Onderzoek toont duidelijk effect van Lerarenbeurs

12 mei 2022

De Lerarenbeurs voorziet duidelijk in een behoefte en wordt door de meeste deelnemers positief beoordeeld. De beurs draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit en positie van leraren en zorgt voor een verhoging van het kwalificatieniveau. Dat blijkt uit onderzoek naar de professionalisering van leraren en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de Lerarenbeurs.

In opdracht van het ministerie van OCW hebben MOOZ, CAOP en Centerdata hiernaar onderzoek gedaan. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van bestaande data en zijn nieuwe gegevens verzameld door middel van enquêtes en interviews. Het rapport is naar de Tweede Kamer gestuurd, de ministers komen nog met een reactie op het rapport.

Uit het onderzoek blijkt dat circa 80 procent van de Lerarenbeursontvangers hun opleiding succesvol afrondt en dat de meesten hiervan ook in het onderwijs blijven werken. Het opleidingsrendement ligt in het vo iets lager. Voor alle sectoren geldt dat de meeste leraren (80%) de opleiding niet hadden gevolgd als ze de Lerarenbeurs niet hadden gekregen.

In afwachting van de resultaten van dit onderzoek is de subsidieregeling voor de Lerarenbeurs met één jaar verlengd en is deze dus ook in 2022 beschikbaar. Op basis van het onderzoek wordt nu gesproken over eventuele aanpassing van de Lerarenbeurs. De VO-raad is hierbij betrokken.

Professionaliseringbehoeften

De meeste leraren in Nederland zijn gemotiveerd om zichzelf verder te ontwikkelen. Het verbeteren van kennis en begrip van het vak(gebied) is de meest genoemde reden voor professionalisering. Daarnaast worden pedagogische vaardigheden en ict-vaardigheden genoemd. Kortdurende professionaliseringsactiviteiten richten zich vooral op (verbetering van) het huidige werk en bij het volgen van een langdurige opleiding met de Lerarenbeurs speelt de onderwijsloopbaan (bijvoorbeeld een andere functie of uitbreiding van taken) een belangrijkere rol.

Professionaliseringsactiviteiten

Bijna alle leraren nemen jaarlijks deel aan één of meer professionaliseringsactiviteiten. Vaak gaat het daarbij om een combinatie van formele en informele activiteiten. In het vo wordt vaak deelgenomen aan kortdurende opleidingen, cursussen of trainingen en aan teamgerichte scholing. Qua leeftijdsklasse valt op dat jongeren relatief vaker op vakinhoudelijk en pedagogisch vlak willen ontwikkelen en ouderen vooral behoefte hebben aan verbetering van hun ict-vaardigheden. Jongeren volgen vaker langdurige opleidingen of cursussen dan hun oudere collega’s. Gemiddeld genomen besteden leraren en docenten zo’n 80 uur per jaar aan professionalisering. Dit komt redelijk overeen met de cao-afspraken over professionalisering en nascholing.

Organisatie van professionalisering

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste leraren periodiek een formeel gesprek houden met hun leidinggevende, waarin ook over hun persoonlijke ontwikkeling wordt gesproken. Concrete afspraken over de persoonlijke ontwikkeling worden daarin echter nog weinig gemaakt. Wat betreft de door leraren ervaren belemmeringen, speelt vooral de (beschikbare) tijd een grote rol. Het is in de praktijk soms lastig om (voldoende) tijd vrij te spelen voor professionalisering, vanwege werkdruk, weinig ruimte in het rooster en een gebrek aan vervanging. Indien scholen de deelname aan professionalisering willen stimuleren, is het dan ook van belang dat hier meer tijd voor wordt ingeruimd.