Prakijkvoorbeeld doorstroom van het College Broekhin: 'Vmbo- en havodocenten samen aan de slag in het belang van de leerling'

06 juni 2018

Zo’n veertig procent van de vmbo-t leerlingen van het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond stroomt door naar de havo. Omdat deze overgang niet altijd vlekkeloos verloopt, maakt de school dankbaar gebruik van de subsidieregeling voor doorstroomprogramma’s van OCW. Een programmateam ‘Doorstroom’ werkt aan een traject dat vmbo-t leerlingen beter moet toerusten voor de havo. Teamleider Elian Lalieu is beleidsverantwoordelijk voor het programma.

De aandacht voor doorstroom van vmbo-t naar havo is op deze school zeker niet nieuw, vertelt Lalieu. “We zijn al heel lang een vmbo-t-plusschool. Leerlingen die kiezen voor de plusroute doen examen in 7 vakken. Dat maakt de overgang naar havo zeker gemakkelijker, maar veel leerlingen hebben meer nodig voor een succesvolle doorstroom.”

Extra wiskunde

Dat was een van de conclusies van de professionele leergemeenschap (PLG) die zich vorig jaar heeft gebogen over de doorstroomproblematiek. Als vervolg op deze PLG is daarom het ‘programmateam doorstroom’ samengesteld, een groep vmbo- en havodocenten, die twee jaar de tijd hebben om een effectief doorstroomprogramma te ontwerpen. Lalieu: “De groep bestaat uit tien mensen en ze komen ongeveer zes keer per schooljaar bij elkaar. Er gaan dus behoorlijk wat uren in zitten.”

Het programma is nog volop in ontwikkeling, maar een aantal onderdelen is al duidelijk. Zo krijgen vmbo-leerlingen die naar de havo willen, in het vierde jaar wekelijks een extra uur wiskunde waarin ze worden klaargestoomd voor het havo-wiskundeniveau. Ook kunnen ze in het laatste vmbo-jaar een vak inruilen voor een vak dat ze op de havo krijgen, bijvoorbeeld M&O.

Vaardigheden trainen

“Daarnaast hebben we in het laatste jaar tijd vrijgemaakt waarin de leerlingen vaardigheden trainen die ze nodig hebben op de havo,” vertelt Lalieu, “bijvoorbeeld lange teksten lezen, zelfstandig taken uitvoeren en 21ste -eeuwse vaardigheden. Omdat we willen aansluiten bij de individuele leerling, moeten we in kaart kunnen brengen in hoeverre de leerlingen deze vaardigheden hebben ontwikkeld. Er bestaan daarvoor veel programma’s, maar wij experimenteren momenteel met ‘Simulise’. We weten nog niet of dat instrument het gaat worden, maar we zijn daar vooralsnog tevreden over. Om op de havo goed aan te sluiten bij het vaardigheidsniveau van leerlingen, is ook een goede overdracht heel belangrijk. Daarom organiseren we voortaan voor alle leerlingen die naar de havo doorstromen een warme overdracht. Omdat we alle leerlingen gelijke kansen willen geven, betrekken we ook de ouders bij het doorstroomprogramma en bij de overdracht.”

 

Om aan te sluiten bij de individuele leerling, brengen we eerst in kaart hoe ver de leerling deze vaardigheden heeft ontwikkeld

Curricula afstemmen

Het is belangrijk geweest dat de school eerst heeft geïnvesteerd in draagvlak, visievorming en bewustwording, vertelt Lalieu. “Docenten moeten zich realiseren wat er voor leerlingen allemaal komt kijken bij de overstap, en vmbo- en havodocenten moeten elkaar vinden om samen aan de slag te gaan in het belang van de leerling. Hierin is de PLG heel belangrijk geweest. Daar is veel uitgewisseld en er was ook aandacht voor weerstanden. Maar ook moet je in je eigen schoolorganisatie durven kijken: in hoeverre sluiten de methodes op elkaar aan? Het is zaak dat de curricula van vmbo en havo optimaal op elkaar worden afgestemd, zodat gaten in de leerstof worden gedicht en overlap eruit wordt gehaald, natuurlijk binnen de kaders van de wet. In samenwerking met de secties, is een werkgroep van vmbo- en havodocenten hiermee bezig. Voor alle vakken een goede doorgaande lijn van vmbo naar havo; dat is de ambitie.”

Meer informatie
Elian Lalieu (teamleider)
elalieu@mdw.broekhin.nl

Owen Manusama (programmaleider)
omanusama@mdw.broekhin.nl