Wat verandert er in 2026 voor het voortgezet onderwijs?

Welke wetten en regelingen veranderen er dit jaar die van belang zijn voor vo-scholen? De belangrijkste wijzigingen en nieuwe regelingen per 1 januari zetten we op een rij.

Korte onaangekondigde inspectiebezoeken

Scholen in het funderend onderwijs kunnen vanaf nu te maken krijgen met een minder tijdsintensief en onaangekondigd bezoek van de inspectie. Om ervoor te zorgen dat geen enkele school onder de radar van het extern toezicht blijft, start de inspectie in 2026 met een pilot waarin een nieuw instrument wordt beproefd: korte, onaangekondigde bezoeken aan scholen die niet uit de risicoanalyse naar voren komen en ook buiten de steekproefonderzoeken vallen.

Deze bezoeken worden in één dag afgerond. Na afloop van het bezoek volgt geen eindoordeel. Wel koppelt de inspectie de bevindingen terug aan de school en stelt zij een beknopt rapport op. Als er duidelijke risico’s gesignaleerd worden, kan het toezicht vervolgens opgeschaald worden. In het primair onderwijs heeft in 2025 al een vergelijkbare pilot plaatsgevonden en scholen en schoolbesturen blijken positief te zijn over deze vorm van toezicht. De inspectie hield eerder een verkenning naar onaangekondigde bezoeken.

De VO-raad is mede op basis van deze ervaringen tot dusver geen voorstander geweest van onaangekondigde inspectiebezoeken. De nieuwe pilot is echter geheel anders van aard en opzet. De VO-raad is door de inspectie geraadpleegd bij de vormgeving van deze nieuwe pilot en staat hier – mede gezien de positieve ervaringen in het primair onderwijs – positief tegenover.

Ook stapt de inspectie de komende jaren geleidelijk af van de vierjaarlijkse onderzoeken bij elk bestuur. Het bestuurstoezicht wordt sterker risicogericht, met daarnaast bestuursbezoeken als minder intensieve vorm van toezicht.

De VO-raad blijft in gesprek met de inspectie over de nadere uitwerking van de voornemens en is ook benieuwd naar de ervaringen hiermee van jouw school of bestuur. Wil je deze vertrouwelijk delen? Neem dan contact op met Hélène van Oostrom (helenevanoostrom@vo-raad.nl).

Minimum aantal uren LO nu duidelijk wettelijk vastgelegd

Het is belangrijk dat alle leerlingen voldoende bewegingsonderwijs krijgen. Tot voor kort werd het aantal uren dat een school moet aanbieden gebaseerd op het gemiddelde aantal lessen per week zoals in 2005 gold. Daardoor bleef het onduidelijk hoeveel uur een school moest aanbieden. Vanaf 1 januari 2026 geldt een minimale urennorm en kan gebruikt worden vanaf schooljaar 2026/2027.

Wijziging startdatum nieuwkomersbekostiging vo

Per 1 januari 2026 is de startdatum van de aanvullende bekostiging voor nieuwkomers in het vo aangepast. Waar eerst de datum van aankomst in Nederland leidend was, vangt voortaan de aanvullende bekostiging aan vanaf de datum van eerste inschrijving in het Nederlandse onderwijs.

Extra geld voor Holocausteducatie

Per 1 januari krijgen alle vo scholen die zijn aangesloten bij de cultuurkaart van Stichting Cultureel Jongeren Paspoort (CJP) extra geld om activiteiten te organiseren over de Holocaust. Met dit geld kunnen scholen bijvoorbeeld musea en voorstellingen bezoeken met leerlingen of gastlessen en workshops in de klas organiseren. In januari maakt OCW meer bekend over de precieze uitvoering van de subsidie.

Vastleggen afwijken onderwijstijd

Vanaf 1 januari 2026 moeten scholen het afwijken van de onderwijstijd voor kinderen met een psychische of lichamelijke beperking vastleggen in een ontwikkelingsperspectief (OPP). Hierin staat waarom afgeweken wordt van de onderwijstijd en hoe het onderwijs op school vormgegeven wordt. Ouders of verzorgers moeten instemmen met het OPP. Afwijking onderwijstijd kan aangevraagd worden voor leerlingen die vanwege lichamelijke of psychische redenen niet op locatie onderwijs kunnen volgen of als er geen sprake is van ‘geoorloofd verzuim’. Lees het bericht van het Steunpunt Passend Onderwijs.

De Wet van school naar duurzaam werk van kracht

De Wet van school naar duurzaam werk regelt uitgebreide loopbaanbegeleiding door scholen en Doorstroompunten, meer gemeentelijke ondersteuning en een gezamenlijk regionaal programma om jongeren naar een diploma, werk, of een combinatie daarvan te leiden.'