Vereenvoudiging bekostiging en aanvullende toeslagen in definitieve regeling

28 mei 2021

Nu in de afgelopen periode de goedgekeurde regeling vereenvoudiging bekostiging met de aanvullende toeslagen definitief is uitgewerkt zijn er, ten opzichte van de eerst opzet die door OCW is gecommuniceerd, wijzigingen doorgevoerd. Wij zetten die, met oorzaak en gevolg, voor u nog even op een rij.

Het ministerie heeft er in 2019 voor gekozen niet de behandeling in de Tweede Kamer af te wachten, maar scholen vroegtijdig te informeren over het voornemen tot een regeling. Daarbij is gebruik gemaakt van een rekentool, gebaseerd op een analyse met voorlopige gegevens van DUO. Hoewel er door OCW de nodige ‘disclaimers’ in de oorspronkelijke opzet zijn gepresenteerd (‘regeling is in ontwikkeling’, ‘getoonde effecten geven een indicatie’ en ‘geen rechten’) is de berekening op basis van deze rekentool een eigen leven gaan leiden. In de loop der tijd is het echter noodzakelijk gebleken om nog enkele aanpassingen te doen.

De VO-raad betreurt deze gang van zaken, maar kan dit niet meer veranderen. In algemene zin gold steeds als uitgangspunt voor de vereenvoudiging dat deze budgetneutraal zou zijn. Kenmerk hiervan is dat het totale budget vastligt, maar dat er altijd sprake zal zijn van scholen die er op vooruit- en scholen die er op achteruitgaan. De VO-raad heeft daarom altijd gepleit voor twee overgangsregelingen. Eén die geldt voor alle besturen, waarbij de compensatie gedurende enkele jaren geleidelijk afneemt. En een aanvullende regeling voor besturen die er meer dan 3 procent op achteruitgaan. Beide zijn er, wel vanaf het begin, gekomen.

Extra toeslag voor kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen of vestigingen daarvan

Bij minder dan 1200 leerlingen kwam een kleine geïsoleerde scholengemeenschap in de oorspronkelijke opzet in aanmerking voor een extra 200.000 euro per 100 leerlingen teruggang (de zgn. staffel). Dit liep op tot maximaal 800.000 euro indien er sprake was van minder dan 900 leerlingen.

In de conceptregeling die in het parlement werd behandeld was dit gewijzigd in een bedrag per leerling. De VO-raad kon zich hierin vinden, hoewel dit consequenties kon hebben voor diverse scholen. De maximum te verkrijgen toeslag was echter ook gewijzigd van 800.000 naar 628.000 euro. De redenatie hierbij was dat er ook sprake was van een nieuwe aanvullende bekostiging (zie hieronder) voor brede scholengemeenschappen op één vestiging (ongeacht geïsoleerde ligging). Hierdoor zou er dubbeling in bekostiging kunnen gaan ontstaan die OCW eruit heeft willen halen.

De VO-raad heeft dit in de discussie met OCW altijd als twee aparte regelingen gezien en vond het geringere maximum onterecht. Via een motie in de Tweede Kamer is het tarief per leerling alsnog op een zodanig niveau gebracht dat het nieuwe maximum van 800.000 euro het oorspronkelijke maximum ruim compenseert. Nog steeds kan er voor een individuele school dan wel sprake zijn van teruggang ten opzichte van de oorspronkelijke staffel-opzet.

Vestigingen met compleet breed aanbod

Zoals hierboven vermeld is er, tegelijk met het schrappen van de staffel op grond van een motie in de Tweede Kamer, een aparte toeslag gekomen voor scholen met een breed aanbod op één vestiging. Dit bedrag is gelijk aan het vaste bedrag dat men krijgt bij de normale bekostiging voor een hoofdvestiging. Dit was voor OCW reden om de regeling (lees: het maximum bij de overgang van staffel naar bedrag per leerling) aan te passen vanwege het voorkomen van de dubbeling.

Deze later toegevoegde aanvullende toeslag is in de uiteindelijke regeling ‘gewoon’ gehandhaafd, ondanks de latere ophoging van het maximum van de bedragen per leerling indien ‘klein, breed en geïsoleerd’ zoals hierboven beschreven.

Definitie geïsoleerde scholen

Met het beschikbaar stellen van de vernieuwde rekentool, half april, is gebleken dat in de oude rekentool een ruimere (en naar nu blijkt foute) definitie is gehanteerd voor geïsoleerde scholen. Het gaat dan om de voorwaarde dat een geïsoleerde school een volledige schoolsoort aanbiedt als er afsluitend onderwijs voor die schoolsoort wordt gegeven en er daadwerkelijk leerlingen in het laatste leerjaar staan ingeschreven. Scholen die dus geïsoleerd liggen maar geen eindexamenleerlingen hebben in de betreffende schoolsoort dachten, met de oorspronkelijke rekentool, wel in aanmerking te komen voor de aanvullende toeslag geïsoleerde scholen, terwijl ze dat nu niet krijgen. Dit was een foute aanname in de oorspronkelijke rekentool en deze is - hoewel heel vervelend voor de betreffende scholen (ongeveer 10) - gecorrigeerd in de nieuwe rekentool.