Onderwijs in een nerveuze samenleving

In onze samenleving is een louter pedagogisch-didactische opvatting van onderwijskwaliteit onvoldoende. Te midden van permanente onrust, polarisatie, technologische versnelling en normatieve onzekerheid hebben scholen de maatschappelijke opdracht om rust, continuïteit en richting te bieden, betoogt Ton Kallenberg, rector van het Jac. P. Thijsse College in Castricum. In het VO-magazine van maart publiceerden we een verkorte versie van het artikel dat hij over dit onderwerp schreef. Onderaan dit interview kun je Tons volledige artikel downloaden.

Het artikel van Ton Kallenberg staat in het maartnummer van VO-magazine, dat in het teken staat van ons VO-congres op 26 maart aanstaande: 'Hoe overleven we... de buitenwereld die de school binnendringt'. Straatcultuur, social media, polarisatie, armoede en maatschappelijke spanningen komen onze scholen binnen. Tijdens het congres onderzoeken we samen hoe je in deze context koers kunt houden en kunt zorgen voor een veilige omgeving voor leerlingen én medewerkers. Kom ook en neem inspirerende inzichten en praktische handvatten mee terug je school in!

Waarom moest dit artikel er komen?

“Het onderwijs staat mijns inziens voor een aantal belangrijke keuzes en ik heb het gevoel dat we daar nog te weinig gezamenlijk over nadenken. De wereld om ons heen verandert in hoog tempo, zowel geopolitiek als technologisch, bijvoorbeeld door ontwikkelingen rond AI. Scholen hebben in deze tijd een dubbele opdracht. Enerzijds moeten ze stabiliteit en continuïteit bieden in een samenleving die steeds nerveuzer wordt. Anderzijds moeten ze leerlingen voorbereiden op een wereld die technologisch en geopolitiek snel verandert. Maar scholen hebben ook een normatieve opdracht: ze helpen jongeren zich te oriënteren op waarden en op wat het betekent om samen te leven in een democratische samenleving. Dat vraagt dus tegelijk om rust, om wendbaarheid én om richting.

Scholen hebben ook een normatieve opdracht

Die veranderingen raken ook direct de onderwijspraktijk. Als het overgrote deel van de leerlingen hun huiswerk door AI laat maken, moeten we een ander soort opdrachten gaan geven. Dat heeft grote gevolgen voor hoe je je onderwijs als geheel vormgeeft en vraagt veel van docenten en schoolleiders. Op dit moment verandert de wereld om ons heen sneller dan wij antwoorden op nieuwe vragen formuleren.”

Je komt uit de wetenschappelijke wereld, schreef boeken en artikelen over het hoger onderwijs, en recent het boek ‘Voortgezet onderwijsonderzoek’. Dat gaat over het doen van onderwijsonderzoek om de onderwijspraktijk te verbeteren. Hoe ben je in het voortgezet onderwijs terechtgekomen?

“Ik heb ooit de pedagogische academie gedaan en heb voor de klas gestaan in het basisonderwijs. Ik verloor mijn baan – het was begin jaren tachtig – en min of meer toevallig solliciteerde ik als studieadviseur bij de Universiteit Leiden. Toen ik werd aangenomen, besloot ik daarnaast onderwijskunde en pedagogiek te gaan studeren. Vervolgens heb ik allerlei functies gehad, onder meer aan de Universiteit Leiden, de Erasmus Universiteit en de Hogeschool Leiden. En tussendoor heb ik een paar jaar in het mbo gewerkt als directeur onderwijs bij het ROC in Leiden.

Ik merk dat je als rector in het voortgezet onderwijs echt invloed kunt hebben

Voor mijn huidige functie werd ik gevraagd via een executive search-bureau. Mijn profiel paste volgens mij niet direct, maar de eerste gesprekken waren heel positief. En ook na vijf jaar heb ik het nog erg naar mijn zin. De belangrijkste reden is dat ik merk dat je als rector in het voortgezet onderwijs echt invloed kunt hebben. Universiteiten en hogescholen zijn zo groot dat individuele invloed daar vaak minder direct is.”

Het voortgezet onderwijs wordt door veel mensen juist als ‘log’ omschreven.

“Je kúnt veel veranderen in het vo, maar ik zie inderdaad ook veel conservatisme. Dat heeft denk ik deels te maken met het feit dat onderwijskundige kennis in het voortgezet onderwijs niet altijd sterk ontwikkeld of gedeeld is. Als je iets wilt veranderen, moet je dat wel goed kunnen beargumenteren en onderbouwen. Wanneer die kennisbasis beperkt is, is het begrijpelijk dat scholen vaak blijven doen wat ze altijd deden en dat veranderingen soms moeizaam op gang komen.

Als je iets wilt veranderen, moet je dat wel goed kunnen beargumenteren en onderbouwen

Dat structurele veranderingen lastig zijn, komt ook omdat we in een streng keurslijf zitten. Elke school moet elk jaar weer door een hele set hoepels springen, van een vaste set vakken tot roosters en profielen. Neem het centraal eindexamen: dat dwingt ons in een mal die verhindert dat er een breed onderwijsveld ontstaat. Je kunt in de onderbouw een heleboel interessante dingen doen met je onderwijs, maar hoe langer je dat volhoudt, hoe korter de aanloop is voor de sprong door de hoepel. Als je zegt dat we eigenlijk van het centraal examen af moeten, zijn veel mensen het daarmee eens. Maar daar blijft het vervolgens bij.”

In je artikel pleit je behalve voor resilience & robustness (veerkrachtig en betrouwbaar blijven functioneren onder druk) en adaptive capacity (wendbaarheid en professioneel handelingsvermogen in complexiteit) ook voor civic & moral competence (democratische en morele vorming als normatief kompas). Waarom?

“Omdat die drie dingen elkaar corrigeren. Alléén robuustheid kan leiden tot starheid, alléén wendbaarheid kan leiden tot opportunisme, en zonder moreel kompas kan aanpassing richtingloos worden. Onderwijs heeft alle drie nodig. Juist de balans ertussen bepaalt of een school stabiel én toekomstgericht kan functioneren. Het lijkt wel of we denken dat ons onderwijs neutraal moet zijn, maar onderwijs is in de praktijk nooit waardenvrij.

Onderwijs is in de praktijk nooit waardenvrij

Wij mogen ons meer uitspreken, bijvoorbeeld over dingen die ingaan tegen democratische waarden. Dat betekent natuurlijk ook dat je docenten op dit gebied competent moet maken en houden en dat je het voeren van lastige gesprekken over grenzen, normen en waarden met elkaar moet oefenen. We zouden het meer moeten hebben over waar we voor staan.”

Wat wil je met het artikel bereiken?

“Ik hoop dat scholen zich opnieuw afvragen wat hun maatschappelijke rol is. In een nerveuze samenleving zijn scholen niet alleen kennisinstellingen, maar ook plekken waar stabiliteit, democratische waarden en vorming worden doorgegeven. Natuurlijk snap ik ook wel dat ik hele conceptuele vragen stel, maar het is, denk ik, goed om wat je doet ter discussie te stellen.”

Onderwijs in een nerveuze samenleving

In het VO-magazine van maart publiceerden we een verkorte versie van het artikel 'Onderwijs in een nerveuze samenleving' van Ton Kallenberg, rector van het Jac. P. Thijsse College in Castricum. De uitgebreide versie bieden we hier aan.

Fotografie: Dirk Kreijkamp