Excessen van social media - Hoe ga je er als school mee om?

Van TikTok challenges waarbij leerlingen toiletten onder plassen, tot lijsten met persoonlijke gegevens en seksistische opmerkingen die de school rondgaan. En van online pestgedrag tot video’s die jongeren aanmoedigen tot geweld. Excessen van sociale media nemen allerlei vormen aan, lijken toe te nemen en dringen soms de school binnen. Hoe ga je daar als school mee om?

Dit artikel verschijnt in het aankomende VO-magazine, dat in het teken staat van ons VO-congres op 26 maart aanstaande: 'Hoe overleven we... de buitenwereld die de school binnendringt'. Straatcultuur, social media, polarisatie, armoede en maatschappelijke spanningen komen onze scholen binnen. Tijdens het congres onderzoeken we samen hoe je in deze context koers kunt houden en kunt zorgen voor een veilige omgeving voor leerlingen én medewerkers. Kom ook en neem inspirerende inzichten en praktische handvatten mee terug je school in!

Recent onderzoek onder 250 scholen van het onderzoeksprogramma Pointer liegt er niet om: 62% van de scholen heeft in de afgelopen twee jaar te maken gehad met een of meer incidenten op het gebied van social media. Het delen van geweldsvideo’s leidt volgens 87% van de scholen in het onderzoek tot spanning en onrust in de school. Ook neemt het gevoel van onveiligheid onder leerlingen toe.

Norm stellen

Vechtpartijen, pestgedrag en andere incidenten zijn van alle tijden, wordt vaak gezegd. Toch is er met de komst van sociale media wezenlijk iets veranderd: incidenten worden gefilmd en blijven bestaan. Jan Kunst, directeur van SKILLS vmbo in Heemskerk: “Daardoor wordt een incident al snel groter dan een losse gebeurtenis. Leerlingen worden er steeds aan herinnerd en daardoor komen ze er ook steeds op terug. Vroeger kon je elkaar de hand schudden en dan was het voorbij, dat is nu anders.”

‘Je moet het ijzer smeden als het koud is’

Volgens Loïs Gampierakis van Stichting School & Veiligheid ligt er voor scholen een kans in het vooraf stellen van een norm. “We hebben in de samenleving al heel lang afspraken over hoe we met elkaar omgaan. Dat ontwikkelt zich continu. De online wereld is een omgeving waarin we ons vaak minder geremd gedragen, en waar nog geen duidelijke norm is voor acceptabel gedrag. Daarom kun je juist hier als school een norm stellen en leerlingen begeleiden in hoe je online met elkaar omgaat. Het gesprek hierover kan terugkomen in lessen over digitale geletterdheid of mediawijsheid, maar ook in alledaagse pedagogische situaties. Daarnaast is het belangrijk om de online context in alles mee te nemen: van gedragscodes en antipestprotocollen tot afspraken die je maakt op klassenniveau. Stel jezelf altijd de vraag: hoe zit dit online?”

Wanneer je eenmaal een norm hebt gesteld, kun je leerlingen begeleiden in online omgaan met elkaar én de norm handhaven. Loïs: “Handhaving betekent niet per definitie straffen; het kan ook inhouden dat je ouders en leerlingen informeert over incidenten en de impact ervan op betrokkenen en de veiligheid op school. En dat je met elkaar het gesprek voert over de gezamenlijke verantwoordelijkheid om fijn met elkaar om te gaan, ook online.”

Verschillende rollen

Bij een incident hangt het van de heftigheid af wie binnen de school het voortouw neemt, zegt Jan Kunst: “Online pestgedrag kan vaak door een leraar of mentor goed begeleid worden. Maar wanneer het gaat om een voortdurend patroon of heftiger incident, is het aan de directie om te schakelen. Bijvoorbeeld door de wijkagent erbij te betrekken.”

Een leraar of mentor hoeft geen expert op het gebied van sociale media te zijn om het gesprek te kunnen voeren

Loïs Gampierakis legt uit dat een leraar of mentor geen expert op het gebied van sociale media hoeft te zijn om het gesprek te kunnen voeren. “Het kan lastig voelen om het gesprek over de online wereld met leerlingen aan te gaan – zeker wanneer je hier zelf minder in thuis bent. Een open gesprek vanuit oprechte interesse is een goede start; ook en juist wanneer er (nog) niets aan de hand is. Daarnaast is het belangrijk om regelmatig als team in gesprek te gaan over het omgaan met online gedrag; zo kun je van en met elkaar leren. Tot slot is het belangrijk dat leerlingen altijd bij iemand terecht kunnen als ze te maken krijgen met online grensoverschrijdend gedrag, bijvoorbeeld bij de mentor of de vertrouwenspersoon.”

Veilige haven

SKILLS vmbo heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan een veilig schoolklimaat, waardoor social media-excessen op school minder voorkomen, zegt Jan Kunst. “We hebben de laatste jaren leerlingenzorg, het mentoraat en het mobieltjesbeleid (thuis of in de kluis) stevig neergezet. Daardoor ontstaan filmpjes meestal niet meer in de school. We blijven natuurlijk een verzamelpunt voor jongeren, dus er gebeurt heus wel wat. Maar in de basis is de school zes uur lang een veilige haven voor leerlingen.”

Gebeurt er toch iets wat raakt aan de sociale veiligheid op school, dan is het van belang deze zo snel mogelijk te herstellen. Stichting School & Veiligheid heeft daarvoor een stappenplan gemaakt. Loïs: “Daarin worden zowel aanstichters, slachtoffers en omstanders betrokken. Belangrijk is vooral om het gesprek aan te gaan en de norm te herstellen.”

Buitenwereld

Jan Kunst ziet dat de ruimte tussen school en thuis een ingewikkelde plek is voor leerlingen. “Daar ligt vaak de bron van incidenten. Juist daarom moeten we ook niet alles in de school oplossen, zoals we voorheen vaker deden. Dan wordt de school betrokken bij het sanctioneren van gedrag buiten de eigen invloedssfeer. Wat buiten de school gebeurt en niet direct raakt aan de sociale veiligheid op school, is aan degenen die daar de regie hebben: jongerenwerk, politie, gemeente.”

De school heeft natuurlijk wel met de buitenwereld te maken, vervolgt hij: “Bijvoorbeeld in het onderwijsprogramma, bij burgerschap en mediawijsheid, waar het gaat om het bespreekbaar maken van de risico’s van sociale media. Daarnaast hebben we een signalerende functie richting partijen zoals de politie. En we begeleiden leerlingen, zowel slachtoffers als daders, op hun weg om buiten de school gehoord te worden. We zijn dan ook in overleg met gemeente en politie om er zeker van te zijn dat meldingen op de juiste plek terechtkomen.”

Volgens Loïsis het onderhouden van je sociale kaart belangrijk: “Je moet het ijzer smeden als het koud is, zeggen wij altijd. Door in ‘vredestijd’ goede afspraken te maken met de partners om de school heen, kun je bij incidenten snel schakelen.”

Ouders

Die goede relatie geldt ook voor ouders. Loïs: “We weten dat positief contact met ouders belangrijk is bij het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag. Dit doe je bijvoorbeeld door informeel en regelmatig contact te onderhouden met ouders – juist ook wanneer het goed gaat met hun kind. Door in deze band te investeren, kun je gemakkelijker afspraken maken over de vervolgstappen wanneer er iets aan de hand is.”

‘Volwassenen gaan online en jongeren zijn online’

Ook kun je ouders helpen om beter zicht te krijgen op de online wereld van hun kinderen, zegt Jan. SKILLS vmbo organiseerde een ouderavond over sociale media. “Daar was veel animo voor. Voor veel ouders vormen sociale media een onbekende wereld waar ze weinig grip op hebben. Op zo’n avond leggen we uit wat er op sociale media gebeurt en hoe je je kind daarin kunt ondersteunen. Het gesprek erover openen, kan al helpen.”

Leefwereld

Dat volwassenen weinig zicht hebben op sociale media van kinderen is niet gek: er zit een verschil in leefwereld. Niet voor niets wordt er gezegd: volwassenen gaan online en jongeren zijn online. Loïs: “Voor volwassenen is het makkelijk om de offline en de online wereld los van elkaar te zien. Voor jongeren daarentegen is er maar één wereld. Des te belangrijker is het om je voor die wereld van jongeren te interesseren. Stel, je hebt een leerling in de klas die graag Roblox speelt. Vraag dan eens of die jou wat meer over een spel kan vertellen: hoe werkt het? Op die manier start je een gesprek vanuit nieuwsgierigheid. Dat verlaagt voor jongeren de drempel om bij jou aan de bel te trekken wanneer het online mis gaat. Nu vinden jongeren het moeilijk om met volwassenen over online incidenten te praten, omdat ze het idee hebben dat volwassenen hun wereld niet begrijpen. Je wilt niet dat ze er zelf mee blijven worstelen.

Jongeren met digitale veerkracht zijn beter bestand tegen de risico’s

Daarom is het belangrijk dat er in de school iemand is bij wie ze terecht kunnen, en dat ze weten dat er andere plekken zijn voor hulp, zoals de Kindertelefoon, In je bol (online platform voor mentale gezondheid, red.) en Offlimits (expertisecentrum online misbruik, red.).”

Verkeersexamen

In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA staat dat er gestreefd wordt naar een handhaafbare Europese minimumleeftijd van vijftien jaar voor sociale media en een verscherping van de mobieltjesrichtlijn voor scholen. Jan Kunst vindt het goed als scholen daarbij meer ondersteund worden. “Dit kan houvast bieden aan scholen die de stap richting een strenger mobieltjesbeleid nog moeten zetten. Ook later beginnen met sociale media kan goed zijn, voor zover dat uitvoerbaar is. Nu zitten leerlingen in de eerste klas al op sociale media en moeten wij tegelijkertijd uitleggen hoe het werkt. Ze zitten er al middenin, je kunt ze er niet meer op voorbereiden.”

Loïs maakt de vergelijking met het verkeersexamen: “In groep 7 creëren we een veilige verkeersomgeving om te oefenen met fietsen. Het zou mooi zijn als we zoiets ook hebben voor de online wereld. Jongeren met digitale veerkracht zijn beter bestand tegen de risico’s. Dat is belangrijk, want in de huidige samenleving is de online wereld een feit.”

Het journalistiek platform Pointer (KRO-NCRV) maakte een uitzending over geweldsvideo’s en deed samen met DUO-Onderwijs onderzoek onder 250 scholen.

Bekijk de uitzending

Dit artikel is ook als pdf beschikbaar. Tekst: Simone de Bruijn

Zie ook: