Update nieuwe bekostigingssystematiek lwoo en pro

16 juni 2022

In afwachting van de nieuwe bekostigingssystematiek voor lwoo en pro is de bekostiging bij de invoering van passend onderwijs bevroren. De deelnamepercentages van de verschillende samenwerkingsverbanden op 1 oktober 2012 zijn bepalend voor de hoogte van de bekostiging. Omdat de werkelijke aantallen leerlingen lwoo en pro steeds meer afwijken van die in 2012, is dit een zeer onwenselijke situatie. OCW heeft aangegeven de nieuwe bekostingsysstematieken voor het lwoo en pro gelijktijdig te willen invoeren.

Nieuwe bekostingsysstematiek lwoo

Het CBS heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar een indicator voor lwoo-bekostiging, die zoveel mogelijk samenhangt met de prognose lwoo. De na uitgebreide en zorgvuldige berekeningen als meest geschikt bevonden indicator zal gelijk of vrijwel gelijk zijn aan de SE-achterstandsindicator die nu al voor het po geldt, en voor het vo voor wat betreft de NPO-middelen. De indicator is een samengestelde indicator. Hierin zijn kenmerken opgenomen als opleidingsniveau van de ouders, herkomst van de ouders, verblijfsduur in Nederland van de moeder, zijn kinderen statushouders en zitten de ouders al dan niet in de schuldsanering.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat de doelgroep die op basis van sociaal-emotionele problematiek bij een IQ boven 90 (23%) lwoo ontvangt, evenredig verdeeld is over de samenwerkingsverbanden, hiervoor is dus geen vervolganalyse nodig. 

Nieuwe bekostingsysstematiek pro 

Over directe bekostiging van het pro staat de volgende zinssnede in het regeerakkoord; ‘We werken toe naar een rechtstreekse financiering van het pro met inachtneming van het lopende onderzoek dat hiernaar wordt uitgevoerd door Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt Nijmegen (KBA). De VO-raad heeft hier tot op heden geen standpunt over ingenomen in afwachting van de verschijning van het onderzoeksrapport. Inmiddels is dit rapport gepubliceerd

Advies op hoofdlijnen

KBA adviseert om toe te werken naar ongedeelde bekostiging rechtstreeks aan de pro-scholen, waarbij het swv de Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) af blijft geven. Daarmee krijgt het pro een rechtstreekse volledige bekostiging. De omvang van de doelgroep is al jaren redelijk stabiel en de doelgroep blijft door handhaving van de landelijke criteria min of meer hetzelfde. Het swv komt in een combinatie-positie: het pro blijft binnen de invulling van het dekkende aanbod van het swv in de regio. Het swv maakt een onafhankelijke afweging over de toelaatbaarheid. Hiermee zijn ook problemen rond grensverkeer opgelost. De school waar de leerling naartoe gaat, ontvangt de ongedeelde bekostiging rechtstreeks.

KBA adviseert om de middelen voor het pro eenmalig te verrekenen met het budget voor lichte ondersteuning op basis van het schoolplaatsbeginsel. 

De VO-raad kan zich inhoudelijk grotendeels vinden in de uitkomsten van beide onderzoeken, maar heeft nog wel een aantal vragen en aandachtspunten over de (stapeling van) herverdeeleffecten voor een aantal regio’s. In dat kader dringt de VO-raad aan op nadere informatie en een zorgvuldige overgangsregeling.