Verlenging onbelast vergoeden vaste reiskosten maar stop uitruilregeling

31 maart 2021

Door de coronamaatregelen kunnen werkgevers onder voorwaarden doorgaan met het betalen van een onbelaste vergoeding voor vaste reiskosten aan hun werknemers. De goedkeuring hiervoor is verlengd tot 1 juli 2021. Deze coronaregeling gold aanvankelijk tot 1 april van dit jaar.

Veel werkgevers betalen nog steeds een vergoeding voor vaste reiskosten aan hun werknemers en houden daar geen belastingen op in. Ook wanneer die werknemers vooral thuiswerken. Voorwaarde voor het geven van de onbelaste vergoeding is dat de werknemers al voor 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht hadden op de vaste reiskostenvergoeding.

De Belastingdienst had aanvankelijk toestemming gegeven om ook de in de VO-sector geldende Regeling (aanvullende) reiskostenvergoeding 2021 (uitruilregeling) door te laten gaan. De Belastingdienst heeft deze toestemming in februari 2021 echter ingetrokken en de VO-raad daarbij aangegeven dat vanaf 1 januari 2021 de uitruilregeling niet valt onder de werking van het coronabesluit. Echter, op grond van opgewekt vertrouwen heeft de Belastingdienst aan de sector voortgezet onderwijs aangegeven dat toch doorgegaan mag worden met het uitvoeren van de uitruilregeling. Deze toestemming strekt zich echter niet uit over de recente verlenging van het coronabesluit tot 1 juli 2021.

Concreet betekent dit dat de vaste reiskostenvergoedingen die reeds toegekend waren voor 13 maart 2020 gewoon mogen doorlopen tot 1 juli 2021. Voor zover de uitruilregeling zijn grondslag vindt in een vaste reiskostenvergoeding op basis van het coronabesluit, moet deze per 1 april a.s. worden gestopt.

Indien gebruik gemaakt wordt van de uitruilregeling en er ook daadwerkelijk voldaan wordt aan de vereisten van de vaste reiskostenvergoeding (o.b.v. methode 1), hoeft de uitruilregeling niet te worden gestopt.
 

De VO-raad krijgt momenteel veel vragen over of het mogelijk is weer gebruik te maken van de (sectorale) uitruilregeling nu de scholen weer open zijn en weer volgens het normale reispatroon reizen. Hierbij geldt dat uitruil alleen mogelijk is als op jaarbasis aan de voorwaarden wordt voldaan. Toegespitst op de 36-weken eis betekent dit dat de werknemer in 2021 in tenminste 36 weken naar zijn vaste werkplek moet reizen. Als dat niet het geval is, dan is uitruil slechts mogelijk op basis van de werkelijk gereisde kilometers (maar dus niet o.b.v. de sectorale Regeling (aanvullende) reiskostenvergoeding 2021).

Ten aanzien van de 36-weken eis geldt dat voor werknemers die in de loop van het jaar in of uit dienst treden, de 36-weken eis naar tijdsgelang mag worden herrekend. Deze herrekening is echter niet aan de orde voor werknemers die begin 2021 thuis hebben gewerkt en in de loop van 2021 weer naar hun vaste werkplek gaan reizen. Zij hebben namelijk een doorlopend dienstverband.