VO-raad kritisch op wetsvoorstel lerarenregister

12 februari 2015

Het wetsvoorstel voor de invoering van het lerarenregister, dat momenteel open staat voor consultatie, dient volgens de VO-raad op een aantal punten te worden aangepast. Het wetsvoorstel dat er nu ligt, stelt schoolbesturen onvoldoende in staat om hun aandeel in de verbetering van de beroepskwaliteit van leraren te leveren. De VO-raad zal in lijn met bovenstaande op het wetsvoorstel reageren.

Al enkele jaren is er een vrijwillig lerarenregister, waarin leraren kunnen registreren welke opleiding ze hebben afgerond en welke scholings- en professionaliseringsactiviteiten ze ondernemen om hun bekwaamheid te onderhouden. Staatssecretaris Dekker wil dit lerarenregister vanaf 2017 wettelijk verplicht stellen voor alle leraren. Om te worden geregistreerd (en dus les te mogen geven) moeten zij dan aantoonbaar bevoegd zijn; om geregistreerd te blijven dienen ze periodiek te laten zien dat zij voldoen aan de wettelijke bekwaamheidseisen en hun vak goed bijgehouden hebben. Daarnaast wil de staatssecretaris de omschrijving van het beroep en de professionele ruimte die een leraar nodig heeft, in de wet vastleggen. Zie voor meer informatie het overzicht met de belangrijkste punten uit het wetsvoorstel Lerarenregister, opgesteld door de VO-raad. 

De VO-raad staat positief tegenover een wettelijk verankerd lerarenregister, als stimulans en hulpmiddel voor leraren om voortdurend te blijven werken aan hun professionele ontwikkeling en het gesprek hierover aan te gaan met hun werkgever. Vanuit deze positieve grondhouding heeft de VO-raad in het Sectorakkoord (en eerder in het Nationaal Onderwijsakkoord) afgesproken dat besturen leraren stimuleren om hun professionaliseringsactiviteiten vast te leggen in het lerarenregister.

Aan deze afspraak was echter wel de voorwaarde verbonden dat de uitgangspunten van het register worden uitgewerkt in overleg tussen OCW, de VO-raad en de Onderwijscoöperatie. Dit is maar ten dele gebeurd. De VO-raad stelt vast dat het wetsvoorstel in zijn huidige vorm schoolbesturen onvoldoende stimuleert en in staat stelt om hun aandeel aan de verbetering van de beroepskwaliteit van leraren te leveren.

De belangrijkste bezwaren van de VO-raad:

  • Het register was bedoeld van, voor en door de beroepsgroep. De verantwoordelijkheden worden in het wetsvoorstel nu ondergebracht bij zowel het ministerie, de werkgevers en de beroepsgroep.
  • De VO-raad vreest dat de eisen die aan werkgevers worden gesteld in de wet, zullen leiden tot een forse toename van de administratieve lastendruk. Het beleggen van de administratieve lasten bij de schoolbesturen draagt volgens de VO-raad ook het risico in zich dat het register gaat werken als beheers- en controle-instrument, in plaats van als hulpmiddel bij de professionele ontwikkeling.
  • De VO-raad erkent de noodzaak van professionele ruimte voor leraren in de context van de school, maar vindt dat in de voorgelegde voorstellen onjuist geformuleerd, mede omdat de wetgeving niet lijkt afgestemd op de bestaande medezeggenschapsregelingen.
  • De VO-raad ziet het lerarenregister niet als geschikt middel om het aantal onbevoegd gegeven lessen terug te dringen. Het wetsvoorstel beperkt de noodzakelijke mogelijkheden van besturen en scholen om anders- en nog onbevoegde leraren in te kunnen zetten. De VO-raad zou het onverantwoord vinden als er geen vorm van tijdelijke registratie mogelijk is voor anders- en nog onbevoegden.


De VO-raad zal in lijn met bovenstaande argumenten op het wetsvoorstel reageren richting de bewindslieden van OCW en Tweede Kamer.