Montessori College: “Om kinderen gelijke kansen te geven, moet je ze ongelijk behandelen.”

27 maart 2019

Het Montessori College in Groesbeek werkt samen met Stichting Primair Onderwijs Groesbeek (SPOG) aan de versterking van de doorgaande lijn tussen po en vo. “Ons uitgangspunt is dat leerlingen vanuit intrinsieke motivatie beter en efficiënter leren én gelukkiger zijn,” meldt locatiedirecteur Arianne Nas van het Montessori College in Groesbeek.

“Het onderwijsconcept 10-15 Agora is een bewezen structuur,” zegt locatiedirecteur Arianne Nas. Samen met Stichting Primair Onderwijs Groesbeek (SPOG) ontwikkelde haar school, aan de hand van de Agora-methode van vmbo-school Niekee in Roermond, een nieuw onderwijsconcept voor leerlingen van tien tot vijftien jaar.

“We werken niet met vakken, cijfers, en vakdocenten maar met een vaste dagindeling waarbinnen leerlingen individueel of in groepjes aan verschillende challenges - binnen of buiten de school werken, meldt locatiedirecteur Nas. 

Met deze vernieuwende onderwijsaanpak spelen de betrokken scholen in op kinderen die zich in het traditionele onderwijs minder thuis voelen en op zoek zijn naar een vorm van onderwijs die wél bij hen past. Dat maakt, volgens Nas, de doorstroom voor deze leerlingen van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs makkelijker.

Eigen leervraag

Na de start van het onderwijsconcept 10-15 Agora in Groesbeek, wilde ook Montessori College Nijmegen beginnen met een soortgelijk onderwijsconcept. Zo startte ‘MC Agora’ in 2018-2019 met een groep leerlingen in de (minimum)leeftijd van twaalf jaar. Hierbij nam de school het conitue werken aan de eigen leervragen als uitgangspunt. Doel hiervan is de intrinsieke motivatie van leerlingen te prikkelen, waarbij coaches zorgen voor de nodige begeleiding.

“Deze aanpak stimuleert leerlingen om na te denken over hun interesses en hun eigen manier van leren,” legt Nas uit. Het concept richt zich vooral op de ontwikkeling van leerlingen, zonder al teveel focus te willen leggen op controle, toetsingsmomenten en niveaubepaling. Nas: “Doordat dit van ouders veel vertrouwen vergt in onze plannen – én in hun kind, werken we met ouders samen.”

Inmiddels krijgt het onderwijsconcept ‘MC Agora’, met dertig leerlingen in Groesbeek en dertig leerlingen in Nijmegen, steeds meer vorm. Elke groep staat onder begeleiding van een drietal coaches. Verder is het belangrijk dat leerlingen binnen het concept een brede basis aangereikt krijgen in de vorm van ‘challenges’, zodat ze aan het einde van het traject het reguliere examenprogramma kunnen volgen. “Leerlingen kunnen dus niet kiezen voor alleen maar praktische, bèta- of taalgerichte challenges, meldt Nas.

Volgens de locatiedirecteur is er zowel bij leerlingen in de basisschoolleeftijd als bij vo-leerlingen behoefte aan een andere vorm van onderwijs. En dat blijkt ook uit de toenemende vraag naar het onderwijsconcept. “Volgend jaar kunnen we in Groesbeek al een tweede groep laten aansluiten en voor MC Agora in Nijmegen geldt hetzelfde. Ook daar is de belangstelling van leerlingen vanaf twaalf jaar groot,” vertelt Nas.

Start

“Door de enthousiaste reacties van ouders en leerlingen tijdens een informatiebijeenkomst, ontstond het vermoeden dat dit onderwijsconcept wel eens levensvatbaar kon zijn,” licht locatiedirecteur Nas toe. "We zijn vervolgens gestart met proefchallenges en hebben in gesprekken onze verwachtingen ten aanzien van het onderwijsconcept gedeeld. Hierna hebben we vragen van ouders meegenomen bij de verdere ontwikkeling van ons concept.”

Succes van het netwerk

De sleutel tot het succes van 10-15 Agora is dat de betrokken scholen voortdurend bouwen aan hun relatie met alle betrokkenen. “Om vorm te geven aan dit onderwijsconcept zoeken we steeds naar nieuwe inspiratie en naar andere manieren om nieuwe initiatieven in de school te krijgen.

Nas legt uit: "Zo vragen we ouders en professionals om inspiratieworkshops te verzorgen over diverse onderwerpen." Denk hierbij fotografie, voedingslessen en meubels maken. Verder vertelt ze dat ouderavonden meer zijn dan een ‘alleen een gesprekje waarbij vooral de mentor aan het woord is’. “En om Agora verder te brengen, organiseren we ook community-avonden, waarbij we samenwerken met ouders.”

Organisatie met po

Korte lijnen tussen de betrokken scholen helpt vervolgens om de samenwerking te versterken en goede afspraken te maken. “De collega die intervisie met de coaches verzorgt zit bijvoorbeeld ook in de werkgroep waarmee we maandelijks overleggen.”

En ook door gezamenlijke momenten, zoals stuurgroepbijeenkomsten, beter te benutten werken de scholen beter samen. Samenwerking tussen po en vo binnen het onderwijsconcept 10 -15 Agora werkt, volgens Nas, alleen als er ‘hele goede afspraken worden gemaakt over de onderlinge rolverdeling en communicatie’.