Kritische Kamer steunt ontwerpfase 2032 voorwaardelijk

16 maart 2016

Staatssecretaris Dekker heeft voldoende draagvlak in de Tweede Kamer om de ontwerpfase 2032 in gang te zetten. Dat bleek op 9 maart in een debat over het eindadvies Ons Onderwijs 2032. Desalniettemin diende de Kamer tal van moties in, waarover op 15 maart is gestemd.

Hoewel Kamerleden het advies in grote lijnen als belangrijke basis waarderen, plaatsten zij tijdens het debat ook kanttekeningen. Zo is er weinig aandacht voor het (beroepsgerichte) vmbo in het advies en blijft men huiverig voor het samenvoegen van vakken in domeinen en het invoeren van thematisch gestuurd onderwijs. Dekker stelde de Kamer gerust met de uitleg dat "vakken niet verdwijnen, maar dat het de bedoeling is dat er aan de voorkant meer samenhang ontstaat tussen diverse vakdisciplines in de vorm van domeinen". Ook noemde hij de huidige vernieuwing van het vmbo als goed voorbeeld voor de vervolgfase.

Een aantal Kamerleden verbond het gesprek over de inhoud van het onderwijs aan actuele thema’s als krimp, de toenemende segregatie in de samenleving en het wetsvoorstel ‘meer ruimte voor nieuwe scholen’. Tijdens het debat ging veel aandacht uit naar het belang van burgerschap in het onderwijs en de noodzaak om de leerdoelen burgerschap expliciet te maken.

Diverse fracties waarschuwden voor een volgende parlementaire enquête over mislukte onderwijsvernieuwingen. Ze benadrukten het belang van het toetsingskader voor onderwijsvernieuwingen van de enquêtecommissie Dijsselbloem zoals draagvlak in het veld, gedegen wetenschappelijke analyse en toetsing en een zorgvuldige implementatie met aandacht voor randvoorwaarden en condities.

Sector roept op voor op voortvarend aan de slag te gaan

Voorafgaand aan het debat stuurde de VO-raad samen met de PO-Raad, de AVS en de Onderwijscoöperatie een oproep aan de Kamer om voortvarend en eensgezind aan de slag te gaan met het ontwerpen en ontwikkelen van een toekomstgericht curriculum voor het funderend onderwijs. De vier partijen steunen gezamenlijk de koers die in het eindadvies Ons Onderwijs2032 is uitgezet. Zij constateren dat de opdracht en aanpak van het Platform Onderwijs2032 heeft geleid tot een brede maatschappelijke dialoog over het 'waartoe' van het onderwijs en dat het gesprek over het curriculum van de toekomst constructief is gevoerd met tal van belanghebbenden en geïnteresseerden. Deze aanpak verdient navolging in de vervolgfase.

Ook benadrukken de gezamenlijke partijen dat het succes van het nieuwe ontwerp staat of valt met de mate waarin scholen, lerarenteams en leraren eigenaar worden van de inhoud van het onderwijs van de toekomst en samen met die omgeving het onderwijs vormgeven. Leerlingen, leraren, schoolleiders en schoolbestuurders dienen daarom een prominente plek te krijgen in het ontwerpproces.

Onderwijscoöperatie pleit voor tussenfase

Staatssecretaris Dekker stuurde de Tweede Kamer op 7 maart een brief over hoe het ontwerpteam samengesteld wordt. Tijdens het debat leidde de wijze waarop hij voorstelde het ontwerpteam te positioneren tot veel discussie, waarbij enkele fracties er bij de staatssecretaris op aandrongen de Onderwijscoöperatie een sterkere rol te geven in het ontwerpproces. D66 en CDA riepen Dekker via een motie op om de vervolgopdracht niet bij een ontwerpteam maar in handen van de Onderwijscoöperatie te leggen.

Dekker is daar geen voorstander van. De VO-raad deelt deze opvatting. Uiteraard is maximale betrokkenheid van leraren het uitgangspunt, maar juist in de ontwerpfase - waarin de kaders van het gehele curriculum voor het funderend onderwijs worden bepaald -  komt het aan op een breed draagvlak van alle betrokkenen uit het onderwijsveld en heeft een interdisciplinaire aanpak en breed samengestelde commissie de voorkeur.

De Onderwijscoöperatie stuurde op 16 maart een brief aan Dekker, waarin ze voorstelt een tussenfase in te gelasten. In deze tussenfase wordt dan het draagvlak van leraren onderzocht, het debat met leraren over de uitgangspunten gevoerd en bekeken op welke wijze de betrokkenheid  van leraren bij de ontwikkeling van het curriculum kan worden vergroot. De Onderwijscoöperatie heeft aangekondigd hiervoor spoedig met een voorstel te komen. 

Stemming moties 

Op 15 maart 2016 stemde de Kamer over een aantal moties, die bij het debat waren ingediend. De belangrijkste moties die werden aangenomen verzoeken de regering:

  • nieuwe onderwijsvoorstellen te laten voldoen aan het toetsingskader van de commissie Dijsselbloem en de ‘Onderwijsraadtoets’, en dit inzichtelijk te maken;
  • bij de verdere uitwerking van Onderwijs 2032 praktische vaardigheden in het primair onderwijs en het opleiden van vakmensen in het vmbo en het praktijkonderwijs nadrukkelijk vorm te geven in samenwerking met leraren, scholen in het vakonderwijs, het bedrijfsleven en maatschappelijke partners;
  • ervoor te zorgen dat leraren, leerlingen, schoolleiders en ouders gezamenlijk de discussie voeren over de invulling en vormgeving van het onderwijs op hun school en dat de keuzes die zij gemaakt hebben in het schoolplan worden opgenomen.

De motie die de regering verzoekt de vervolgopdracht niet bij een ontwerpteam maar in handen van de Onderwijscoöperatie te leggen, is aangehouden. Lees de stemmingsuitslagen van de ingediende moties.