10 april 2018

Volgens de visie van het Mundus College in Amsterdam (vmbo, pro) zal de doorstroom naar het mbo verbeteren wanneer leerlingen meer eigenaar zijn van hun leren en van hun toekomst. Daar is het doorstroomprogramma waarvoor het Mundus subsidie heeft gekregen, dan ook voornamelijk op gericht, zo blijkt uit een gesprek met Monique Sanders die teamleider is van de bovenbouw. “Wij zijn te veel geneigd om onze leerlingen aan de hand te nemen.”

Als we kijken naar de leerlingenpopulatie van de school is dat niet zo verwonderlijk. De meeste leerlingen komen uit sociaaleconomisch zwakke gezinnen. Maar ook deze leerlingen zijn niet gebaat bij een goedbedoelde ‘betuttelende’ aanpak, stelt Sanders: “Om te bereiken dat leerlingen zelf keuzes maken, initiatieven nemen en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen toekomst, moeten we het eigenaarschap van leerlingen vergroten.”

Coaching

De school vergroot het eigenaarschap van leerlingen door op een andere manier met leerlingen en ouders te communiceren over de studievoortgang. Dit schooljaar zijn de eerste ervaringen opgedaan met een andere vorm van ouder- en leerlingencontact in het derde leerjaar. Sanders: “Mentoren hebben met alle leerlingen en ouders zogenoemde ‘driehoeksgesprekken’ gevoerd, waarin ze leerlingen aan het denken zetten over hun doelen, keuzes en ondersteuningsbehoeften. Ook wordt besproken hoe de ouders hun kind daarbij kunnen ondersteunen. Het gaat om doelen op het gebied van motivatie, huiswerk, cijfers en vrienden. Omdat dit voor mentoren een nieuwe manier van begeleiden is, hebben we een instrument ontwikkeld dat hen hierbij ondersteunt. Ook worden mentoren hiervoor een dag vrijgeroosterd, zodat ze echt tijd hebben voor deze gesprekken.”

Omdraaiing

Bij elk rapport is er een voortgangsgesprek, waarin de leerling aan zijn ouders presenteert hoe ver hij is gevorderd met zijn doelen en wat zijn volgende stappen zijn. “De mentor voert ter voorbereiding een reflectiegesprek met de leerling en is alleen bij het voortgangsgesprek aanwezig om de leerling zonodig te ondersteunen”, zegt Sanders. “Het is essentieel dat de leerling zijn verhaal zelf aan zijn ouders vertelt. Ik vind het bijzonder dat mentoren die omdraaiing – dat niet de mentor maar de leerling het gesprek voert – zich zo snel hebben eigen gemaakt. Er was meteen een groot draagvlak voor deze vernieuwing, ook omdat docenten aan de basis stonden van de opzet.”

Wel is er nog een vraagstuk over de rol van de ouders. Want de aanpak wordt natuurlijk veel effectiever als ouders hun kinderen ‘aan de keukentafel’ ook meer als eigenaar van hun eigen ontwikkeling benaderen, denkt Sanders. “Bij onze populatie is dat lang niet altijd het geval. We hebben externe expertise ingeschakeld die met ons meedenkt over manieren om ouders hierbij te betrekken.”

Gezakt

Een andere ‘doorstroominterventie’ is gericht op kaderleerlingen die zijn gezakt voor het examen. Zij moeten in het mbo beginnen op niveau 1, en het kost hen vaak twee jaar voordat ze met niveau 3 kunnen starten. Dit is zeer demotiverend en leidt vaak tot uitval, vertelt Sanders. “We hebben met het roc bekeken hoe we voor deze leerlingen de route naar niveau 3 kunnen versnellen. Met name het vinden van een stageplaats voor niveau 1 blijkt een bottleneck te zijn die veel tijd kost. Daarom hebben we afgesproken dat wij ervoor zorgen dat deze leerlingen al een stageplaats hebben als ze bij het roc binnenkomen. Dan kunnen ze in principe in één jaar niveau 1 en 2 doorlopen. We hopen dat de uitval daarmee zal verminderen.”

Meer informatie
Monique Sanders
monique.sanders@mundus.espritscholen.nl