02 juli 2018

Een simpele vraag, bijvoorbeeld wat te doen met zwerfafval, kan uitgroeien tot breed gedragen duurzaamheidsdenken. Dat is de ervaring van Heleentje Swart van het Nordwin College. ‘Zaak is om met elkaar alle knoppen waarmee je onderwijs geeft, te verbinden. Dat maakt het geheel sterker.’

Zonnepanelen op het dak, aangepaste inkoopvoorwaarden of een tosti-ijzer in de aula om droge boterhammen te roosteren in plaats van weggooien. Het zijn enkele aansprekende voorbeelden die laten zien dat op het Nordwin College duurzaamheid inmiddels in de genen van de school zit. Heleentje Swart is als coördinator Duurzaamheid de aanjager, door te zorgen voor goede onderlinge communicatie en te helpen processen vorm te geven die leiden tot meer duurzaamheid. Wat zijn de stappen om mee te beginnen? ‘Mijn ervaring is dat je het best gewoon klein kunt beginnen met duurzaamheid als vertrekpunt. Je kunt wel een stip op de horizon zetten om naartoe te werken, maar kennis en technieken veranderen zo snel. Maak liever concreet waar je voor staat. Voor ons is dat: zorgen voor jezelf, voor de ander en voor de wereld.’

Begin met een goed gesprek

Het Nordwin College (vmbo-groen en mbo-opleidingen) heeft het internationale Eco-keurmerk van een duurzame school. Maar dat is volgens Swart geen doel maar een middel. Het duurzaamheidsdenken begon een paar jaar terug met een vraag vanuit de ouders. Wat vraagt de wereld van onze kinderen in de volgende eeuw? Swart: ‘Zo’n vraag is het begin van gesprekken, met leerlingen, ouders, de conciërges, docenten en de directie. Hoe zorgen we ervoor dat we in de 22e eeuw in een leefbare wereld wonen? Dat betekent goed zorgen voor jezelf, werken aan talentontwikkeling. Vanuit dat perspectief ga je verder: wat betekent dat voor je relatie met de ander, en met de planeet?’

Uitwerking: van gezonde kantine tot ander energiebeheer

Duurzaam denken en doen is soms heel zichtbaar, zoals in de gezonde en duurzame schoolkantine of leerlingen die regelmatig werken aan projecten die duurzaamheid als vertrekpunt hebben. Zo krijgt het een plek in het curriculum.

Minder zichtbaar is duurzaamheid in de bedrijfsvoering, terwijl daar veel te winnen is, aldus Swart. ‘Het gaat niet alleen om de aanschaf van zonnepanelen, maar ook om iedereen mee te nemen in het verhaal. Dat je je verbonden voelt met de plek waar je werkt. Een moestuin, het zwerfafval-probleem aanpakken, dat houdt in dat je ook de leerlingen erbij betrekt. Waarom gooien ze al die liefdevol meegegeven boterhammen van thuis in de prullenbak? Als ze meedenken komen er onverwachte oplossingen, door het brood op te halen voor het dierenverblijf, bijvoorbeeld. Sommigen willen hun broodje graag even in een tosti-ijzer opwarmen, dan is het wel lekker. Dus wij hebben een tosti-apparaat in de kantine.

Iedereen heeft zijn eigen cirkel van invloed, dus je kunt ook als individu het verschil maken. Dus zet een groene bril op bij alles wat je toch al doet. Vind met je collega’s de gezamenlijke doelen en de bereidwilligheid, en je bent zo een eind op weg.’’

Borgen in processen en samenwerken in de regio

Duurzaamheid borgen in bedrijfsprocessen is een kwestie van uitbouwen en borgen. Maar een school kan het niet alleen. Ook de omgeving is van groot belang. In Friesland is er een programma met alle scholen en het bedrijfsleven om integraal een set van 17 duurzaamheidsdoelen (geformuleerd door de Verenigde Naties) in te passen. ‘Die geven aan waaraan we moeten werken, en voor welke uitdagingen we staan’, vertelt Swart. ‘Wij hebben een onderwijsdoel voor ogen – uiteraard – maar we realiseren ons dat je alle knoppen waarmee je onderwijs geeft, met elkaar kunt verbinden. Dus breng duurzaamheid onder in het curriculum, in de didactiek (bijvoorbeeld met onderzoekend leren), in de bedrijfsvoering, in professionalisering van docenten en het betrekken van de regio, met name als het om innovaties gaat.

Het bedrijfsleven staat bijvoorbeeld te springen om vakmensen die verstand hebben van de ecologische voetafdruk, om dat in een productieproces te berekenen. Als je al die onderdelen met elkaar kunt verbinden, dan wordt het een sterk geheel.’