Governancecommissie Funderend Onderwijs
Op 1 januari 2020 is de Governancecommissie Funderend Onderwijs (eerst als commissie Code Goed Onderwijsbestuur) van start gegaan. Deze commissie heeft een tweeledige opdracht:

Wie zitten er in de Commissie Code Goed Onderwijsbestuur? En wat is hun motivatie? Deze keer stelt Annalie Osinga zich voor. Zij is bestuurder bij NassauVincent, een stiching met acht scholen voor voortgezet onderwijs in Noord- en Midden-Drenthe.
"Mijn loopbaan is een mooie, soms onverwachte route, maar met een duidelijke rode draad: zingeving. Na mijn studie Nederlands in Groningen belandde ik eerst in de ICT-wereld. Dat was een leuke tijd met fijne collega’s, maar inhoudelijk vond ik het weinig interessant. Ik werd ingezet bij grote opdrachtgevers, maar ik dacht regelmatig: waar gaat dit eigenlijk over? Dat knaagde. Ik miste dat waar ik later pas echt woorden aan kon geven: maatschappelijke relevantie .
Toen ik een vacature bij de onderwijsinspectie zag, dacht ik dat ik niet aangenomen zou worden, maar het leek me belangrijk en mooi werk. Onderwijs gaat immers ergens over. Vanaf mijn eerste dag bij de inspectie van het onderwijs voelde ik dat meteen. Natuurlijk kende het werk ook lastige kanten; je opereert vanaf de zijlijn. Maar als je op een school komt waar het niet goed gaat, kun je met een oordeel iets in beweging zetten dat het onderwijs voor veel kinderen beter maakt. Dat geeft betekenis.
Na dertien jaar bij de inspectie gewerkt te hebben, werd ik bestuurder in Groningen, bij een kleine organisatie voor gespecialiseerd onderwijs. Een boeiende leerschool. Inmiddels werk ik bij een grotere organisatie in Assen, waar we in 2024 zijn gefuseerd.
Als bestuurder moet je je invloed niet overschatten, maar zeker ook niet onderschatten. Je hebt impact door wie je bént, door waar je aandacht aan geeft, door verwachtingen uit te spreken. Geef je vertrouwen? Dan ontstaat een cultuur van vertrouwen. Werk je vanuit macht? Dan gaan anderen dat ook doen. Uiteindelijk gaat het erom dat we een omgeving creëren waarin leerlingen zich kunnen ontwikkelen. Daarvoor ben ik bestuurder.
De vacature voor de commissie Code Goed Onderwijsbestuur kwam voorbij en ik dacht meteen: dit past bij mij. De commissie heeft een stimulerende rol, maar ook een corrigerende als dat nodig is. Bestuurders moeten niet alleen intern het goede voorbeeld geven, maar ook samen, als beroepsgroep. We maken afspraken binnen de vereniging en dan moet je je daar ook aan houden. Dat lijkt soms te gaan over kleine dingen zoals het publiceren van een klachtenregeling op de website, maar zulke ogenschijnlijk 'saaie' zaken zijn fundamenten van goed bestuur. Ze gaan over betrouwbaarheid, transparantie, integriteit.
Sinds ik in de commissie zit, merk ik dat ik zelf ook scherper ben op onze governancecode. Ik reflecteer bewuster op de code, bespreek hem met mijn raad van toezicht en directie. Ook in sollicitaties voor toezichthouders zie je hoe belangrijk die bewustwording is: soms past iemand op papier perfect, maar conflicteert het met de governance-regels, omdat diegene bijvoorbeeld al toezichthouder is bij een andere scholengroep in de regio. Dan helpt het om het gesprek te voeren, niet met het vingertje, maar door te bespreken waarom die regels er zijn.
Voor de toekomst hoop ik dat we als commissie blijven investeren in persoonlijk contact met bestuurders en toezichthouders. De code is geen formeel document dat je eens per jaar openslaat; het is een gedeelde en dagelijkse verantwoordelijkheid, iets wat ons vak beter maakt. Goed bestuur is een voorwaarde voor goed onderwijs. Daarom zit ik in de commissie.”