Kwaliteitszorg moet je leven, doorleven en beleven

In de zomer van 2021 lag er een stevig inspectierapport op het bureau van de voorgangers van fusieorganisatie Simant. Het stelsel kwaliteitszorg werd als onvoldoende beoordeeld. Ruim vijf jaar later - een tijd waarin ook de fusie is voltooid - is kwaliteitszorg binnen Stichting Simant stevig verankerd. Niet alleen in systemen en instrumenten, maar ook in de cultuur.

“In het inspectierapport van juli 2021 stond dat er een stelsel van kwaliteitszorg ontbrak, er was geen herkenbare gemeenschappelijke cultuur en er was beperkt zicht op de kwaliteit van het onderwijs. Vlak daarna ging ik hier aan de slag”, vertelt bestuurder Mark Vrolijk. De prioriteit van Vrolijk lag in die eerste jaren bij het op orde brengen van het basisniveau. “Dat lukte: na een jaar kregen we het vertrouwen van de Onderwijsinspectie dat het goed zou komen. Tegelijkertijd waren we aan het fuseren. Toen de fusie begin 2023 rond was, lag er een goede basis om kwaliteitszorg goed in te richten.” Met de komst van Thonia van der Wal, adviseur Onderwijs en Kwaliteit, is vanaf 2024 het stelsel van kwaliteitszorg verder doorontwikkeld.

Gesprekkencyclus

Een van de eerste dingen die de scholengroep invoerde, was het opzetten van een gesprekkencyclus tussen het bestuur en de schooldirecties. Vrolijk: “In eerste instantie was dat drie voortgangsgesprekken per jaar op iedere school. Maar omdat we continu blijven evalueren en ontwikkelen, hebben we inmiddels een cyclus met vijf gesprekken. In die vijf gesprekken komen zowel randvoorwaardelijke onderwerpen, zoals begroting en formatie, als de onderwijskwaliteit aan bod. Daarbij staan steeds twee vragen centraal: hebben scholen voldoende zicht op hun kwaliteit en sturen zij, vanuit een norm, gericht op verbetering?”

Dialoog

Die gesprekkencyclus staat niet op zichzelf maar is gekoppeld aan dialoog. Vrolijk: “Dialoog staat bij Simant centraal. De wijze waarop wij met dialoog omgaan, heeft geleid tot kwaliteitsgericht denken en handelen op alle niveaus in de organisatie.” Die dialoog vindt zowel verticaal (van medewerkers in de school via de schoolleiding tot aan het bestuur) als horizontaal (tussen scholen) plaats. Dit laatste geeft Simant vorm door middel van lerende netwerken. Daarin zitten mensen met vergelijkbare functies van verschillende scholen met elkaar aan tafel. Zo is er een lerend netwerk van kwaliteitszorg, maar ook bijvoorbeeld een lerend netwerk van examencommissies. Van der Wal: “Collega’s delen kennis, bespreken waar ze tegenaan lopen en nemen die kennis weer mee naar hun eigen school. Vervolgens kan iets terugkomen in de directieraad en daar tot besluitvorming leiden. Zo voer je op verschillende niveaus in de organisatie hetzelfde gesprek.”

Jaarplan en Staat van ons Onderwijs

Om de gesprekken en dialoog gefundeerd te kunnen voeren, heeft Simant verschillende instrumenten. Die instrumenten verzamelen op diverse manieren informatie over de kwaliteit van het onderwijs. Om te beginnen maakt iedere school en het bestuur elk jaar een jaarplan. Dat is opgebouwd vanuit het PDCA-model (Plan, Do, Check, Act) met concrete formuleringen van doelen en hoe daarop te sturen, evalueren, bijstellen en borgen.

Daarnaast kent de stichting een ‘Staat van ons Onderwijs’. Van der Wal: “Dat is een kwantitatief rapport dat elke school binnen de stichting jaarlijks maakt. Scholen rapporteren hierin over onderwijsresultaten, pedagogisch-didactisch handelen en veiligheid. Ook het bestuur maakt zo’n kwantitatieve zelfevaluatie op basis van alle inspectiestandaarden, maatschappelijke vraagstukken en eigen ambities inclusief een dwarsdoorsnede van alle scholen.”

Kwaliteitskaarten

Voor de kwalitatieve zelfevaluatie werkt Simant met kwaliteitskaarten. Vrolijk: “Die hebben we zelf ontwikkeld aan de hand van de inspectiestandaarden, aangevuld met eigen aanvullende ambities.” De kwaliteitskaarten zijn opgezet vanuit vijf vragen voor reflectie: Doen we de goede dingen? Doen we de dingen goed? Hoe weten we dat? Vinden anderen dat ook? En wat doen we daarmee? Van der Wal: “Op die manier vindt er zelfevaluatie plaats gebaseerd op normen, ambities en brondocumentatie wat resulteert in een relevant jaarplan. We willen de dialoog over onderwijskwaliteit op alle lagen in de school stimuleren. We verwachten dat de school zicht heeft op de kwaliteit, bewust keuzes maakt vanuit een eigen gestelde norm, stuurt op uitvoering van acties en interventies, de effecten daarvan in beeld heeft en zo gericht werkt aan verbetering. We willen terugzien: waar staat dit in de documentatie? De beschrijvingen en doelstellingen zijn concreet en de kaarten leiden uiteindelijk tot gesprekken op alle lagen in de school.”

In totaal zijn er zeventien kwaliteitskaarten. Een aantal kaarten, zoals veiligheid, pedagogisch-didactisch handelen en zicht op ontwikkeling, vullen de scholen elk jaar in. Daarnaast kiest een school elk jaar vier extra kwaliteitskaarten. Na drie jaar heeft elke school dan alle kwaliteitskaarten gehad.

Kaders stellen

Binnen de hele set aan instrumenten heeft Simant gedetailleerd uitgewerkt wat kwaliteitszorg op bestuursniveau inhoudt en wat op schoolniveau. Vrolijk: “Als bestuur stellen we kaders vanuit thema’s, de inkleuring daarvan vindt in de school plaats. De kaders moeten scherp genoeg zijn om richting te geven, maar er moet altijd ruimte zijn voor schoolspecifieke aanvullingen. Op die manier kun je vanuit bestuurlijke kwaliteitszorg de kwaliteitszorg op schoolniveau kaderen, borgen en faciliteren.”

Professionele kwaliteitscultuur

Achter dit alles ligt een uitgebreid denkkader. Vrolijk: “Een van de uitgangspunten is dat we allemaal, van docenten tot bestuurders, gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor kwaliteitszorg. We hebben overal in de organisatie continu aandacht voor kwaliteit. Dat is de professionele kwaliteitscultuur. Dat vraagt om een proactieve en lerende houding. Onze focus ligt op ontwikkeling en niet op beoordeling.” Simant gebruikt daarom naast het PDCA-model ook het IMWR-model: inspireren, mobiliseren, waarderen en reflecteren. Van der Wal merkt dat in de praktijk. “Collega’s vragen mij om langs te komen op scholen om uitleg te geven over het invullen van het jaarplan. Dat vind ik positief. Het betekent dat kwaliteitszorg niet alleen iets is wat vanuit het bestuur wordt opgelegd, maar dat scholen het willen gebruiken om hun eigen ontwikkeling verder te brengen.”

Kwaliteitszorg continu aanscherpen

Die professionele kwaliteitscultuur geldt uiteraard ook voor het thema kwaliteitszorg. Vrolijk: “Of het nu gaat om een ontwikkeling in het toezichtskader van de Inspectie of dat we signalen ontvangen dat iets blijft hangen bij de schoolleiding en niet in de vakgroepen terugkomt: we scherpen het stelsel kwaliteitszorg voortdurend aan. Daarbij nemen we kleine stappen en geven we mensen tijd om een nieuwe manier van werken eigen te maken. Soms maken we bewust een pas op de plaats. In het eerste jaar verwacht je iets anders dan in het derde jaar.” Door die houding is Simant goed voorbereid. Van der Wal: “Stel de Inspectie komt langs of er is een nieuwe wet, dan leidt dat niet tot onrust. Alles is helder: dit is wat we doen, dit is wie we zijn en we handelen proactief.” Vrolijk besluit dat een goed systeem uiteindelijk nooit het doel op zich is: “Een kwaliteitszorgstelsel kan er op papier fantastisch uitzien, maar uiteindelijk moet je het leven, doorleven en beleven. Pas dan levert kwaliteitszorg op waar het werkelijk om draait: beter onderwijs voor leerlingen.”

“Als bestuur stellen we kaders vanuit thema’s, de inkleuring daarvan vindt in de school plaats.”