Scholen kunnen meer doen om leerlingen te motiveren

10 oktober 2019

Nederlandse scholen zetten zich in om leerlingen te motiveren, maar laten daarbij mogelijkheden onbenut, aldus de Inspectie van het Onderwijs. Motiverend onderwijs blijkt meer buiten dan in de klas plaats te vinden, in de vorm van extra aanbod.

Uit internationaal onderzoek blijkt dat Nederlandse scholieren minder gemotiveerd zijn dan hun leeftijdsgenoten in andere landen. In het recent verschenen rapport ‘Motivatie om te leren: motiverende kenmerken van het voortgezet onderwijs’ laat de inspectie zien welke mogelijkheden scholen hebben om de motivatie te vergroten.

Uit literatuurstudie is bekend welke elementen een rol spelen bij het motiveren van leerlingen. In het rapport brengen de onderzoekers in kaart welk van deze elementen in de Nederlandse onderwijspraktijk worden toegepast. Zij concluderen dat het hebben van een positieve relatie met de leerling, het schetsen van een toekomstperspectief en het opdoen van succeservaringen motiverende elementen zijn die vaak in de klas benut worden. In de lessen werden minder vaak aangetroffen: doelgerichtheid, uitdaging, hoge verwachtingen en feedback. Nauwelijks aanwezig zijn: hogere denkvaardigheden bij leerlingen aanspreken en hen ruimte bieden voor eigen regie over het leerproces.

Uitleggen waarom

De inspectie geeft ook aan hoe het beter kan, bijvoorbeeld door lessen meer uitdagend aan te bieden en leerlingen duidelijker te maken wat het nut is van een opdracht en toetsen. Ook helpt het om leerlingen proces feedback te geven: uitleggen waarom een antwoord goed of fout is en hoe een leerling tot een antwoord kan komen.

Teveel gericht op toetsen

De analyse en aanbevelingen uit het rapport sluiten aan bij het pleidooi van de VO-raad voor meer onderwijs op maat en flexibilisering van de examinering. Het Nederlandse onderwijs is in hoge mate gericht op toetsen en resultaten. Er lijkt hier sprake van de wet van Campbell: als toetsresultaten het doel worden, verliezen ze hun waarde en zullen zij ongewenste effecten hebben op het leerproces. Nederlandse leerlingen lijken vooral extrinsiek gemotiveerd te zijn, gericht op het behalen van goede cijfers en een diploma. Het is nodig dat de examensystematiek, net als het onderwijs en de onderwijsorganisatie, meer flexibel wordt.

Wat motiveert?

  1. De school zorgt voor een veilige en ordelijke omgeving voor leerlingen.
  2. Het onderwijs is doelgericht.
  3. De school biedt een uitdagend leerstofaanbod.
  4. De leerlingen worden gestimuleerd 'hogere denkvaardigheden' te gebruiken.
  5. De leerlingen krijgen effectieve/ constructieve feedback.
  6. De school laat zien dat ze hoge verwachtingen heeft van leerlingen.
  7. De leerlingen doen succeservaringen op.
  8. Er is sprake van een positieve relatie tussen de school en de leerlingen.
  9. De leerlingen hebben regie over hun leerproces.
  10. Leerlingen hebben een perspectief op de toekomst.