14 juni 2018

1. Wat houden de afspraken over het loon in?

De lonen worden per 1 juni 2018 met 2,35% verhoogd. Scholen die eerder, op advies van de VO-raad, in juni reeds onverplicht een salarisverhoging van 2,35% hebben doorgevoerd, hoeven deze verhoging niet nogmaals toe te passen. In oktober 2018 wordt een eenmalige uitkering van 1% toegekend. Ten slotte hebben sociale partners afgesproken dat de salarissen per 1 juni 2019 worden verhoogd met 2,15%.

2. Zijn de afspraken uit het onderhandelaarsakkoord financieel gedekt?

De loonsverhoging en eenmalige uitkering uit 2018 worden volledig gedekt door de referentieruimte 2018. De referentieruimte voor 2019 is nog niet definitief, maar de loonafspraak voor dit jaar blijft binnen de door OCW afgegeven prognose, waarbij een buffer wordt gehanteerd voor eventuele tegenvallers.

3. Is de eenmalige uitkering pensioengevend?

Ja, de eenmalige uitkering is pensioengevend.

4. Wat is afgesproken over ontwikkeltijd en lesreductie?

Sociale partners hebben afgesproken dat ze het komende schooljaar willen gebruiken om een beweging naar lessenreductie te realiseren, via aanpassing en vernieuwing van het onderwijsprogramma (inclusief de lessentabel) om zo ruimte te creëren voor ontwikkeltijd. De bedoeling is dat in scholen waar de maximale lestaak 750 klokuren of meer is, deze met ingang van 1 augustus 2019 met 30 klokuren wordt verminderd. Deze uren worden vermeerderd met de opslagfactor, waardoor in totaal 50 uur vrijkomt. De opslagfactor kan per school verschillen, maar afspraak is dat het in ieder geval gaat om 50 uur (ook als de optelsom van lestaak en opslagfactor hoger of lager dan 50 uur uitvalt). De vrijvallende uren komen beschikbaar als ontwikkeltijd en tijd voor verdere verbreding en verdieping van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de lestaak. Deze uren worden als afzonderlijk deel in de jaartaak opgenomen, als het onderdeel Onderwijsontwikkeling, -verbreding, en –verdieping.

5. Hoe worden de 50 uren vrijgespeeld en welke procedure moet hierbij worden doorlopen?

De vermindering van de lestaak komt tot stand door op instellings-/vestigingsniveau het onderwijsprogramma - en in het verlengde daarvan de lessentabel - aan te passen, met gebruikmaking van de mogelijkheden die de Wet op de onderwijs tijd daartoe biedt. Over deze aanpassing vindt overleg plaats tussen werkgever, de MR en het OP. Uiterlijk op 1 maart 2019 moet dit overleg zijn afgerond, gevolgd door overeenstemming met de MR over de aanpassing. De twee derde-bepaling is hierbij niet van toepassing.

6. Geldt de afspraak over ontwikkeltijd voor alle docenten?

Net als ieder schooljaar moet voor het schooljaar 2019/2020 voor alle docenten een jaarbrief/taak worden gemaakt, waarin wordt bepaald hoeveel lessen docenten geven, welke taken of projecten worden opgedragen etc. Daarbij wordt net als ieder jaar rekening gehouden met het vigerende taakbeleid én met de CAO VO. Vanaf 2019/2020 moet volgens de CAO VO rekening worden gehouden met een nieuw maximum aan lessen en een nieuw element in het taakbeleid: ontwikkeltijd. 

7. Geldt dan ook dat iedereen lesreductie krijgt?

Om te komen tot werkdrukvermindering en ontwikkeltijd wordt met behulp van de ruimte in de onderwijstijd op instellingsniveau in beginsel het onderwijsprogramma en de lessentabel aangepast. Dit moet tenminste leiden tot vermindering van de maximale lestaak van 750 lesuur of hoger met 30 uur per 1 augustus 2019. Voor docenten die 750 lesuur of meer geven, betekent dit dat ze een lesuur per week minder kunnen gaan geven. De vrijgevallen tijd wordt vervolgens ingezet als ontwikkeltijd. Voor de docenten die reeds minder dan 720 uur lesgeven, wordt ook de post ontwikkeltijd in de jaartaak opgenomen. Uitgangspunt hierbij is de formule: aantal uren les/het maximale aantal uren les x 50 uur. Voor deze docenten geldt dat de ontwikkeltijd voorkomt uit vermindering van de lestaak dan wel de overige taken (in dat laatste geval kan de lestaak ook groter worden, uiteraard binnen de nieuwe maximale lestaak).

8. Geldt de afspraak over ontwikkeltijd ook voor parttimers?

Ja, de afspraak geldt naar rato van de betrekkingsomvang. Artikel 6.1 lid 2 CAO VO is van toepassing.

9. Wat moet een werkgever doen als aanpassing van het onderwijsprogramma tot problemen binnen de school leidt of als er geen overeenstemming met de MR wordt bereikt?

Indien aanpassing van de lessentabel leidt tot zwaarwegende organisatorische, financiële of onderwijskundige problemen, of als er geen overeenstemming wordt bereikt met de MR, dan kan de werkgever besluiten om de lessenreductie niet toe te passen. De werkgever zal dan wel eerst sociale partners moeten uitnodigen voor overleg. Uiteindelijk blijft het echter aan de werkgever om te besluiten om de lessenreductie niet toe te passen, als sprake is van een of meerdere van genoemde redenen.

10. Worden scholen, leraren en MR ook ondersteund in het gesprek over aanpassing van het onderwijsprogramma, indien gewenst?

Sociale partners hebben afgesproken scholen hierbij te ondersteunen door het ontwikkelen van instrumentarium, het verspreiden van goede voorbeelden en handreikingen en het organiseren van bijeenkomsten. Zij zullen VOION verzoeken om hiervoor zorg te dragen.

11. Hoe wordt het nieuwe onderdeel Onderwijsontwikkeling, -verbreding en -verdieping ingevuld?

Over de invulling van de vrijkomende uren vindt in eerste instantie binnen het onderwijsgevend personeel overleg plaats. Het nieuwe onderdeel Onderwijsontwikkeling, -verbreding en –verdieping is niet hetzelfde als deskundigheidsbevordering, professionalisering en/of voor- en nawerk. Het betreft echt een nieuw onderdeel in het taakbeleid, dat breder is dan voornoemde onderwerpen en tot doel heeft het onderwijs verder te ontwikkelen. Enige overlap met genoemde onderdelen wordt niet uitgesloten, maar steeds is van belang dat op scholen zelf wordt besproken op welke wijze de onderwijs/curriculumontwikkeling en onderwijskwaliteit het beste kan worden bevorderd. Dit verschilt dus van school tot school. Scholen bepalen zelf in welk OP-verband dit het beste kan, dus binnen de lerarenteams, secties of een ander te bepalen samenwerkingsverband van leraren.

12. Bepalen de teams dan helemaal zelf waaraan de ontwikkeltijd wordt besteed?

Nee. Nadat het overleg onder het OP heeft plaatsgevonden, maken de leraar en leidinggevende afspraken over de inzet van de vrijkomende uren. Dit moet uiteraard ook passen binnen de (onderwijskundige) visie van de school. Vervolgens legt de leraar over de inzet van deze uren jaarlijks verantwoording af als onderdeel van de professionele gesprekkencyclus.

13. Wat zijn nu precies de afspraken over het salarisbouwwerk?

De compensatie inkomensgevolgen van artikel 3.8 CAO VO wordt met ingang van de nieuwe cao verwerkt in het maandsalaris, zodat er vanaf dan geen aparte compensatie meer bestaat. Daarnaast worden de treden 2, 3 en 4 uit schaal 4 gelijk getrokken aan de treden uit schaal 3. Op dit moment zijn deze treden uit schaal 4 nog lager dan de treden uit schaal 3, hetgeen tot scheve verhoudingen in het salarisgebouw leidt. 

14. Is er ook iets geregeld voor team- en afdelingsleiders?

Ja. In de CAO VO 2018-2019 wordt opgenomen dat ook aan de team- en afdelingsleiders in schaal 12 een bindingstoelage wordt toegekend. De hoogte van deze bindingstoelage is dezelfde als die van de leraar.

15. Wat als de werkgever al aparte afspraken met de team- en/of afdelingsleiders heeft gemaakt om (het gebrek aan) de bindingstoelage te compenseren?

Instellingen die al een bindingstoelage toekennen, in de vorm van een toelage of anderszins (maar wel met hetzelfde doel), kunnen de bindingstoelage uit deze afspraak daarmee verrekenen.

16. Wat wordt er geregeld voor het onderwijsondersteunend personeel?

Voor het OOP wordt het budget voor deskundigheidsbevordering en professionaliseringsactiviteiten verhoogd van € 500,- naar € 600,-. Daarnaast hebben sociale partners afgesproken om door VOION bijeenkomsten te laten organiseren met als doel het loopbaanbeleid van OOP-ers meer prioriteit te maken. Het gaat bij deze bijeenkomsten onder andere om het uitwisselen van goede voorbeelden en het beter benutten van de mogelijkheden die de cao biedt. Loopbaanontwikkeling en werkdruk worden daarnaast een vast onderdeel van de gesprekkencyclus.

17. Betekent de afwijking van de ketenregeling dat ik een onbevoegde docent vier jaar in tijdelijke dienst kan houden?

Als een onbevoegde leraar op basis van artikel 9.a.4 CAO VO wordt benoemd, dan is het mogelijk om de werknemer voor twee jaar tijdelijk te benoemen, gedurende maximaal drie tijdelijke contracten.  In bijzondere gevallen kan dit daarna nog twee maal met één jaar worden verlengd. Een studieplan opstellen vormt een onderdeel van de afspraken. Onder de CAO VO 2016-217 was deze afwijking van de ketenbepaling komen te vervallen per 1 oktober 2017. Aan de nieuwe afspraak is geen einddatum meer verbonden, dus de mogelijkheid om onbevoegde leraren maximaal vier jaar in tijdelijke dienst te benoemen, wordt daarmee weer vast onderdeel van de cao. Als de onbevoegde docent wordt ingezet als vervanger en niet wordt benoemd als onbevoegde docent, is deze afwijking overigens niet van toepassing.

18. Als ik te maken heb met een tijdelijke vacature (bijvoorbeeld in geval van krimp), hoe lang mag ik dan onder de nieuwe CAO VO een werknemer in tijdelijke dienst houden?

Met ingang van de nieuwe cao wordt het mogelijk om in geval van een tijdelijke vacature een werknemer in tijdelijke dienst te nemen, telkens voor de duur van maximaal een jaar. De totale duur van elkaar opvolgende dienstverbanden bedraagt ten hoogste twee jaar en het aantal is gemaximeerd tot drie contracten. Tot op heden was het in geval van een tijdelijke vacature slechts mogelijk om een werknemer voor maximaal één jaar in tijdelijke dienst aan te nemen.

19. Wat gebeurt er met de functiemix?

Sociale partners hebben geconstateerd dat de functiemixstreefcijfers (dan wel de maatwerkafspraken) op de meeste scholen zijn behaald. Het is volgens sociale partners nu niet meer aan hen, maar aan de scholen zelf om over de functiemixpercentages in overleg te blijven, samen met de P(G)MR en als onderdeel van het formatieplan. Sociale partners zullen wel de ontwikkelingen van de functiemixcijfers op sectorniveau blijven monitoren. Als daarbij gesignaleerd wordt dat sprake is van een landelijke dalende trend, zullen sociale partners daarover passende afspraken maken.

Heeft u nog andere vragen over het onderhandelaarsakkoord CAO VO 2018-2019? U kunt die stellen via onze helpdesk.

20. Hoe vinden de afspraken over lessenreductie een vertaling naar het praktijkonderwijs?

Voor het praktijkonderwijs geldt een afwijkend regime in de Wet onderwijstijd met minder mogelijkheden om het onderwijs anders te organiseren. Daarnaast is er vanwege het specifieke karakter van school en leerlingen vaak voor gekozen om juist meer onderwijs in de vorm van lesuren aan te bieden. Dat stelt vraagtekens bij de haalbaarheid van de afspraak over lessenreductie zonder negatieve financiële of onderwijskundige (kwaliteit) gevolgen voor het praktijkonderwijs. De VO-raad zal daarom met de onderwijsbonden in overleg treden over de wijze waarop hiermee wordt omgegaan in het praktijkonderwijs.

21. Wat zijn de voorwaarden om voor de eenmalige uitkering van 1% in oktober in aanmerking te komen?

De werknemer die op 1 oktober 2018 bij de werkgever in dienst is, ontvangt in oktober 2018 een eenmalige uitkering van 1% van het bruto jaarsalaris (dat is het bruto maandsalaris van oktober keer 12), vermeerderd met vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering. Deze uitkering is pensioengevend. De volgende kortingen zijn van toepassing: anticumulatiebepaling, schorsing, staking, betaald en onbetaald ouderschapsverlof en gedeeltelijk of volledig buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging.