03 oktober 2018

Naar aanleiding van een recente uitspraak van de Bezwarencommissie CAO VO zijn er bij sommige scholen vragen over hoe het aantal uren deskundigheidsbevordering berekend moet worden bij BAPO-verlof.

Het geschil

In de bewuste kwestie was tussen het bevoegd gezag en de PMR een geschil ontstaan over de vraag of bij de toekenning van het persoonlijk basisrecht in uren van artikel 17.4 (artikel 16.4 van de huidige CAO VO), BAPO-verlof in mindering mag worden gebracht. De Commissie oordeelt dat dit niet het geval is. De inhoud van de artikelen 6.1, 17.4 en 17.8 CAO VO in samenhang gelezen, brengt met zich mee dat de uren evenredig aan de betrekkingsomvang moeten worden toegekend. BAPO-verlof is verlof en leidt niet tot aanpassing van de betrekkingsomvang. Een werknemer heeft dan ook recht op het persoonlijk basisrecht dat gerelateerd is aan de betrekkingsomvang zoals opgenomen in de akte van benoeming/aanstelling.

Conclusie

BAPO-verlof is volgens de Commissie niet van invloed op de toekenning van het persoonlijk basisbudget van (het huidige) artikel 16.4 CAO VO. Werknemers die BAPO-verlof opnemen, moeten het aantal uren toegekend krijgen dat hen op basis van de formele werktijdfactor toekomt. Deze uitspraak sluit niet aan bij de handelwijze in de praktijk. Sociale partners zullen over de gevolgen van deze uitspraak dan ook in overleg treden.

Relatie met deskundigheidsbevordering in taakbeleid

De uitspraak van de Bezwarencommissie ziet specifiek op deskundigheidsbevordering van (het huidige) artikel 16.4 CAO VO, dus op het individueel basisrecht van 83 uur. De uitspraak gaat niet in op de deskundigheidsbevordering in het taakbeleid van scholen. Het taakbeleid regelt de verdeling van werkzaamheden over de beschikbare tijd. De beschikbare tijd is voor werknemers met BAPO-verlof minder, waardoor in de visie van de VO-raad, alle onderdelen van het taakbeleid – waaronder deskundigheidsbevordering – nog altijd naar rato moeten worden toegekend.