Blog Henk Hagoort: Geld lost niet alles op

28 april 2022

Vorige week werd bekend dat dit kabinet ruim 440 miljoen investeert in het voortgezet onderwijs. Dat is een enorm bedrag en bovendien zijn de middelen structureel. Het extra geld is bedoeld om de werkdruk in het vo te verminderen en docenten en schoolleiders meer tijd te geven voor professionalisering. Zo’n grote investering maak je zelden tot nooit mee. En toch…de reacties waren zowel in de pers als vanuit de achterban nogal lauw. Ik kreeg niet het idee dat op scholen massaal de vlag gehesen werd. Hoe kan dat?

De verklaring is volgens mij het besef in de sector dat je met geld ons grootste probleem, het lerarentekort, niet oplost. Je kunt geen extra leraren aanstellen als die er niet zijn. Sterker nog: extra tijd voor professionalisering kan zo maar resulteren in nog minder tijd van leraren voor bijvoorbeeld lesgeven. En wanneer al die middelen om de werkdruk te verminderen leiden tot minder beschikbaarheid van leraren, wordt het probleem dat we hebben alleen maar groter. De vele miljoenen komen dus ter beschikking in een fase dat vakmensen schaarser zijn dan middelen. Kun je de vlag uitsteken omdat er meer geld beschikbaar komt, wanneer je dagelijks op school het tekort aan leraren ervaart en met moeite de roosters rond krijgt?

Ik begrijp deze reactie en toch denk ik dat er redenen zijn om blij te zijn met het resultaat van afgelopen week. Ik wil op drie dingen wijzen.

Het grootste deel van het extra geld zijn zogenaamde ‘werkdrukmiddelen’. Dat zijn middelen die jaarlijks rechtstreeks beschikbaar komen aan teams binnen scholen. De teams maken zelf een plan hoe zij die middelen willen inzetten om in hun geval de werkdruk te verlagen. Dat mag van alles zijn. Dat kan gaan van het aantrekken van een onderwijsassistent of van surveillanten tot het investeren in digitale hulpmiddelen. De enige spelregel is dat het de werkdruk in de ogen van het team verlaagt. Deze praktijk bestaat al langer in het primair onderwijs en daar zijn de ervaringen positief. De werkdruk gaat inderdaad omlaag en de extra regelruimte die teams en medewerkers ervaren draagt bij aan het werkplezier. Wanneer we er met de bonden in slagen om ook voor het vo een werkwijze af te spreken die bijdraagt aan minder werkdruk, dan lossen we voor veel teams en medewerkers ook echt iets op. De voorbeelden wijzen bovendien uit dat die oplossingen vaak creatiever zijn dan het aantrekken van extra docenten die er toch niet zijn.
 
Het tweede is dat minder werkdruk en meer tijd om jezelf te ontwikkelen de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar verhoogt. Die kans nu laten liggen betekent dat we de vicieuze cirkel niet doorbreken van steeds minder instroom op de lerarenopleidingen omdat het vak niet aantrekkelijk genoeg is. Uiteindelijk zal de oplossing voor een groot deel moeten komen door meer (zij-)instroom op de lerarenopleidingen en door meer studenten op de universiteit die kiezen voor het vak van leraar. Nu extra investeren in de aantrekkelijkheid van het beroep is dus investeren voor de lange termijn, ook al lossen we op korte termijn het tekort daar niet mee op.

Als laatste wil ik wijzen op de werkagenda die bij het akkoord van vorige week was gevoegd. Ook de minister en de vakbonden begrijpen dat met geld alleen het lerarentekort niet wordt opgelost. Daarom zijn we als VO-raad blij met de ambitie om gezamenlijk een aantal taaie thema’s op te pakken die helpen om het lerarentekort op te vangen. Partijen hebben zich gecommitteerd om samen stappen te zetten rond thema’s als bijvoorbeeld samen opleiden, bevoegdheden en het anders organiseren binnen scholen. De werkagenda met inhoudelijke ambities is zelfs langer dan het onderwijsakkoord zelf. Dat laat al zien dat we met geld niet alles oplossen. Maar het helpt wel!