Vervolgonderwijs: versterk competenties van instromende studenten

13 januari 2022

Instromende studenten uit het voortgezet onderwijs nemen over het algemeen goede basiskennis en digitale vaardigheden met zich mee, hebben goede sociale vaardigheden en zijn gemotiveerd. Op het vlak van competenties liggen er nog wel verbeterpunten, met name wat betreft taalvaardigheid en executieve competenties. Dit komt naar voren uit onderzoek onder opleiders uit het vervolgonderwijs naar sterke en verbeterpunten in de aansluiting met het vo.

Om de overgang naar het vervolgonderwijs goed te laten verlopen, is het belangrijk dat de (aankomende) eerstejaars over bepaalde kennis en vaardigheden beschikken, die ze nodig hebben in hun vervolgopleiding. Wat betreft de benodigde basiskennis is dit zeker het geval, stellen de deelnemers aan het onderzoek. Vaak genoemde sterke punten zijn verder de digitale vaardigheden en de motivatie van de instromers. 

In het mbo is daarnaast enthousiasme een nog vaker toegekend sterk punt, en ook zijn studenten volgens de opleiders sociaal vaardig, leergierig en keuzecompetent. Ook in het hbo en wo wordt de sociale vaardigheid van de eerstejaars genoemd, en kunnen binnenkomende studenten goed samenwerken en zijn ze leergierig. 

Vaardigheden 

De opleiders in het vervolgonderwijs zien wel verbeterpunten op het vlak van de competenties van de eerstejaars. In de eerste plaats gaat het dan om taalvaardigheid, vaker in het wo dan in het mbo en hbo. Met name op het vlak van schrijven blijven de vaardigheden achter, en in het mbo ook op het vlak van lezen. 

Daarnaast liggen verbeterpunten in de executieve, vakoverstijgende competenties zoals kritisch denken, zelfregulering, zelfstandig werken en studievaardigheden. Dit speelt met name in het mbo. 

Verschil tussen opleiders en studenten

Het valt op dat de ervaringen van studenten in groot contrast kunnen staan met die van de opleiders. Studenten beoordelen de aansluiting het positiefst wat betreft taalvaardigheid en zelfstandig werken, waar opleiders dit juist als belangrijkste verbeterpunt aanduiden. Omgekeerd rapporteren studenten relatief vaak aansluitingsproblemen op het gebied van digitale vaardigheden, waar opleiders dit weer als sterk punt zien.

Wat gebeurt er met de opbrengsten?

Reflectiepanels – met deelnemers uit het vo en vervolgonderwijs – hebben inmiddels een verkenning uitgevoerd naar de herkenbaarheid van de onderzoeksresultaten en de mogelijkheden om deze in het vo te benutten. De resultaten van het onderzoek kunnen vo-scholen helpen te bepalen op welke kennis en vaardigheden – nodig in het vervolgonderwijs - ze verder willen inzetten, om hun leerlingen nog beter voor te bereiden op de overgang. 

SLO gebruikt de uitkomsten de komende jaren onder meer als bron bij de actualisatie van de examenprogramma’s voor het voortgezet onderwijs. Daarbij zijn doorlopende leerlijnen tussen voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs een belangrijk aandachtspunt.

 

Over het onderzoek
ResearchNed voerde het onderzoek uit in opdracht van het ministerie van OCW en SLO, in samenwerking met de MBO Raad, Vereniging Hogescholen en VSNU. Het onderzoek is uitgevoerd in de volle breedte van het vervolgonderwijs. In totaal deden 1.215 docenten, studieadviseurs, aansluitcoördinatoren en studieloopbaanbegeleiders uit het mbo, hbo en wo mee aan het onderzoek.