Positieve opbrengsten 10-14 onderwijs; nog aantal (wettelijke) knelpunten

03 juni 2021

Het is nog te vroeg om iets te kunnen zeggen over de opbrengst van 10-14 onderwijs voor de schoolloopbaan van leerlingen; wel kan geconcludeerd worden dat leraren, leerlingen en ouders over het algemeen positief zijn over dit onderwijsconcept. Dit staat in de eindrapportage van de ‘Monitor 10-14 onderwijs’, waarin twaalf 10-14 initiatieven gevolgd zijn. Uit de rapportage zijn succesfactoren en aandachtspunten te halen voor scholen die ook met dit concept willen starten. Ook vestigt het rapport opnieuw de aandacht op een aantal wettelijke knelpunten, die het op een goede manier organiseren van het 10-14 onderwijs nog belemmeren.

De eerste twaalf 10-14 initiatieven van Nederland zijn drie schooljaren gevolgd voor onderzoek door onderzoeksbureau Oberon. Het onderzoek startte in het schooljaar 2017-2018 met de eerste zes initiatieven; in 2018-2019 volgden de andere zes. Een belangrijk doel van deze initiatieven is om de schoolloopbaan van leerlingen te optimaliseren. Alle 10-14 initiatieven streven naar een soepelere doorstroom tussen po en vo, onder meer door het curriculum en de didactiek meer op elkaar te laten aansluiten. En ook de uitgestelde niveaubepaling is - voor de meeste initiatieven - een belangrijke manier om te werken aan een soepelere overgang. 

Daarnaast is maatwerk bieden een hoofddoel: binnen het 10-14 onderwijs gaat men met leerlingen aan de slag met gepersonaliseerd leren, algemene persoonsvorming, het versterken van sociale competenties en/of persoonlijke begeleiding en coaching.

Succesfactoren en aandachtspunten

Op bovenstaande punten zijn belangrijke vorderingen gemaakt, zo blijkt uit de rapportage. Over de opbrengst van 10-14 onderwijs voor de schoolloopbaan van de leerlingen is in dit stadium nog niets te zeggen, zo wordt aangegeven. Maar wel wordt geconcludeerd dat leraren, leerlingen en ouders over het algemeen tevreden zijn over het 10-14 onderwijs, met name over het onderwijsconcept. Ouders zijn ook positief over de kleinschaligheid van het onderwijs en de betrokkenheid van leraren. Leraren noemen dat het onderwijs hen veel energie geeft, door het persoonlijke contact met de leerlingen en het gezamenlijk ontwikkelen van onderwijs. 

De initiatieven noemen hierbij een aantal succesfactoren, die volgens hen belangrijk zijn om tot dit goede 10-14 onderwijs te komen. Belangrijk hierbij zijn onder meer: kleinschaligheid, gemotiveerd en enthousiast personeel, zelfstandigheid bij leerlingen, een goede voorbereiding en een gezamenlijk bestuur voor po en vo.

Specifieke punten waar scholen op moeten letten zijn onder meer de communicatie met ouders (transparantie) en kwaliteitsborging, vooral als het gaat om de overdraagbaarheid van werkwijzen en producten. Een ander aandachtspunt is de continuïteit van de schoolloopbaan van leerlingen. Veel initiatieven hebben nog beperkt zicht op hoe het de leerlingen vergaat na hun overstap naar een reguliere vo-school. 

Wettelijke knelpunten 

Er is daarnaast nog sprake van een aantal wettelijke regels, die het verder brengen van het 10-14 onderwijs belemmeren, zo staat in de rapportage. Eerder werd dit in een tussenrapportage al onderstreept. Toen was een fundamenteel knelpunt bijvoorbeeld het stelsel van bevoegdheden, waardoor er beperkingen zijn voor po-leraren om les te geven in het vo en vice versa. Als oplossing heeft de minister daarop een experiment Teambevoegdheid gestart. Dit houdt in dat het 10-14 onderwijsteam gezamenlijk de benodigde bevoegdheden bezit, zonder dat dit hoeft te gelden voor elke individuele leraar. Scholen konden zich hiervoor aanmelden. 

Er is echter ook nog een aantal bestaande knelpunten. Zo verschillen de cao’s voor het po en vo, waardoor leraren met een bevoegdheid voor po of vo een verschillende waardering krijgen voor dezelfde werkzaamheden. Administratieve last wordt veroorzaakt door gescheiden geldstromen van po en vo en doordat een 10-14 initiatief onder verschillende BRIN-nummers valt. Verder zouden veel 10-14 initiatieven liever werken zonder eindtoets en schooladvies. Ze zien de eindtoets als een tussentoets en het schooladvies als een tussentijds advies. Tenslotte ziet de Inspectie van het Onderwijs de 10-14 initiatieven niet als één geheel maar als onderdelen van verschillende po- en vo-scholen, die apart worden bezocht.

Vervolg

De verschillende 10-14 initiatieven worden niet verder gevolgd door dit onderzoek. De minister schrijft in de begeleidende brief bij het rapport aan de Kamer dat hij vanwege de demissionaire status van het kabinet verder niet ingaat op de overgang van po naar vo, waar 10-14 onderwijs deel van uitmaakt. 

De 10-14 initiatieven gaan de komende periode uiteraard gewoon door. Momenteel zijn er ruim twintig van deze initiatieven, en starten er komend schooljaar in ieder geval vier nieuwe.