Wetsvoorstel grondslagen kerndoelen aangenomen

De Tweede Kamer heeft dinsdag 9 december het wetsvoorstel grondslagen kerndoelen aangenomen. Wettelijke verankering is noodzakelijk, zodat scholen zonder verder oponthoud aan de slag kunnen met een geactualiseerd curriculum. De vernieuwde kerndoelen zijn inmiddels opgeleverd. Het is belangrijk dat scholen zo snel mogelijk starten met de voorbereidingen om het herziene curriculum te vertalen naar een concreet onderwijsprogramma.

Ook zijn enkele wijzigingsvoorstellen op de wettekst aangenomen. Eén daarvan introduceert een zogenaamde voorhangprocedure voor alle algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) die kerndoelen vaststellen of uitwerken. Dit betekent dat het parlement in de toekomst eerder dan nu de inhoud kan bekijken, bediscussiëren en eventueel beïnvloeden. Daarnaast is een wijzigingsvoorstel aangenomen over het evalueren van de kerndoelen om te bepalen of deze moeten worden herzien. De vastgestelde termijn van tien jaar sluit aan bij het systeem voor periodiek onderhoud dat momenteel ontwikkeld en ingericht wordt.

Ook zal een tussenevaluatie van de implementatie van de wet gaan plaatsvinden binnen vijf jaar na inwerkingtreding, zodat de Kamer op de hoogte is van de voortgang en de effecten en doeltreffendheid van de wet tot dan toe en er zo nodig kan worden bijgestuurd.

Botsende grondrechten

Met een nipte meerderheid is een motie van Kisteman (VVD) aangenomen die raakt aan de grondrechten. In de motie wordt de regering verzocht te onderzoeken hoe het discriminatieverbod uit artikel 1 "nooit kan worden geschonden door de levensbeschouwelijke richting van een school" (artikel 23). In Nederland bestaat geen rangorde tussen grondrechten. Artikel 1 en artikel 23 zijn dus even belangrijk. Tijdens het debat dat aan deze motie voorafging leidde het voorstel van de VVD tot controverse in de Kamer. De tegenstanders vinden het principieel onjuist om het ene grondrecht belangrijker te maken dan het andere. De Kamer vindt nu dat scholen ruimte moeten hebben en houden voor een eigen identiteit, maar dat dit “nooit mag leiden tot uitsluiting of het beperken van de vrijheid, gelijkwaardigheid of veiligheid van leerlingen". Demissionair staatssecretaris Becking van Onderwijs heeft toegezegd dat hij in het voorjaar een brief aan de Kamer zal sturen over hoe artikel 1 en 23 van de Grondwet zich tot elkaar verhouden.