Slob: uitsluiting leerlingen van onderwijs mag nooit

13 maart 2019

Scholen mogen een vrijwillige ouderbijdrage vragen om extra activiteiten en programma’s zoals tweetalig onderwijs te organiseren, maar het niet betalen van deze bijdrage mag nooit leiden tot uitsluiting, schrijven de ministers Slob en Van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de Schoolkostenmonitor 2018/2019. De VO-raad steunt dit uitgangspunt, maar bepleit dit niet toe te passen op verrijkende onderwijsprogramma’s als tweetalig onderwijs en technasia en op de financiering van digitale leermiddelen, zolang aanvullende middelen hiervoor ontbreken.

Er is sprake van een lastig dilemma tussen kansengelijkheid aan de ene kant en het in stand houden van een rijk gevarieerd onderwijsaanbod aan de andere kant. De leden van de VO-raad hebben tijdens de Algemene Ledenvergadering van november 2018 twee afspraken geformuleerd: scholen moeten duidelijk communiceren dat de ouderbijdrage vrijwillig is, conform de wettelijke bepalingen hierover, en het niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage mag geen reden zijn voor uitsluiting van activiteiten die onder verantwoordelijkheid van de school worden georganiseerd. Twee zaken zijn echter buiten de afspraken gehouden: onderwijsinhoudelijke programma’s als tweetalig onderwijs, technasia en LOOT en de bekostiging van devices.

Extra onderwijsprogramma’s worden veel aangeboden (zo’n 36.000 leerlingen volgen bijvoorbeeld tweetalig onderwijs) en hebben voor leerlingen duidelijk meerwaarde, maar kunnen zonder ouderbijdrage niet worden bekostigd omdat de lumpsum hierin niet voorziet. Als voor deze programma’s ook gaat gelden dat iedere leerling, ongeacht het wel of niet betalen van de ouderbijdrage, hieraan moet kunnen deelnemen, dan bestaat het reële risico dat ze om financiële redenen niet meer kunnen worden aangeboden. Dit zou een verschraling van het onderwijsaanbod betekenen. De VO-raad is er beducht voor dat dergelijke extra voorzieningen – indien niet meer door de school georganiseerd – door het privéonderwijs aangeboden zullen worden; de vraag vanuit ouders en leerlingen naar dergelijke programma’s blijft immers bestaan. Vanuit het perspectief van kansengelijkheid is dit uiteraard ook onwenselijk. Extra financiering vanuit de overheid voor extra onderwijsprogramma’s zou een einde maken aan het dilemma. Tot nu toe is het pleidooi van de VO-raad hiervoor echter onbeantwoord gebleven.

De ministers vinden de afspraken van de ALV van de VO-raad niet ver genoeg gaan. Uit het onderzoek ‘Kosten voor tweetalig onderwijs in het vo’ dat OCW ook liet uitvoeren, blijkt dat een derde van de scholen die dit aanbieden, leerlingen uitsluit als ouders de gevraagde bijdrage niet betalen, zo schrijven zij. ‘Dit leidt tot tweedeling in het onderwijs en dat vinden we onacceptabel. Daarom gaan we regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.’ (…) ‘Verrijkende programma’s en maatwerk mogen niet alleen beschikbaar zijn voor degenen die daar extra voor kunnen betalen.’

Devices

Uit de Schoolkostenmonitor blijkt dat meer ouders dan twee jaar geleden kosten maken voor ICT-benodigdheden en dat de bedragen die ouders opgeven hoger zijn. De ministers vinden dat ieder kind de kansen die digitale leermiddelen bieden, moet kunnen benutten. Werken op papier is daarbij geen volwaardig alternatief van een digitale leeromgeving. Op het moment dat het bezit van een laptop of tablet voor het leerproces noodzakelijk is geworden, dienen scholen hierin zelf te voorzien als ouders deze zelf niet kunnen aanschaffen, aldus de bewindslieden.

De VO-raad is van mening dat devices als laptops en tablets leermiddelen zijn zoals boeken en door de overheid bekostigd dienen te worden. De raad pleit hier al geruime tijd voor en wil dat de kosten voor het financieren van devices worden meegenomen  in het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging.

De Schoolkostenmonitor wordt iedere twee jaar uitgebracht en geeft zicht op de verschillende schoolkosten die ouders/leerlingen maken.