Waaruit bestaat de 369 miljoen?

11 juni 2014

In de communicatie rondom het sectorakkoord wordt gesproken over een investering van 369 miljoen euro in het vo. De VO-raad heeft de afgelopen weken meerdere vragen ontvangen over hoe dit bedrag precies is opgebouwd. In dit bericht vindt u het antwoord.

De structurele investering (oplopend naar 369 miljoen euro vanaf 2018) wordt ingezet om de prestatieafspraken uit het sectorakkoord te realiseren. Het geld wordt daarmee gebruikt om het onderwijs toekomstbestendig te maken en toe te spitsen op de individuele leerbehoeften van leerlingen. Docenten spelen hierbij een cruciale rol. Een groot deel van de middelen wordt dan ook geïnvesteerd in de verdere professionalisering van docenten. Hierover zijn ook aanvullende afspraken gemaakt in de nieuwe CAO VO 2014-2015. 

De VO-raad is blij met deze investeringen, maar benadrukt opnieuw dat de recente bezuinigingen hiermee slechts gedeeltelijk gecompenseerd worden. Het is daarom van belang om ook in de komende jaren te blijven investeren in het voortgezet onderwijs.

De financiering van de middelen

De middelen van het sectorakkoord worden gefinancierd uit drie bronnen. Ten eerste zijn de middelen uit de huidige Prestatiebox gebruikt, ruim 150 miljoen euro in totaal. Deze middelen waren al beschikbaar en zijn dus niet nieuw. Dit in tegenstelling tot de intensivering uit het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA), die als tweede bron wordt gebruikt. Deze intensivering bedraagt 33 miljoen in 2015 en loopt op naar 148 miljoen vanaf 2018. Als derde zijn ook bepaalde specifieke middelen uit het begrotingsakkoord 2014 gebruikt. In totaal gaat het hierbij om 54 miljoen in 2015 en 2016 en 68 miljoen vanaf 2017. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Bron 2015 2016 2017 2018 en verder
Huidig bestuursakkoord:
- Prestatiebox
151 miljoen 153 miljoen 153 miljoen 153 miljoen
NOA:
- Intensiveringsmiddelen
33 miljoen 68 miljoen 118 miljoen 148 miljoen
Begrotingsakkoord 2014:
- Zomerscholen
- Klassenassistenten
- Professionalisering
54 miljoen 54 miljoen 68 miljoen 68 miljoen
Totaal  238 miljoen 275 miljoen 339 miljoen 369 miljoen

De inzet van de middelen

De middelen worden op drie manieren ingezet. Als eerste wordt de Prestatiebox opgehoogd naar 295 miljoen euro vanaf 2018. Daarnaast wordt 21 miljoen geïnvesteerd in de lumpsum. Zowel de Prestatiebox als de lumpsum worden direct overgemaakt naar alle scholen. Als derde wordt geïnvesteerd in de ondersteuning van initiatieven die helpen bij de realisatie van de ambities uit het sectorakkoord. Daarbij kunt u denken aan zomerscholen en (academische) opleidingsscholen, maar ook aan de lerarenbeurs. Deze middelen krijgen daarmee een vooraf bepaalde, specifieke bestemming. Deze bestemming is vaak al in grote lijnen vastgelegd door de betrokken politieke partijen in het begrotingsakkoord 2014. Zie de tabel hieronder voor een schematische weergave.

Inzet 2015 2016 2017 2018 en verder
Prestatiebox 176 miljoen 202 miljoen 265 miljoen 295 miljoen
Lumpsum 21 miljoen 21 miljoen 21 miljoen 21 miljoen
Ondersteuning en 
initiatieven
41 miljoen 52 miljoen 53 miljoen 53 miljoen
Totaal 238 miljoen 275 miljoen 339 miljoen 369 miljoen

In het sectorakkoord vindt u op pagina 30 een uitgebreide financiële paragraaf met daarin meer en specifiekere informatie over de bestemming van de hierboven genoemde middelen.