Voortgang wetstraject verdere inpassing lwoo/pro in passend onderwijs

07 mei 2018

Het ministerie van OCW heeft een bericht gepubliceerd over de ontwikkelingen rond de wetswijziging in het kader van het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro). Het gaat hierbij om drie onderdelen: de herverdeling van de middelen voor lwoo en pro, het loslaten van de criteria voor lwoo en de positie van het pro.

Herverdeling van de middelen voor lwoo en pro

Het eerste gedeelte van de wetswijziging gaat over de verdeling van het geld voor lwoo en pro. Dat gebeurt nu op basis van het aantal leerlingen in 2012 (die nu niet meer op school zitten). Het voorstel is om dat bedrag te koppelen aan de huidige aantallen leerlingen in leerjaar 3 en 4 van het vmbo (alle leerwegen). Uit onderzoek is gebleken dat het aantal leerlingen in de bovenbouw van het vmbo een goede voorspeller is van de behoefte aan lwoo en pro. De komende periode wordt met diverse partijen – waaronder de VO-raad – besproken of dit inderdaad leidt tot de juiste verdeling van het geld of dat aanpassingen noodzakelijk zijn.

De VO-raad is van mening dat het tijd is om de verdelingssystematiek te actualiseren. We constateren ook dat het ministerie heeft gezocht naar een herverdeling die voor de minst grote financiële effecten zorgt. Desondanks gaan bij de herverdeling verschuivingen optreden. De VO-raad heeft in dit kader aandacht gevraagd voor de stapeling van de effecten van de eerdere verevening van de middelen voor de zware ondersteuning, krimp en de voorgenomen vereenvoudiging van de bekostiging (die laatste met name voor schoolbesturen, de eerste twee voor swv’en vo). Krimp heeft van de genoemde effecten de grootste (negatieve) invloed op de financiële situatie. Daarnaast drukt ook de uitvoering van de opdracht om het aantal thuiszitters te reduceren dan wel te voorkomen, op de middelen van swv’en.

Het loslaten van de criteria voor lwoo

Minister Slob stelt in het wetsvoorstel ook voor om de criteria voor lwoo landelijk af te schaffen. Deze criteria zorgen voor toetsdruk voor leerlingen. Daarnaast zijn er leerlingen die wel baat hebben bij deze vorm van ondersteuning, maar niet binnen de criteria vallen.

Op dit moment is het mogelijk te kiezen voor opting out: samenwerkingsverbanden kunnen dan al afwijken van de landelijke criteria en licenties. Meer dan de helft van de swv’en loopt al vooruit op het loslaten van de criteria via opting out. Van de 33 swv’en die nog niet hebben gekozen voor opting out, is een substantieel deel zich wel aan het voorbereiden. Een aantal swv’en wacht de wetswijziging af of overweegt de huidige situatie te handhaven. De wetswijziging biedt in principe die mogelijkheid.

Positie van het praktijkonderwijs

De meeste praktijkscholen hebben niet veel leerlingen en hebben, net als in andere sectoren, te maken met een leerlingendaling. Door de omvang van de scholen zijn zij daarvoor extra kwetsbaar. De minister wil dat het aanbod beschikbaar blijft voor leerlingen die dat nodig hebben en is met het veld in gesprek over de maatregelen die nodig zijn.

In een overleg tussen OCW, de sectorraad pro en de VO-raad is afgesproken om tot de zomer 2018 samen te werken aan een strategische notitie over toekomstbestendig onderwijs voor de doelgroep jongeren in een kwetsbare positie (pro, vmbo-bb, vso arbeidsmarktgericht en de entreeopleiding). In deze notitie worden zaken in samenhang besproken, waarbij de volgende vragen aan de orde komen:

  • Wat hebben jongeren in een kwetsbare positie nodig voor een duurzame uitstroom naar de arbeidsmarkt?
  • Wat kan het (praktijk)onderwijs daarin betekenen, wat is daarvoor nodig?
     

In het gesprek over de landelijke criteria voor pro heeft het bestuur van de VO-raad vooralsnog het standpunt ingenomen om alleen landelijke criteria los te laten als er een goed alternatief is.

Lees ook het bericht van het ministerie van OCW.  De verwachting is dat het wetsvoorstel dit najaar openbaar wordt.