen brede ruimte om het onderwijsprogramma naar eigen visie vorm te geven. Dat betekent:
- zelf bepalen hoeveel (les)uren per vak worden aangeboden;
- zelf de lengte van lessen en onderwijsactiviteiten bepalen;
- zelf vormgeven hoe het rooster wordt opgebouwd;
- zelf beslissen welke activiteiten verplicht zijn;
- flexibel omgaan met vakanties en roostervrije dagen.
Die ruimte is geen administratieve voetnoot — het is strategische bewegingsvrijheid. Denk bijvoorbeeld aan:
- projectonderwijs binnen en buiten de school;
- stages en maatschappelijke opdrachten;
- samenwerking met bedrijven, culturele instellingen of overheden;
- colleges en vakken aan hogeschool of universiteit;
- blended of afstandsonderwijs;
- onderwijsleerpleinen, coachinguren, keuzewerktijd of leerlabs.
Maatwerk mogelijk maken zonder het systeem te verstoren
Juist omdat de urennorm per opleiding geldt (en niet per leerling of per leerjaar), ontstaat er ruimte om variatie aan te brengen. Bijvoorbeeld:
- leerlingen meer of minder lesuren per vak geven;
- leerlingen vakken op hoger niveau laten volgen of versnellen (bijv. vwo-doorstroom);
- extra vakken aanbieden of verdiepingstrajecten organiseren;
- plusdocumenten of cum laude constructies inzetten;
- onderwijsactiviteiten aanbieden aan specifieke groepen leerlingen;
- in het belang van een individuele leerling óf naar boven óf naar beneden afwijken van de urennorm.
Brochure: Ontdek de ruimte - Ruimte in regels in het voortgezet onderwijs
Vanuit de overheid zijn er geen regels voor de lestaak van leraren. Wel gelden er regels voor onderwijstijd voor leerlingen. Is onderwijstijd hetzelfde als lestijd? Moeten alle leerlingen op een schoolsoort evenveel uren onderwijs volgen? Lees alles over onderwijstijd en de mogelijkheden die er zijn binnen de wet om je eigen schoolvisie gestalte te geven in deze brochure van de Inspectie van het Onderwijs.



