Raad van State zeer kritisch op wetsvoorstel Strategisch personeelsbeleid
Recent heeft de Raad van State een kritisch advies gepubliceerd over het wetsvoorstel Strategisch personeelsbeleid en arbeidsmarktregelingen. Hoewel strategisch personeelsbeleid een waardevol instrument is voor schoolbesturen om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te waarborgen, wordt volgens de Raad van State onvoldoende duidelijk waarom een wettelijke regeling noodzakelijk, geschikt en effectief is om de beoogde doelen te bereiken.
Het wetsvoorstel is in juni 2025 door OCW ter overweging naar de Raad van State gestuurd en bevat twee onderdelen. Allereerst worden schoolbesturen verplicht om strategisch personeelsbeleid te voeren, gericht op bevordering van vakbekwaamheid, duurzame inzetbaarheid en het behoud van onderwijspersoneel. Daarnaast wil de regering met enkele (arbeidsvoorwaardelijke) arbeidsmarktmaatregelen duurzame arbeidsrelaties van leraren stimuleren om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken en de continuïteit van het onderwijs te waarborgen.
Strategisch personeelsbeleid
De Raad van State zegt dat het wetsvoorstel onvoldoende motiveert dat een wettelijke verplichting voor strategisch personeelsbeleid noodzakelijk, geschikt en effectief is. Hoewel strategisch personeelsbeleid een waardevol instrument is voor schoolbesturen om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te waarborgen, moet de verplichting voor strategisch personeelsbeleid worden afgewogen tegen de vrijheid en verantwoordelijkheid die schoolbesturen hebben om in hun eigen inrichting te voorzien.
De deels praktische belemmeringen die schoolbesturen daarbij tegenkomen, worden door het wetsvoorstel niet weggenomen. Ook vergroot de verplichting de administratieve last op schoolbesturen en is onvoldoende aandacht besteed aan andere manieren waarop de regering schoolbesturen kan ondersteunen om van strategisch personeelsbeleid werk te maken. De raad adviseert daarom de wettelijke verplichting voor strategisch personeelsbeleid te heroverwegen.
Arbeidsmarktmaatregelen
Ook de voorgestelde arbeidsvoorwaardelijke maatregelen beogen op zichzelf reële problemen op te lossen. De bedoeling is om duurzame arbeidsrelaties te stimuleren en de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar te vergroten. Volgens de Raad ontbreekt het echter ook hier aan een dragende motivering voor de noodzaak, geschiktheid en effectiviteit van het opnemen van deze maatregelen in een wettelijke regeling.
Schoolbesturen worden met de arbeidsvoorwaardelijke maatregelen beperkt in hun mogelijkheden om in de huidige arbeidsmarkt flexibel in te spelen op ontwikkelingen en om gaten in het personeelsbestand zo goed mogelijk te dichten. Tijdelijke financiering en incidentele behoefte aan expertise nopen schoolbesturen om sterker te leunen op tijdelijke arbeidsovereenkomsten en externe inhuur. Ook wordt niet duidelijk hoe de arbeidsmarktmaatregelen zich verhouden tot bestaande cao-afspraken en het recht op collectief onderhandelen.
Standpunt VO-raad
De VO-raad onderschrijft – net als de Raad van State - het belang van goed strategisch personeelsbeleid voor de kwaliteit van het onderwijs en de aantrekkelijkheid van het beroep maar heeft een aantal principiële, zwaarwegende bezwaren op het wetsvoorstel. Deze bezwaren richten zich in het bijzonder op de arbeidsvoorwaardelijke maatregelen die in het wetsvoorstel zijn opgenomen en zijn door de VO-raad al eerder in het wetstraject kenbaar gemaakt. Hierbij is uitdrukkelijk opgeroepen om het voorstel op een aantal belangrijke punten aan te passen.