Harry van Alphen: ‘Onderwijs moet in beweging blijven’

Wie zitten er in de Commissie Code Goed Onderwijsbestuur? En wat is hun motivatie? Deze keer stelt Harry van Alphen zich voor. Hij is voorzitter College van Bestuur van Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden (SCOL).

“Ik heb altijd genoten van het lesgeven, bijvoorbeeld als geschiedenisleraar. Wat ik daar voor kinderen kon betekenen, was voor mij ontzettend waardevol. Toch merkte ik dat ik als bestuurder meer impact kon maken. Als bestuurder ben je in een positie waar je kunt bijdragen aan de richting van het onderwijs, en dat vind ik ontzettend leuk. Je zit aan tafel bij de gemeente, bij samenwerkingsverbanden, en kunt meebepalen over zaken als passend onderwijs.

Onderwijs moet in beweging blijven, dus ik ben zelf ook altijd in beweging. Ik geloof dat het belangrijk is om voortdurend na te denken over wat kinderen nodig hebben om te leren en om gemotiveerd te blijven. Lef tonen om te innoveren en te investeren in ander onderwijs. Niet om de innovatie zelf maar om daadwerkelijk antwoorden te zoeken op de uitdagingen waar de scholen voor (komen te) staan.

Kern van besturen

Als bestuurder kun je mensen samenbrengen, de dialoog voeren en zorgen dat de juiste mensen op de juiste plekken zitten. Als er iets nodig is in een school en ik weet dat er ergens anders een organisatie is die kan helpen, dan kan ik die twee samenbrengen. Dat is iets waar ik energie uit haal. Uiteindelijk gaat het om het verbeteren van het onderwijs, en als je dat als bestuurder kunt doen door verbindingen te leggen, dan is dat heel waardevol.

Ik denk wel dat we als bestuurders beter moeten laten zien waarom we ertoe doen. Het is mooi om te vertellen wat je doet, maar we moeten beter zichtbaar maken wat het effect is van ons werk. Het is ook aan ons om te laten zien dat we verantwoordelijk omgaan met de publieke middelen en dat we daadwerkelijk iets betekenen voor het onderwijs.

De code en de commissie

De code helpt daarbij, omdat het duidelijk maakt wat van ons verwacht wordt. Het is geen wet, maar het biedt wel handvatten om het gesprek te voeren over ons gedrag. Hoe gaan we om met toezichthouders? Hoe handelen we in bepaalde situaties? Het is belangrijk om als commissie altijd open te staan voor het gesprek, want er zijn dilemma’s die je niet van tevoren kunt voorzien.

De commissie heeft als doel om goed bestuur en goed toezicht in het onderwijs te bevorderen, ik ben er trots op dat ik daar een bijdrage aan mag leveren. Ik merk dat het gesprek over de code steeds meer leeft, en dat is goed. We zien dat bestuurders steeds meer reflecteren op hun eigen handelen en dat ze vragen stellen over hoe ze integriteit en verantwoordelijkheid kunnen waarborgen.

Vooruitkijken

We willen de code steeds beter illustreren door voorbeelden op te halen van situaties waarin de governance code wordt toegepast. Hoe gaan bestuurders bijvoorbeeld om met dilemma’s zoals belangenverstrengeling? Wat kunnen we leren van die situaties?

Daarnaast willen we de samenwerking tussen bestuurders en toezichthouders verder versterken, vooral in de context van de onderwijsregio’s, waar nieuwe bestuurlijke vraagstukken spelen. We willen dus zorgen voor meer concrete handvatten voor bestuurders, zodat zij beter kunnen navigeren in complexe situaties. Het uiteindelijke doel is om het onderwijsbestuur verder te professionaliseren en te zorgen voor een cultuur van integriteit en verantwoordelijkheid in het onderwijs.”