11 maart 2020

“Onze toekomstplannen? We willen doorleren, in elk geval tot we rijk worden.” Aldus Iris en Chakira, twee leerlingen uit de derde klas van de Groene Hart Praktijkschool in Alphen aan den Rijn. Samen met een bestuurder, schoolleiders en docenten namen zij op 5 maart deel aan een gesprek binnen de school over het discussiestuk ‘Toekomst van ons onderwijs’. De ambitie uit dit stuk om een ‘leven lang te leren’ werd dan ook goed ontvangen. Ook over de andere kernideeën was er enthousiasme; deze sluiten aan bij waar de school al mee bezig is en kan de school en de leerlingen verder brengen, zo gelooft men. Maar: alle ideeën moeten nog heel goed in de praktijk worden getest.

Naast de twee leerlingen schoven Bert van Leeuwen (lid CvB SCOPE scholengroep), directeur Willem van Ouwerkerk, unitleider Sandra Snippe en docenten Jeanette van Voorden, Janneke de Ligny en Laura Marx aan voor het gesprek.

'Niet meer allemaal uit hetzelfde makkelijke boekje'

Een van de kernideeën uit het discussiestuk is om een kwalificerende fase (tot 15 jaar) in te voeren, waarbij leerlingen langer samen naar school gaan en uit een breed programma van beroepsgericht en academisch aanbod een programma op maat kunnen samenstellen. Hierbij kunnen zij ook vakken op verschillende niveaus volgen. Dit wordt onder meer gezien als een antwoord op het motivatieprobleem van Nederlandse leerlingen. 

Op de Groene Hart Praktijkschool zien ze zeker wat in dit idee. Vooral het kunnen volgen van vakken op verschillende niveaus kan van meerwaarde zijn voor de school, zo stellen Jeanette, Laura en Janneke. Jeanette: “We zijn hier ook al mee bezig, we hebben de niveaus dit schooljaar al een beetje losgelaten en bieden zoveel mogelijk onderwijs op maat aan. Omdat je toch ziet dat er verschillen zijn tussen leerlingen en de ene leerling meer aankan dan de andere.” Janneke: “Het zou mooi zijn als er nog meer kansen komen om vakken op bijvoorbeeld vmbo-niveau te doen. Het kan helpen om leerlingen nog meer uitdaging te geven. Je ziet nu soms ook weerstand van leerlingen om naar de Praktijkschool te gaan, het is toch een beetje een stempel. Het helpt dan als niveaus zich wat meer ‘mengen’.” Leerlingen Iris en Chakira zijn het hier mee eens. Iris: “Ik vond het niet altijd leuk op deze school. Sommige vakken zijn hier te makkelijk, bij Nederlands leren we bijvoorbeeld allemaal uit hetzelfde makkelijke boekje. Ik mis dan uitdaging.”

De leerlingen zijn ook positief over het idee voor een langere kwalificerende fase. “Het is prettiger om de keuze voor een bepaalde richting nog even uit te stellen, en dan heb je meer tijd om ergens moeite aan te besteden,” stelt Iris. “En misschien kan je nog stijgen in je niveau dan”, vult Chakira aan.

Echter, of je leerlingen in die fase meer keuzevrijheid moet geven over welke vakken en niveaus zij willen volgen, wordt betwijfeld. Sturing en begeleiding vanuit de school - zoals ook in het discussiestuk wordt benoemd – zijn dan heel belangrijk, benadrukken de docenten. Laura: “En ik denk dat dit voor veel leerlingen dan toch heel lastig blijft.”

Ook zijn er twijfels over het idee dat alle leerlingen van verschillende achtergronden dan tot hun vijftiende bij elkaar op school zitten. “De meeste kinderen kunnen hier nu prima bij elkaar,” aldus Chakira. “Maar als je leerlingen van alle niveaus bij elkaar zet, gaat het wel een beetje botsen in gedrag denk ik.” Zet je leerlingen van verschillende niveaus bij elkaar in een groep, dan kunnen zij wel van elkaar leren, aldus Sandra. "Om les te geven zijn die verschillen dan echter wel lastig.” Ook Laura ziet liever kleinere groepen per niveau. “Bij grote groepen weet ik ook niet of ik het goed doe, er gebeurt zoveel om mee heen. Bij negen à tien leerlingen kan ik overal even heen en iedereen helpen.” Chakira: “Als er verschillende niveaus zitten kan je denken, ik moet zelf ook omhoog. Maar het kan ook demotiveren als dit bij jou niet lukt en bij anderen wel.” Willem, directeur: “Het is een mooie ambitie om een grote school te maken voor alle leerlingen, en we willen zeker zo’n school worden, maar het kan nooit helemaal. Je houdt toch altijd ‘aparte kamertjes’, groepjes. Maar wat je samen kan doen, moet je samen doen.”

De leerlingen voegen tenslotte nog toe dat niet alleen bovenstaand idee uit het discussiestuk belangrijk is om de motivatie van leerlingen te doen stijgen. "Ook heel belangrijk zijn goede, gezellige leraren, die je op je gemak stellen en je begrijpen."


Achterste rij: Bert van Leeuwen - Sandra Snipppe - Janneke de Ligny
Voorste rij: Jeanette van Voorden - Iris - Willem van Ouwerkerk - Laura Marx

Personeelsbeleid belangrijk ingredient

Om voldoende goede leraren te hebben, wordt in het discussiestuk - naast samen opleiden en professionaliseren - vooral ingezet op een verdere versterking van het strategisch personeelsbeleid op scholen. De leraren op de Groene Hart Praktijkschool zijn hier positief over. Laura: “Ik wil vooral voldoende tijd om bezig te zijn met de leerlingen en mooie dingen te doen. Tijd om de lessen leuk te maken en uitdaging voor hen te creëren, maatwerk te bieden." "Het is ook belangrijk om voldoende tijd te hebben om je verder te ontwikkelen”, vult Jeanette aan. “Ik volg nu zelf nascholing. Juist nu ik een wat oudere leeftijd heb bereikt is dit belangrijk; voor je het weet ben je afgehaakt. Ik zou meer ontwikkeltijd willen.” Janneke: “Ik wil voldoende tijd hebben om elkaar als leraren te ontmoeten en over het vak te praten. En waardering van collega’s en leidinggevenden is voor mij super belangrijk.”

Ook bestuurder Bert ziet goed personeelsbeleid als een ‘heel belangrijk ingrediënt in de taart’. “Als school hebben we het thema goed werkgeverschap centraal gesteld. Vanuit de politiek is hier wel echt meer geld voor nodig.” Zowel Bert als Willem onderstrepen verder nog wel dat naast hrm ook salaris een belangrijke rol speelt. Willem: “Het is belangrijk om complimenten te geven, maar daarnaast moet je ook andere instrumenten in kunnen zetten om je waardering tot uitdrukking te brengen.”

'Als het goed gaat, gaat het goed aan het begin'

Een derde belangrijke ambitie uit het discussiestuk is om het meest innovatieve land van Europa te worden. Hiervoor zou ook in de onderwijssector een infrastructuur en cultuur moeten worden gerealiseerd waarbij onderzoek en ontwikkeling binnen de school vanzelfsprekend zijn en ‘evidence informed’ wordt gewerkt.  Op de Groene Hart Praktijkschool wordt hier al veel tijd in geïnvesteerd. Willem: “Een op de vijf betaalde uren gaat naar begeleiding en ontwikkeling.” Bert: “Bij onze koerszaken onderzoeken we altijd: wat is het beste, welke ervaringen zijn er al, en - na de invoering van iets nieuws - hoe loopt iets?” Het voorstel uit het discussiestuk wordt dus goed gevonden. Maar: betrek onderzoek vanuit de wetenschap dan wel dichter bij de scholen, en maak onderzoek voor kleinere groepen (zoals het praktijkonderwijs) belangrijker, aldus Willem. Ook Sandra maakt nog een kanttekening. “Het zwaartepunt ligt nu wel vaak heel erg bij onderzoek, bijvoorbeeld in de schoolleiders- en lerarenopleidingen. Je hebt ook docenten die geen onderzoek willen doen of hierover struikelen, maar verder wel heel goed zijn." 

Maar over het algemeen is onderzoek doen dus waardevol en moet dit ook, is het uitgangspunt van de school. Dit geldt voor hen ook als je kijkt naar ‘Toekomst van ons onderwijs’. Bert: "Er staan goede ambities in, maar.. dan begint het pas. Ik wil eerst het gesprek er nader over voeren en ook moet uitgebreid nader onderzocht worden of de ideeën werken, via pilots. Dit weet je vrij snel: als het goed gaat, gaat het goed aan het begin. Maar doe dit dus wel voor je verdere stappen zet.”
 

Ook in gesprek over 'Toekomst van ons onderwijs' 
Hoe wordt er op uw school over de voorstellen uit het discussiestuk gedacht en wat kunnen deze voorstellen voor uw school betekenen? Ook binnen uw eigen school kunt u het gesprek hierover aangaan. En/of praat mee tijdens de landelijke bijeenkomsten die hierover worden georganiseerd of via de website van Toekomst van ons onderwijs