06 december 2018

Beeldcoaching: onderdeel van professionalisering van elke docent. Zo’n 90 procent van de docenten van het Cals College in Nieuwegein heeft inmiddels het traject beeldcoaching doorlopen, waarin ze leren hoe ze hun leerlingen effectief feedback kunnen geven. De beeldcoaches Marjolein Aerts en Marcel Verhoef vertellen hoe beeldcoaching in z’n werk gaat en wat het oplevert. Bestuurder Nico de Jong en schoolleider Robert van der Sijde willen dat feedbackgedrag van docenten structureel aandacht krijgt in de professionalisering van docenten.

De school vindt dat belangrijk omdat onderzoek, van onder meer John Hattie, heeft aangetoond dat feedback een van de krachtigste instrumenten is om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. “Wij willen evidence based werken en hechten dus veel waarde aan onderzoek”, zegt De Jong. “Onze school heeft dan ook zeer gemotiveerd meegedaan aan een driejarig onderzoek naar feedbackgedrag van docenten, dat is uitgevoerd door de academische
opleidingsschool waarvan wij deel uitmaken.”

Doorlopend leren: opleiden, begeleiden en professionaliseren in een doorgaande lijn
‘Opleiden in de school’ heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot ‘Samen opleiden en professionaliseren’. Dat wil zeggen dat lerarenopleidingen en scholen niet alleen samenwerken om leraren goed op te leiden, maar ook om startende leraren te begeleiden én gedurende de rest van hun onderwijsloopbaan bij te dragen aan hun verdere professionalisering. Begin 2019 brengt het Platform Samen Opleiden en Professionaliseren de bundel “Doorlopend leren” uit met inspirerende praktijkvoorbeelden. U kunt de publicatie binnenkort (begin 2019) gratis downloaden via www.platformsamenopleiden.nl/platform-publicaties.

 

Didactisch coachen

Aerts en Verhoef werkten als docentonderzoekers mee aan dat onderzoek. Zij richtten zich op het feedbackgedrag van de docent: hoe kunnen docenten met hun feedback leerlingen optimaal laten leren? Wat doe je dan wel en niet? Maar ook: hoe leer je docenten dat feedbackgedrag aan?

De zoektocht naar antwoorden op deze vragen leidde uiteindelijk naar het concept ‘didactisch coachen’ en de bijbehorende methodiek beeldcoaching om dit docenten aan te leren. “We zijn opgeleid tot beeldcoach”, vertelt Aerts. “Dat was behoorlijk confronterend en ontzettend leerzaam. Daarna zijn we op school begonnen met
beeldcoaching: individuele trajecten waarbij we docenten filmen in de klas. Dat viel in het team eigenlijk meteen in goede aarde. Docenten meldden zich spontaan aan om ook mee te mogen doen. Een grote groep was enthousiast: het gaat over je eigen lespraktijk, je eigen gedrag, je eigen leerlingen. Ook is het heel krachtig dat je bewust wordt gemaakt van hoe leerlingen reageren op jouw gedrag.”

De enthousiaste reacties van docenten waren voor de schoolleiding aanleiding om beeldcoaching structureel in te voeren. “We zagen al gauw dat het voorziet in een behoefte van docenten en dat het hen veel oplevert in de klas”, zegt Van der Sijde. “We hebben toen een planning gemaakt waarin in drie jaar tijd alle docenten een traject beeldoaching konden doorlopen. Om dat te realiseren, hebben we naast Marjolein en Marcel, nog twee beeldcoaches op laten leiden en wat externe hulp ingezet. Inmiddels hebben bijna alle docenten het traject doorlopen.”

Drie keer filmen

Het traject begint met een startbijeenkomst, waarin zo’n twintig docenten kennismaken met ‘didactisch coachen’ en zich de bijbehorende begrippen eigen maken. “Ze leren dat alle handelingen van de docent zijn terug te voeren op drie acties”, vertelt Verhoef. “Je geeft een aanwijzing, je stelt een vraag of je geeft feedback. We behandelen verschillende typen vragen, aanwijzingen en feedback, die ook verschillende reacties bij leerlingen teweeg brengen.”

Vervolgens worden de docenten gedurende twintig minuten gefilmd tijdens een les, de zogenoemde nulmeting. De beeldcoach bekijkt en analyseert deze beelden - hoeveel en welk type vragen, aanwijzingen en feedback zien we bij deze docent? - en bespreekt de uitkomst hiervan met de betreffende docent. “We laten in dat gesprek nog geen beelden zien”, vervolgt Verhoef. “Het gaat er in dit stadium om dat je samen de kracht van de docent benoemt en dat de docent een leervraag formuleert die richtinggevend is voor het beeldcoachtraject, bijvoorbeeld: hoe kan ik gerichter feedback geven? Hoe kan ik minder sturend lesgeven? Of: hoe kan ik vragen stellen die de leerling aanzetten tot nadenken?”

Met die leervraag voor ogen, komt de beeldcoach de docent drie keer filmen in de les. “We zijn met de camera heel dicht bij de docent,” zegt Aerts “zodat we niet alleen zijn verbale en non-verbale gedrag heel goed registreren, maar ook het effect daarvan op het gedrag van de leerling. Als je achter in de klas gaat zitten met de camera, zie en hoor je dat allemaal niet. Tot slot selecteren we beelden die we met de docent bekijken en zeer gedetailleerd bespreken.”

Gezamenlijke taal

De resultaten mogen er zijn. Docenten geven aan dat ze er veel van leren, dat ze de leerhouding van hun leerlingen zien veranderen, en dat hun relatie met de leerlingen verbetert. Van der Sijde ziet ook een opbrengst op schoolniveau: “We hebben nu een gezamenlijke taal om het pedagogisch-didactisch handelen te bekijken en te bespreken. Dat verdiept het gesprek over onderwijs en onderwijsvernieuwing. De organisatiedoelen zijn hiermee dus ook gediend, want dit geeft een basis voor vernieuwingen op het gebied van maatwerk en toetsing. Al met al zijn er veel redenen om dit traject een vervolg te geven, ook omdat onderzoek heeft aangetoond dat  professionalisering die is gericht op docentgedrag, alleen beklijft als het een langdurig traject is dat is ingebed in de organisatie.”

“Op docentgedrag gerichte professionalisering beklijft alleen als het een langdurig traject is, ingebed in de organisatie”

Robert van der Sijde Schoolleider

Er zijn daartoe inmiddels een aantal afspraken gemaakt. Allereerst wordt het beeldcoachingstraject opgenomen in het inductieprogramma van startende leraren. “In de opleiding komt feedback natuurlijk wel langs,” zegt Verhoef “maar echt getraind worden studenten niet. We doen het traject met beginnende docenten in hun tweede jaar, als ze gewend zijn aan de school. Daarnaast is afgesproken dat alle docenten om het jaar iets met beeldcoaching doen. Dat kan een individueel traject zijn, maar ook een intervisietraject, waarbij beeldcoaching wordt ingezet. Daarmee is het afgelopen schooljaar, op initiatief van docenten, al in vier intervisiegroepen ervaring opgedaan, en dat werkte heel goed.”

Beeldcoach worden

Vanuit bestuurlijk perspectief brengt de Jong nog een ander winstpunt van de ontwikkeling onder de aandacht. “Wij vinden het belangrijk dat docenten meerdere carrièremogelijkheden hebben. Daarom willen we hen als school de mogelijkheid geven om zich breed te ontwikkelen, bijvoorbeeld door onderzoek te doen, zich te ontwikkelen tot leidinggevende of door beeldcoach te worden. Het gaat om groei en ontwikkeling in zo breed mogelijke
zin. Daar is onze gesprekscyclus ook op gericht, dat docenten groei en ontwikkeling laten zien, maar ook
dat ze laten zien wat ze bijdragen aan de ambities van de school. Dat kan op verschillende manieren, onder andere door het traject beeldcoaching te volgen of door beeldcoach te worden.”

Scholen kunnen Robert van der Sijde een e-mail sturen om meer hierover te leren.