12 september 2018

Hoe krijg je als samenwerkingsverband zicht op de besteding van de middelen voor passend onderwijs? En op de opbrengsten? We praten erover met Johan Flier, directeur-bestuurder van het Reformatorisch Samenwerkingsverband VO, het enige landelijke samenwerkingsverband. Er vallen 7 vo-scholen en 6 vso-scholen (5 cluster 3 en 1 cluster 4) onder dit samenwerkingsverband. Elke vo-school heeft een voorziening in huis voor cluster 4-leerlingen.

Een keer in de twee jaar bezoekt Flier alle scholen van het samenwerkingsverband. Er staat één punt op de agenda: de kwaliteit van de zorg. In het ondersteuningsplan is vastgelegd waar die kwaliteit aan moet voldoen: een aantal ambities die voor dit samenwerkingsverband bepalend is voor de kwaliteit en de kwaliteitsindicatoren van de inspectie. Allemaal bij elkaar zijn dat dan weer een heleboel agendapunten, die onmogelijk in één gesprek uitvoerig kunnen worden besproken. Daarom worden ze verdeeld over twee gesprekken. In de planperiode van 4 jaar worden op elke school alle indicatoren en ambities onder de loep genomen; elke twee jaar een aantal.

Uniformiteit

Voordat Flier afreist naar een school, leest hij zich uitvoerig in. Hij vraagt de school gegevens en informatie aan te leveren, bijvoorbeeld over thuiszitters, verwijzingen, ondersteuningstoewijzing, oudertevredenheid en verbeterplannen. “Op grond van die gegevens voer ik het gesprek”, vertelt Flier. “Daarna maak ik over elke school een rapport, waarin ik de bevindingen beschrijf en een oordeel geef over de kwaliteit. De school reageert daarop en geeft aan waaraan de komende jaren zal worden gewerkt. Op basis van de individuele rapporten schrijf ik vervolgens een eindrapport, waarin ik uitspraken doe over de kwaliteit van het samenwerkingsverband als geheel. Ik stel vast wat goed gaat en wat beter moet.”

Dit is het eerste deel van het artikel over dit praktijkvoorbeeld uit de uitgave Verrassend Passend II. Lees het volledige artikel op de website van het Steunpunt Passend Onderwijs.