Scenario’s moeten voorspelbaarheid aanpak covid-19 in het onderwijs vergroten

15 april 2022

Hoe voorkomen we dat scholen bij een opleving van de pandemie opnieuw hun deuren moeten sluiten? Deze vraag staat centraal in de (middel)lange aanpak voor Covid-19 voor het funderend onderwijs die het kabinet op 14 april presenteerde. Al eerder had het kabinet het openhouden van de kinderopvang en het onderwijs tot hoogste prioriteit verheven.
UPDATE: Op 19 april heeft de Tweede Kamer de vijfde tijdelijke wet covid aangenomen, waarbij alleen de coalitiefracties voorstemden. Naar verwachting heeft deze wet geen meerderheid in de Senaat, onduidelijk is nog wat de gevolgen hiervan zijn voor de zesde tijdelijke wet covid. In deze zesde tijdelijke wet wordt de mogelijkheid voor het kabinet om het onderwijs te sluiten uit de gereedschapskist gehaald.


De prijs van een scholensluiting is hoog, en - na achteraf blijkt - misschien wel te hoog geweest. De impact op het leren, de motivatie en het welbevinden van leerlingen is enorm gebleken. Leerlingen hebben leervertragingen opgelopen waarbij kwetsbare leerlingen ook nog eens extra zijn geraakt door de crisis. Dat het openhouden van scholen cruciaal is om psychische problemen en leervertragingen te voorkomen blijkt ook uit internationaal onderzoek van OESO. Het onderzoek laat zien dat psychische stress tot lagere prestaties en substantieel meer kans op uitval en zittenblijven leidt.

De crisis - met steeds verschillende maatregelen die soms kort tevoren werden aangekondigd - heeft ook veel van het organisatievermogen en de veerkracht van al het onderwijspersoneel gevraagd. Voor de vo-sector is het protocol meer dan 30 keer aangepast. De VO-raad heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk aangedrongen op meer duidelijkheid en voorspelbaarheid in het beleid en de maatregelen van het kabinet.   

Werken met scenario’s

Al eerder - op 1 april - had het kabinet de hoofdlijnen voor een landelijke aanpak voor de (middel)lange termijn Covid-19 bekend gemaakt, wetende dat het coronavirus onder ons zal blijven. Het openhouden van de samenleving en het bieden van toegankelijke zorg zijn daarin de centrale doelen. Sectoren zijn zelf aan zet om zich voor te bereiden en preventieve maatregelen te treffen.

Het kabinet introduceerde een viertal scenario’s waar sectoren zich op voor moeten bereiden. Deze scenario’s zijn vertaald naar de situatie voor het funderend onderwijs. Het doel van deze scenario’s om een voorspelbaar beleid te kunnen volgen, mocht dat onverhoopt weer nodig zijn.

Scenario 1: Verkoudheid

Scholen volledig open zonder maatregelen
 
Scenario 2: Griep+

Scholen volledig open met lichte (basis)-maatregelen

 
Scenario 3: Continue strijd

Scholen volledig open met pakket maatregelen
 
Scenario 4: Worst case

Scholen niet volledig open

 

De hoofdlijnen op een rij:

  • Elke leerling krijgt goed onderwijs, ook gedurende een crisis; bij voorkeur gaat het onderwijs fysiek door, en anders op afstand.
  • Overheid en schoolbesturen zorgen via preventieve maatregelen voor veilige scholen (zelftesten, tijdige vaccinatie, ventilatie e.d.).
  • Er komt duidelijkheid op welke scenario’s scholen zich voor moeten bereiden, waardoor scholen panklare draaiboeken kunnen uitwerken.
  • Er is een agenda om de wendbaarheid van het onderwijs te vergroten, en daarmee de impact van een nieuwe crisis op het onderwijs te beperken.
     

Vergroting wendbaarheid

Het kabinet kiest voor een agenda om de wendbaarheid te vergroten, o.a. in de toetsing en afsluiting. Het gaat daarbij o.a. om een betere positionering van het eindexamen, inzet van digitale examens, meerdere afnamemomenten en het beter benutten van ruimte bij het schoolexamen. De VO-raad vindt dit een goede zaak. De afgelopen corona-jaren is gebleken dat ons eindexamensysteem zo strak is ‘dichtgeregeld’ dat er geen of nauwelijks ruimte is om nog aanpassingen te kunnen doen. De beperkte keuzes die vervolgens resteerden hadden soms een rigoureus karakter, zoals het afgelasten van het centraal examen of het invoeren van een duimregeling. De VO-raad pleit ervoor om het centraal examen op een robuustere, minder kwetsbare manier te organiseren. Zo maakt een betere spreiding van de afname van de centrale examens over het jaar heen het systeem minder kwetsbaar. De sector heeft verder al veel ervaring opgedaan met bijvoorbeeld digitale examens in het beroepsgerichte vmbo.

Het voorstel om meer maatwerk in de overgangen mogelijk te maken en groepen leerlingen meer tijd en ruimte te bieden om kansrijk over te stappen juichen we eveneens toe. In de brief wordt als mogelijkheden genoemd een vijfjarig vmbo en/of een zesjarige havo, en een oriëntatiejaar na het voortgezet onderwijs. Dit sluit naadloos aan bij ons pleidooi dat we in maart hebben gedaan om deze generatie jongeren weer perspectief te bieden op een goede afsluiting en een succesvolle start in het vervolgonderwijs.

Vakanties en open dagen

Een vraagstuk dat op korte termijn om een antwoord vraagt is de vakantieplanning. In het plan wordt als concreet voorbeeld het verschuiven van een week zomervakantie naar de kerstvakantie genoemd. Het virus heeft zich tot dusver vooral in de winterperiode gemanifesteerd waardoor er de afgelopen jaren rondom de kerstvakantie onverhoopt schoolsluitingen zijn afgekondigd. Het verschuiven van een vakantieweek heeft echter veel voeten in aarde. De VO-raad pleit ervoor om vooral te kijken naar alternatieve invullingen hiervan, bijvoorbeeld door de week voor of na de kerstvakantie tot ‘nationale week van het afstandsonderwijs’ te bestempelen of juist deze tijd in te ruimen voor onderwijsontwikkeling of professionaliseringsactiviteiten.

Ook de traditionele open dagen konden de afgelopen twee winters nauwelijks fysiek doorgang vinden. Ook dit vraagstuk behoeft een oplossing op korte termijn en vraagt bovendien om een goede regionale afstemming. Verspreiding van de open dagen over meerdere momenten in het jaar biedt meer zekerheid dat scholen kunnen laten zien wat ze in huis hebben en aspirant leerlingen kunnen ontdekken welke middelbare scholen goed aansluiten bij hun wensen en talenten.

Deze en andere voorstellen worden de komende maanden nader uitgewerkt in concrete plannen. De VO-raad is hier nauw bij betrokken.