Pilot Recht op maatwerk

Dertig vo-scholen doen mee aan een pilot met verschillende vormen van onderwijs op maat voor leerlingen. Met de pilot willen de VO-raad, het ministerie van OCW en scholierenorganisatie LAKS onderzoeken hoe een ‘recht op maatwerk’ van leerlingen in de praktijk kan worden vormgegeven en wat het leerlingen oplevert.

De leerlingen van deelnemende scholen krijgen veel ruimte om hun opleiding zo samen te stellen dat hun talenten het beste tot uiting komen. Zij worden bijvoorbeeld aangemoedigd om hun beste vakken op een hoger niveau te volgen, extra vakken te volgen naast het standaard lesprogramma of alvast vakken te volgen op een vervolgopleiding. LAKS-bestuurslid Philip van der Leest verwoordde treffend het belang van de pilot: “Als leerlingen op zichzelf afgestemd onderwijs kunnen volgen, geeft dat meer motivatie en kunnen ze het optimale uit zichzelf halen.”   

Steeds meer middelbare scholen willen hun onderwijs beter aan laten sluiten bij de specifieke behoeften en talenten van leerlingen. In de wet is daar de laatste jaren meer ruimte voor gekomen maar in de praktijk wordt die ruimte door scholen nog niet altijd benut of maken leerlingen weinig gebruik van de mogelijkheden op school. Zo bestaat de mogelijkheid voor leerlingen om vakken op een hoger niveau te volgen. En sinds vorig jaar mogen scholen hun onderwijstijd anders indelen om tijd vrij te spelen voor een stage of een vak aan een andere opleiding.

Onderwijsinspectie: angst onnodig
Angst voor de Onderwijsinspectie kan ambities van scholen vroegtijdig de kop indrukken. Onderwijsinspecteur Sven Baijens benadrukt tijdens de kick-off echter dat die angst ongegrond is. “Scholen met plannen denken soms: het zal wel niet mogen. In 98% van de gevallen is dat niet waar. Waar het ons als toezichthouder om gaat, is dat een plan weldoordacht is en in het belang van de leerlingen. We kijken altijd naar de context. Zeker in het geval van scholen die maatwerk gaan leveren”, zegt Baijens.
Het mooie aan deze pilot is dat scholen het gewoon kunnen gaan doen en dat ze ondersteuning krijgen als ze tegen problemen aanlopen.

Op steeds meer scholen gebeurt dit ook, maar maatwerk blijft vaak beperkt tot een klein deel van de leerlingen. De bedoeling van de pilot is om maatwerk voor grotere groepen leerlingen mogelijk te maken. Daarnaast wordt onderzocht hoe een recht op maatwerk in de praktijk van een school vorm kan krijgen en waar scholen en leerlingen nog tegenaan lopen. Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad: ‘Scholen willen graag meer maatwerk bieden maar zoeken naar een goede volgende stap. Het mooie aan deze proef is dat scholen het gewoon kunnen gaan doen en dat ze ondersteuning krijgen als ze tegen problemen aanlopen. En van de ervaringen die zij opdoen, kunnen straks ook alle andere scholen profiteren.’

Opbrengsten in beeld
De proef loopt twee jaar en wordt intensief gevolgd door onderzoekers van bureau Regioplan. Doel is om in beeld te brengen hoe de verschillende pilotscholen hun maatwerkbeleid vormgeven, wat het oplevert, en waar de balans ligt tussen praktische uitvoerbaarheid en juridische borging. Over het nut van maatwerk is Carolien Hueting van het Spinoza Lyceum, een van de voorlopers, heel helder: “Wij merken dat het geweldig werkt voor de motivatie van leerlingen. Maatwerk zegt een leerling: ik word gezien. Daar draait het om.”


Staatssecretaris Dekker wil uiteindelijk in de wet regelen dat leerlingen op alle middelbare scholen gebruik kunnen maken van de ruimte om te versnellen, zich te verbreden of verdiepen in hun opleiding. Hij vertaalt het recht op maatwerk vooralsnog echter niet in het kunnen volgen van vakken op een lager niveau: “Vanuit onze gezamenlijke stelselverantwoordelijkheid is dat heel riskant. Alle instellingen voor vervolgonderwijs weten nu wat ze aan een bepaald diploma hebben, wat deze waard is. Willen we dat in Nederland behouden, dan moet ook de waarde van maatwerkdiploma’s geborgd zijn.”

Bekijk hier een kaart van Nederland met de deelnemende scholen aan de pilot.