07 november 2018

Op de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen (SSgN) geeft het niveau waarop een leerling de basisschool beëindigt, niet de grenzen van zijn mogelijkheden aan. “Door hun route niet meteen vast te leggen, kunnen onze leerlingen blijven groeien”, zegt rector Marcel Janssen. Hoe bereikt de scholengemeenschap dit precies?

SSgN realiseert haar onderwijsvisie met name doordat differentiatie integraal onderdeel is van het onderwijs. “In de eerste twee leerjaren zitten alle leerlingen bij elkaar in een brede, heterogene brugklas. Docenten differentiëren aan de hand van niveaus A, B, en C (mavo, havo, vwo). In het derde leerjaar zitten havo en vwo nog steeds bij elkaar.” Elke onderbouwdocent verzorgt dus gedifferentieerd onderwijs; van een algemene, praktijkgerichte basis tot stof gericht op verdieping en inzicht. "Binnen toetsen wordt een zelfde opbouw gehanteerd. Zo kan iedereen per vak zijn niveau ontdekken en oppakken, gewoon binnen het eigen klassenverband. In samenspraak met de docent kunnen leerlingen ook tussentijds overschakelen op een hoger niveau”, voegt Marcel Janssen toe.    

De rol van eigenaarschap

De gedifferentieerde aanpak en de daaruit voortvloeiende keuzevrijheid van leerlingen zijn gekoppeld aan de aandacht voor burgerschapsvorming en eigenaarschap over hun ontwikkeling. “Buiten klassenverband organiseren we projecten waarin leerlingen samenwerkend onderwerpen uitdiepen en hun sterke punten kunnen ontdekken en benutten. In pilotvorm bieden we voor de kernvakken nu regie-uren aan, gericht op de versterking van het eigenaarschap van leerlingen. Leerlingen werken aan een kernvak waarin ze zich verder willen of moeten ontwikkelen. Ze kiezen en plannen daarbij hun eigen weg, waarbij een docent hen begeleidt en coacht. Gelijktijdig onderzoeken we het effect op de motivatie en resultaten van leerlingen, door klassen met en zonder regie-uren op die punten te vergelijken”, vertelt Janssen.

Tweejarig duomentoraat

Ook een uitgelezen kans moet je als leerling zelf grijpen. Alleen is niet iedere leerling dat van huis uit gewend en zit soms de puberteit in de weg bij de ontplooiing van hun talenten, weet Janssen. “Als een leerling ‘het wel even goed vindt’ is het de kunst die leerling uit te dagen en te motiveren om het beste uit zichzelf te halen. Wat helpt is dat leerlingen in onze hele brugperiode hetzelfde duomentoraat hebben, en twee mentoren dus de leerlingen uit één klas begeleiden. Dat maakt het makkelijker – door het jaar heen – met leerlingen in gesprek te gaan over hun mogelijkheden en ontwikkeling. Daarbij worden natuurlijk ook de ouders betrokken.”
 

Het is de kunst om leerlingen uit te dagen

Gedifferentieerd heeft de toekomst

Een opstroom van boven de dertig procent en dat nog naast de leerlingen die vakken op een hoger niveau volgen: ook de cijfers laten zien dat leerlingen op de SSgN hun kansen grijpen. Voor Janssen heeft gedifferentieerd onderwijs sowieso de toekomst. “Basisscholen hebben nooit anders gedaan. We selecteren methodes op differentiatiemogelijkheden en onze secties ontwikkelen of verdiepen regelmatig zelf leerstof. Daar komen mooie dingen uit, al stellen we ons regelmatig de vraag wat er beter kan. We willen vooral de digitale wereld nog beter inzetten, bijvoorbeeld om zelf leerstof te ontwikkelen. Tegelijk vonden we het fijn om van de Onderwijsinspectie te horen dat we het nu ook al heel goed doen.”

Borging noodzaak

Met het oog op de toekomst hecht Janssen aan een goede borging van de aanpak en onderwijsvisie van SSgN. “Vanuit dat oogpunt hebben we, met elkaar, onze kernwaarden opnieuw in kaart gebracht. Echt in contact staan, jezelf kunnen zijn, uitgaan van groei, en verantwoordelijk voor kwaliteit: die waarden vormen nu ook formeel de basis van onze onderwijscultuur. Dat maakt het nieuwe collega’s makkelijker om zich die cultuur eigen te maken.” Wat niet wil zeggen dat iedere docent hetzelfde doet. “We leggen niets op. Ik probeer hen wel te prikkelen om zich vanuit intrinsieke motivatie te blijven te ontwikkelen, bijvoorbeeld op het vlak van coachingsvaardigheden. De ene collega mag daarin best wat sterker zijn dan de ander.”  

Meer informatie
Marcel Janssen
marcel.janssen@ssgn.nl