14 mei 2020

Korte lijntjes met de basisscholen en nauwe persoonlijke contacten zorgen ervoor dat Jessica de Bruin van het Kalsbeek College in Woerden al ruim voor de start van het nieuwe schooljaar precies weet welke leerlingen er op haar locatie gaan beginnen. Hierdoor kan de school ook in een jaar zonder eindtoets en met een telefonische warme overdracht prima uit de voeten.

“We kennen elkaar echt”, vertelt Jessica de Bruin over de contacten met de basisscholen in de regio. De Bruin werkt als afdelingsleider brugklassen havo-6/havo/atheneum/gymnasium op locatie Schilderspark van het Kalsbeek College, een school met een stads- en een regiofunctie.

Zestig tot tachtig basisscholen

Elk jaar maken ongeveer driehonderd leerlingen de overstap naar het Kalsbeek College. Zij komen van tussen de zestig en de tachtig basisscholen, vertelt De Bruin. “Dat zijn veel scholen, maar toch vinden wij nauw contact met allemaal heel belangrijk. We komen bij elkaar over de vloer en we weten dus welke programma’s een leerling heeft gevolgd.”

Het Kalsbeek nodigt elke basisschool in november uit om te komen praten over oud-leerlingen. “Dat doen wij overigens niet alleen hoor, dat gebeurt op meer scholen in de regio. Zo houden we de contacten warm. En uiteraard zijn vertegenwoordigers van de basisscholen ook welkom op onze open dagen en avonden.”

Warme overdracht

Voorafgaand aan de warme overdracht formuleert de povo-commissie van het Samenwerkingsverband VO Regio Utrecht-West (RUW) welke informatie de vo-scholen graag aangeleverd willen krijgen via het systeem Onderwijs Transparant. “We hebben het Onderwijskundig Rapport (OKR) al enkele keren gefinetuned. Leerlingen hoeven op onze school dus geen nieuwe start te maken.” Het OKR is het startpunt van de warme overdracht, vertelt De Bruin, en daarom van groot belang. “Daarmee vormen we al een beetje een beeld van de leerling. Welke afdeling zou het beste zijn? Welke ondersteuning heeft een leerling nodig?”

Tijdens het gesprek van de warme overdracht gaat De Bruin daar verder op door en stellen beide partijen vragen over de leerlingen. Normaliter vinden die gesprekken plaats op de basisschool, maar dit jaar gebeurde dat telefonisch of via videobellen. “Nu we elkaar niet face to face zien, merken we hoe fijn het is dat we elkaar al kennen. Voor ons is dit jaar daarom niet eens zo’n groot verschil met andere jaren. We hebben wel speciale aandacht besteed aan leerlingen die extra zorg nodig hebben. Daarvoor hebben we videogesprekken met de basisschool gevoerd, in een enkel geval ook met ouders erbij.”

Eindtoets

Heeft De Bruin de overdracht moeten aanpassen nu de centrale eindtoets dit jaar op de basisscholen is komen te vervallen? “Om eerlijk te zijn hebben we daar in deze regio en binnen ons samenwerkingsverband niet zoveel last van. Wij plaatsen altijd al op advies van de basisschool en niet op de resultaten van een eindtoets.” En de heroverwegingen die er anders zijn na de eindtoets? “Nu minister Slob heeft gezegd dat we ruimhartig mogen gaan plaatsen, zijn er mogelijk wel een aantal herplaatsingen. Daarvoor hebben we een aantal gesprekken gehad met basisscholen en ouders, en ik verwacht dat er nog wel enkele verzoeken zullen komen. Het advies wordt bij een herplaatsing overigens niet aangepast, alleen de plaatsing.”

Kennismaken met de mentor

Op dit moment is De Bruin aan het puzzelen hoe de nieuwe brugklassers voor de zomervakantie kunnen kennismaken met hun klas en mentor. “Ze zijn al een aantal keren in ons gebouw geweest, maar als je bent geplaatst kijk je toch met andere ogen naar een school. Hoe gaan we dat doen als je niet met zijn allen in één lokaal mag? We zetten nu zoveel mogelijk digitale middelen in, zodat leerlingen elkaar in ieder geval online en op afstand leren kennen.”